9.136
42

Journalist

Chris Klomp is sinds april 2002 rechtbankverslaggever/journalist en werkt voor RTV Noord, Dagblad van het Noorden en RTV Drenthe

Ook ik kan ‘een vieze pedofiel’ zijn

Er zijn mensen die zeker denken te weten dat ze nooit verdacht zullen worden van een strafbaar feit. Voor die mensen is het volgende verhaal.

Er zijn mensen die zeker denken te weten dat ze nooit verdacht zullen worden van een strafbaar feit. Zij hebben immers niets gedaan en dus niets te vrezen. Kom maar op met die keiharde rechtspraak. Exit rechten verdachten. En al helemaal als het om zedenzaken gaat. Voor die mensen is het volgende verhaal.

Op een camping in Frankrijk staat een man met zijn twee zoontjes onder de douche. De campingbaas is zo vriendelijk geweest een speciale familiedouche neer te zetten. Drie douchekranen en een zee aan ruimte. De privé-cabine is weliswaar aan alle kanten gesloten, maar staat midden in een grote doucheruimte, waar het op dat moment sterft van de verhitte campinggasten.

De man en zijn twee zoontjes maken wasgeluiden. Dan is het wat rustiger in de cabine. Tot een van de kinderen luid en duidelijk zegt: ‘He pappa, er komt spul uit je piemel’.  De drukke doucheruimte valt stil. Horen ze dat nu goed? Wat is dit?

De meeste campinggasten gaan over tot de orde van de dag, maar een van de bezoekers niet. Zij denkt het zeker te weten. Hier is meer aan de hand. Nog diezelfde ochtend had ze daarover immers een verhaal gelezen in een van de grootste kranten van Nederland. Over kindermisbruik en de vieze vaders die zich daaraan schuldig maken.

Voor deze ene campinggast is de maat meer dan vol. Zij kan niet zomaar toekijken hoe onschuldige kinderzieltjes keer op keer worden geraakt. In wat voor wereld leven we?  Ze stapt naar de beheerder, de man die ze al 25 mooie vakantiejaren kent. De loyale beheerder belt de politie en de bal gaat aan de rol.

Twaalf getuigen. Eén arrestatie. En een verdachte die inderdaad verklaart dat zijn zoon gezegd heeft wat hij heeft gezegd. Voor de rest ontkent de geschokte man. Hij weet niet wat hem overkomt, is emotioneel en komt verward over. Zijn geheugen laat hem in de steek, zeker als rechercheurs hem stevig onder druk zetten. De tijdlijn van zijn recente geschiedenis vertoont hiaten. En wat hij ook zegt, het alibi ‘dat hij even vol zit in zijn hoofd van alles wat hij meemaakt’, stuit slechts op onbegrip.

De bal rolt door.

Getuigen verklaren onafhankelijk van elkaar dat de man ‘een beetje een raar type is’:
“Hij gaf al steeds zo overdreven kusjes aan dat jongetje. En vroeg steeds om een knuffel.”
“Zeker niet iemand die je verwacht op onze gezellige familie-camping. Nu ik er aan denk. Hij geeft me de bibbers.”
“Hij keek niet eens naar het voetbal, maar bleef bij zijn kinderen in de tent, terwijl die al lang op bed lagen. Vreemd.”
“Volgens mij is dat jongetje bang voor hem.”

Het verhoor van het kind doet de rest. Het jongetje zegt dat zijn vader wel eens aan zijn piemeltje zit. En dat de eikel van pappa er wel uit kan en die van hem niet. En oh ja, hij heeft de piemel van pappa heus wel eens aangeraakt. Daar is hij echt heus niet bang voor. Ook al is hij dat soms wel voor pappa als hij boos is. De rechercheurs kijken elkaar veelbetekenend aan.
Bingo.

De man in de douchecabine. Dat ben ik. En het was mijn zoon.

Er is tegen mij geen aangifte gedaan. Er was geen vrouw en er was geen politie. Ik stond onder de douche en mijn zoon heeft geen last van schaamte. Hij benoemt wat hij ziet. Hij zag water vanaf mijn lijf stromen en de weg van de minste weerstand kiezen. En wat hij ziet, dat zegt hij.

Zoals kinderen soms graag vertellen wat volwassenen willen horen. Of waar volwassenen heel erg bang voor zijn.

De rest van het verhaal is niet waar. Ik heb het bedacht. Maar niet zomaar. Het zijn flarden en (delen van) zinnen uit mijn geheugen. Een geheugen zeer losjes opgebouwd uit duizenden rechtszaken en een paar zeer boeiende boeken. Boeken die je niet tegen zult komen in populaire lijstjes of bij de ingang van de boekhandel.

In een rechtszaak draait het niet altijd om zien, maar soms om wat wij denken gezien te hebben. Of wat anderen denken gehoord te hebben. Of wat anderen graag willen horen.

En rechters veroordelen niet omdat ze zeker weten dat iemand iets heeft gedaan. Ze moeten het aannemelijk vinden. De overtuiging hebben.

Er in geloven.

Geef een reactie

Laatste reacties (42)