1.361
44

Econoom

Paul Teule studeerde economie en filosofie in Amsterdam. Hij is docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam en werkt aan een proefschrift over duurzame economische groei. Daarnaast doet hij freelance onderzoek op het gebied van economie, duurzaamheid en de Europese Unie.

Ontwikkelingshulp? Geef gewoon geld

Mensen weten zelf het beste waar ze hun geld aan moeten uitgeven, dus als je geld geeft heeft dat de meeste impact

Dit weekend ging het onvolprezen radioprogramma This American Life over een hulporganisatie die geen computers, training, zaden, medicijnen of muggennetten geeft, maar “gewoon” geld.

Givedirectly is een klein clubje van jonge Amerikaanse ontwikkelingseconomen, dat voor alsnog alleen in Kenia actief is. Het werkt simpel: Givedirectly bekijkt waar de armste Kenianen wonen, zorgt dat ze een mobiele telefoon krijgen en maakt dan via m-pesa een bedrag tot duizend dollar over – no strings attached. Hoho, denkt de scepticus: wordt dat geld dan niet verspild aan drank of wapens? En wordt de ontvanger daar niet lui van? Het lijkt van niet.

Althans niet in het geval van Bernard Omondi, een Keniaan uit een klein, landelijk dorpje. Als dagarbeider verdiende hij, als hij geluk had, 2 dollar per dag. Met de duizend dollar van Givedirectly kocht hij een motor en verhuurde hij zichzelf als taxichauffeur, waarmee hij nu 7 dollar per dag verdient. En het lijkt erop dat de meeste begunstigden iets nuttigs doen met hun geld doen.

Duizend dollar is voor een Keniaan veel geld, grofweg een jaarsalaris. Maar duizend dollar in één keer stelt je in staat om te investeren in iets dat een inkomen blijft genereren – of kosten blijft uitsparen. Veel ontvangers kopen een metalen dak van tweehonderd dollar, waarmee ze hun bewerkelijke, instabiele en op de lange termijn veel duurdere grasdak kunnen vervangen.

De logica van Givedirectly is de logica van de econoom: mensen weten zelf het beste waar ze hun geld aan moeten uitgeven, dus als je geld geeft heeft dat de meeste impact. Het is de reden waarom de Amerikaanse econoom Joel Waldfogel al jaren tekeer gaat tegen het geven van cadeaus en kerstpakketten. De ontvanger hecht, denkt hij, vaak minder waarde aan een cadeau dan het kost. Voor de trui van honderd dollar zou de ontvanger misschien vijftig dollar over hebben, dus vernietigen we vijftig dollar aan waarde. Alleen een econoom kan zo redeneren (hoewel er overigens ook zat economen zijn die sociale en morele dimensie van een gift kunnen waarderen).

Bij Givedirectly is het voordeel van deze logica dat je ook niet hoeft te controleren of iemand zijn geld wel uitgeeft waaraan hij of zij het “zou moeten” uitgeven. Het attachen van strings kost geld. Tezamen met de efficiëntie van het m-pesa systeem, waardoor je de ontvanger ook niet fysiek hoeft op te zoeken, kan Givedirectly veel tussenpersonen uitschakelen. Niks dure SUV’s en westerse consultants om de hulpstroom te managen. Van elke donordollar komt er dan ook maar liefst 93 cent bij de ontvanger terecht.

Wetenschappelijk onderzoek wordt ook in de hulpwereld steeds belangrijker. En het bewijs dat geld geven werkt begint zich langzaam op te stapelen. De data van Givedirectly heeft de nerds van Google in ieder geval zo ver gekregen om een paar miljoen te donoren. Toch komt veel bewijs nu nog voornamelijk uit onderzoek waarbij overheden (bijvoorbeeld in Mexico of Malawi) hun eigen burgers geld geven, en waar er nog wel een tegenprestatie is vereist. Givedirectly wil graag hun methode testen met die van bijvoorbeeld Heifer International, die koeien uitdeelt, om te zien wie het meeste effect sorteert per dollar. Heifer heeft daar niet zo’n zin in, horen we in de uitzending.

Wat er ook uitkomt, Givedirectly zal geen panacee zijn. Democratisch bestuur, infrastructuur, gezondheidszorg of onderwijs zal niet via de spontane bestedingen van ontvangers tot stand komen. Maar 93 cent per dollar lijkt me voor aanvullende armoedebestrijding een niet te evenaren rendement.

Dit artikel staat ook op Sargasso

Geef een reactie

Laatste reacties (44)