1.990
35

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Ontslag Jan van Veen is symptoom van doorgeslagen formatdenken

Een format moet er zijn. Maar radiomaken moet je zien als een kunstvorm. Hoe meer artistieke vrijheid de kunstenaar, de presentator heeft, hoe beter.

cc-foto: Jean-Raphaël Guillaumin

Formats zijn niet per se slecht als degene die ze vaststelt weet waar ‘ie het over heeft. Maar volgens mij is het format-denken bij de Publieke Omroep dusdanig doorgeslagen dat het voor veel radiomakers geen fijne werkplek meer is. Het gevolg is dat ook een deel van het publiek de interesse in dit medium heeft verloren.

Ik heb geen idee wat voor soort muziek Jan van Veen wilde draaien waar de zenderhoofden zoveel moeite mee hadden maar ik heb zo’n vermoeden dat het geen Death Metal zal zijn geweest. (En indien toch, wat dan nog?) Als er iemand in radioland is met een unieke eigen stem en een trouw publiek, dan is hij het wel. Volgens mij weet deze presentator donders goed wat voor soort programma hij wil maken en wat zijn publiek van hem verwacht. En of je er nou van houdt of niet, het format van Candlelight was en is ijzersterk. Het is zelfs zo herkenbaar dat het heel gemakkelijk te persifleren valt, iets wat dan ook veelvuldig gedaan is.

Tot op zekere hoogte is hier sprake van een botsing tussen een bewezen succesvol format en de formats van de zenderhoofden die zich weliswaar gevestigd hebben, maar niet bewezen. Want laten we wel wezen: radio anno 2019 is natuurlijk nog geen schim van wat het ooit was.

Deels is dat zeker niet de schuld van de zenderhoofden alleen. Radio was het eerste nieuwe medium dat last kreeg van een ander nieuw medium: video killed the radiostar. Later kwam internet, dat radio een herkansing gaf, maar waarvan de competitie ook leidde tot méér format-denken omdat de managerende klasse besloot dat dáár de oplossing lag. De luisteraar zou maar in verwarring raken als het niet exact kreeg wat hij verwachtte en dus werd het format steeds strikter en dominanter in de programmering.

Mijns inziens is dat een vergissing gebleken.

Althans deels. Een format moet er zijn. Maar radiomaken moet je zien als een kunstvorm. Hoe meer artistieke vrijheid de kunstenaar, de presentator heeft, hoe beter. En uiteraard zou hij zelf moeten bepalen wat er gedraaid wordt. Als hij meent dat een bepaald geluidsfragment technisch gezien goed genoeg is voor zijn publiek, dan zou ik zijn oordeel volgen. Zeker als het iemand is die naam maakte toen radio een stuk beter beluisterd werd en relevanter was dan nu.

Radio was mede zo groot in het verleden omdat het zo’n leuk spannend medium was, dat door mensen gemaakt was. En tegenwoordig is het mede zo saai en marginaal geworden omdat managers er zoveel invloed op hebben gekregen. Die kosten bovendien veel en moeten hun prijskaartje beargumenteren met modellen die hun beslissingen legitimeren. De door de zenderhoofden doorgedrukte formats zijn echter gebaseerd op discutabele opvattingen over wat de klant wil horen.

Mij is bijvoorbeeld nooit iets gevraagd. En wie wel eigenlijk? Wie doet er ooit navraag bij degenen die zijn afgehaakt? Een groot deel van de tijd is de programmering op z’n best een soort achtergrondgeluid. Niemand spitst de oren nog omdat niemand verwacht iets opvallends te zullen horen. Mensen die om die reden vrijwel géén radio meer luisteren worden nooit gepeild en blijven volledig buiten de statistieken.

Iemand als Jan van Veen kreeg ooit de vrijheid om zijn programma op zijn manier groot te maken. Hij vond zijn eigen publiek en werd een van de markantste stemmen van radioland. Omroep Max richt zich op zijn publiek, en hoopt zich een plekje op de markt te veroveren door dat inmiddels wat oudere publiek te paaien. Het lijkt me weinig voor de hand liggen dat zenderhoofden uit de nadagen van dit medium dat publiek beter zouden aanvoelen dan een ster uit de bloeitijd als Jan van Veen.

Geef een reactie

Laatste reacties (35)