Laatste update 12:05
2.074
80

Bestuurslid Jonge Europese Federalisten

Tom Vasseur (Den Helder, 1992) is landelijk bestuurslid voor de Jonge Europese Federalisten – Nederland (JEF), een politieke jeugdbeweging die een democratische Europese federatie nastreeft. Hij studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de KU Leuven. Sinds 2014 is hij actief voor JEF en zet hij zich in om een afdeling op te richten in Amsterdam. Naast zijn huidige baan bij de Onderwijscoöperatie schrijft Tom ook over Europese politiek.

Onze dans op de vulkaan 

Wij zijn de eerste generatie die het slechter zal hebben dan die van onze ouders

cc-foto: Silvia Foglia
cc-foto: Silvia Foglia

Eenendertig december 2015. Het nieuwe jaar komt er aan en in Parijs bereidt een klein gezelschap van vier jonge Europeanen zich voor om het te vieren. Wat hapjes, drankjes en een gesprek. Al snel gaat het over politiek, en over onze toekomst. Welke toekomst?

Bulgaars, Nederlands, Frans-Algerijns of Russisch – geen van allen hebben wij er vertrouwen in. Zonder perspectief en zonder zekerheid. Wij vragen ons af wanneer het allemaal uit elkaar zal spatten. Het jaar dat in een paar uur begint of het daaropvolgende? Hoe zal het gebeuren? Nog een economische crisis of een politieke crisis in Europa? We weten het niet. We weten alleen dat we – onze goede opleidingen en onze ambities ten spijt – met lege handen zullen staan als het moment eenmaal daar is.

Al snel ontaardt het gesprek in een competitie wie zich in de slechtste positie bevindt. De Frans-Algerijn heeft angst voor zijn landgenoten, de Russische vreest voor haar visum en haar vaderland, de Bulgaarse vreest voor datzelfde vaderland. Zonder enig respect voor mijn bevoorrechtte positie stel ik dat ik het niet veel beter ga hebben als de vlam in de pan slaat, op de Frans-Algerijn na.  Het voelt voor mij alsof de tijd van West-Europa ten einde is.

Lente, drie jaar eerder in een trein in Frankrijk. “Ik zal de top bereiken. Niets kan mij stoppen.” De vastberaden blik van een Spaans meisje is op mij gericht. Ze spreekt met een perfect Brits accent. We zitten middenin een verhitte discussie. Meteen reageer ik: “Ik geloof dat je het kan, en ik geloof dat je de wilskracht hebt, maar er zijn duizenden zoals ons en zij zijn net zo competent en net zo gewillig. Slechts een enkeling van ons zal het halen en zij die falen hebben zichzelf weinig te verwijten.” De Spaanse jeugdwerkloosheid was die maand rond de 55%.

Enkele weken voor Oudejaarsdag 2015. Ik spreek met een Weense generatiegenoot. Zij vertelt mij dat iets haar zorgen baart: “Ik heb het gevoel alsof er een oorlog op komst is in Europa.” En ook al kan ik niets aanhalen om dat gevoel feitelijk te onderbouwen ben ik niet in staat om het met haar oneens te zijn. Wanneer? Dat weten we niet. Waar? Dat weten we niet (Oost-Europa denken we). Zal het gebeuren? We kunnen geen nee zeggen zonder tegen onszelf te liegen.

Twee weken terug. Ik zit in een restaurant met mijn Weense generatiegenoot en haar beste vriendin. We spreken over banen. Hoe we (onbetaald) moeten ploeteren om ervaring op te doen. Hoe we moeten liegen om er een te krijgen. Hoe krampachtig we vasthouden aan het werk dat we krijgen. Haar vriendin citeert uit een krant. Wij zijn de eerste generatie die het slechter zal hebben dan die van onze ouders. Wij zijn de eerste generatie die het in vredestijd slechter heeft dan onze ouders toen zij onze leeftijd hadden.

Vorig Paasweekend. Mijn stiefmoeder leest dezelfde krant. Ze zucht. “Wat een rotsituatie zitten jullie in”, zegt ze tegen mij. Ze heeft een baan ver onder haar niveau, maar het biedt enige zekerheid. Ik kijk naar mijn zusjes. Zij zijn al weer generatie K, de generatie na mij. “Hoe zal het hen vergaan?” vraag ik mij af.

Sommigen zeggen dat wij zoals de generatie van onze ouders zullen worden. Mijn angst is dat ze ongelijk hebben, dat zij in een historisch unieke periode van welvaart hebben geleefd. Mijn angst is dat de strijd van mijn generatie een verloren strijd is tegen de terugkeer naar de historische “normaliteit”: ongelijkheid, onzekerheid en onvrijheid voor de overgrote meerderheid van de bevolking.

Een januari 2016, drie uur ’s nachts. We steken de straat over naar het metrostation Bir-Hakeim. Het sprookjesachtige Parijse straatlicht schijnt op de Franse militairen die de vele voetgangers in goede banen proberen te leiden.  Ik denk terug aan ons gesprek eerder op de avond. Het pessimisme van de discussie staat in schril contrast met de beelden van mensen die intens genieten van hun leven die ik constant voorbij zie komen op sociale media. Ze feesten, ze reizen en ze grijpen hun kansen. Het doet mij denken “Der Tanz auf dem Vulkan”, de zin die de Duitse Weimarcultuur kenschetst. De Duitsers leefden zich nog een keer goed uit voordat de ellende toesloeg.

Soms vraag ik mij af of wij nu onze dans op de vulkaan doen, en hoe zijn uitbarsting ons zal raken.

Geef een reactie

Laatste reacties (80)