859
0

Fractievoorzitter Leefbaar Rotterdam

Ronald Buijt is sinds 2006 lid van de gemeenteraadsfractie van Leefbaar Rotterdam. Ronald (1970) is getrouwd en trotse vader van een dochter. Hij werkt als planner bij een transportbedrijf en is in het verleden (jeugd)voetbaltrainer geweest bij Excelsior '20 (Schiedam) en Alexandria '66 (Oosterflank).
Ronald heeft veel affiniteit met sport- en jeugdzaken. Op sportgebied vecht hij voor de vele clubs in deze stad die het moeilijk hebben. Hij pleit voor een forse lastenverlichting voor de clubs. Hij ziet veel mogelijkheden om sport te integreren op de basisscholen, mits er genoeg sportlocaties zijn. Op dit terrein is nog veel te winnen.
Ronald zet zich graag in voor de jeugd die niet voor problemen zorgt. Hij vindt het van de gekke dat er door dit stadsbestuur nauwelijks geïnvesteerd wordt in deze groep. Bijna al het geld gaat momenteel naar de probleemgevallen, maar tot overmaat van ramp zorgt dit niet eens voor een daling van de problemen.
Verder is Ronald voorstander van strafcampussen voor notoire jeugdcriminelen. Dit is goed voor de andere jeugd, die niet meer beïnvloed of geïntimideerd worden, beter voor de leraren en, de buurten en dus goed voor Rotterdam.
Portefeuilles: Brede Scholen en Elektronisch Kinddossier (EKD). Tevens is Ronald voorzitter van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen

Onze toekomst zit in onderwijs

Daarom moet onderwijs weer topprioriteit krijgen

Deze week bespreekt de Tweede Kamer de onderwijsbegroting voor 2016. Uit nieuwsgierigheid heb ik de rijksbegrotingen van 1996 en 2016 eens met elkaar vergeleken. Ik was benieuwd of je zo een verschuiving in prioriteiten kunt zien. Het antwoord is ja: de verschillen zijn zelfs zeer fors te noemen. Zowel in absolute zin als percentueel. In 1996 gaf de Nederlandse staat (omgerekend) 92 miljard euro uit. In 2016 is dit opgelopen naar 262 miljard.

De uitgaven aan de zorg en de sociale zekerheid zijn in twintig jaar extreem  gestegen. Respectievelijk met een factor 13 (zorg van 6 naar 75 miljard euro) en factor 7 (sociale zekerheid van 11 naar 78 miljard euro). Het duurt niet lang meer voordat liefst twee derde van alle uitgaven van de Nederlandse staat zorg- en/of uitkering gerelateerd is. Het andere uiterste is Defensie, waar echt ongekend bezuinigd is. Gaf Nederland in 1996 nog bijna 7% van het totale budget aan Defensie uit, nu is nog minder dan 3%. Bijna onverantwoord, als je het verschil in wereldklimaat van toen (relatief vrede op aarde) en nu vergelijkt.

De meest verbijsterende conclusie is wat mij betreft toch wel dat het aandeel van OCW in de totale begroting in 20 jaar is gekelderd van bijna 19% naar slechts 13%, terwijl er nauwelijks minder schoolgaande kinderen en studerenden zijn dan destijds. Alle ambities ten spijt, komt het onderwijs er bekaaid vanaf. Zeker in ogenschouw genomen dat er nu verhoudingsgewijs meer geld binnen het onderwijsbudget opgaat aan bureaucratie, overhead, voorschoolse educatie en huisvestingskosten. Theoretisch kun je zeggen dat een percentage weinig zegt. Beter 10% van 1 miljoen dan 20% van 400.000. Maar in de praktijk is een percentage binnen een begroting een redelijk betrouwbare indicator.

De trend dat we een steeds kleiner percentage van onze uitgaven aan onderwijs en wetenschap uitgeven is schadelijk en moet gekeerd worden. Toegegeven; meer geld hoeft niet automatisch te betekenen dat iets beter wordt en naar een aantal zaken zou zelfs nog wel wat minder geld mogen.Echter:  kleinere klassen, veel meer academici voor vwo klassen, betere bijscholingsmogelijkheden voor docenten, hogere kwaliteit op de lerarenopleidingen, het beter belonen van excellente leraren, werkelijke aandacht voor zorgleerlingen, extra inzet op taalachterstanden, meer focus op rust, discipline en regelmaat in ons (v)mbo onderwijs, een veel gezonder leefklimaat in onze schoolgebouwen en onze universiteiten concurrerend houden met het buitenland zijn allemaal zaken die stuk voor stuk noodzakelijk zijn om ons onderwijs, en dus de toekomst van Nederland, naar een hoger plan te tillen. Zaken waar een prijskaartje aan hangt.

Ik mag hopen dat wanneer volgend jaar het voorstel over Ons Onderwijs 2032 gepresenteerd wordt de focus ook gewoon op extra geld ligt. Alle leuke plannetjes en proefballonnetjes ten spijt gaat het er uiteindelijk toch vooral om wat we bereid zijn om in de toekomst van ons mooie land te investeren. En die toekomst zit toch echt in ons onderwijs.

Geef een reactie

Laatste reacties (0)