1.854
40

Voormalig parlementair verslaggever

Ik heb geruime tijd gewerkt als politiek verslaggever en correspondent Brussel van het ANP. Daarna heb ik onder meer gepubliceerd op de The Postonline, Historiek en Frontbencher. Ook verschenen er enkele boeken van mij. ‘Van verzuiling tot versplintering’ uit 2015 is het laatste.

Ook zonder te regeren houden PvdA en GroenLinks invloed

Het kabinet zal in veel gevallen aangewezen blijven op goedkeuring van links.

ANP | Remko de Waal

Waren PvdA en GroenLinks maar gefuseerd, dan hadden VVD-leider Mark Rutte en CDA-chef Wopke Hoekstra nu niet zo moeilijk kunnen doen over regeren met twee linkse partijen. Ze zouden dan immers slechts te maken hebben gehad met één linkse partij. De gecombineerde fractie PvdA/GroenLinks zou bovendien 17 Kamerzetels hebben bezeten. Nog steeds niet erg veel, maar ze had daarmee wel de derde coalitiepartij kunnen worden. Groter dan het CDA! Wat zou Hoekstra gebaald hebben.

Inmiddels is het echter te laat. PvdA en GroenLinks vormen ieder een fractie. Ze werken dan wel braaf samen, steeds nauwer zelfs, maar een daadwerkelijke eenwording zal nog wel een paar jaar op zich laten wachten. Jammer maar helaas. In elk geval lijkt het me niet slim dat de twee zich in de kabinetsformatie uit elkaar laten spelen. Het risico op een herhaling van de verkiezingen van vier jaar terug zou te groot zijn. Toen verloor de PvdA na een coalitieavontuur met de VVD 29 zetels. In de oppositie zitten is zeker niet alles, maar een linkse partij die in haar eentje met Rutte gaat regeren springt in een zwart gat. In theorie kan het goed aflopen, maar je kunt het toch maar beter niet wagen.

En bovendien: ook zonder coalitiedeelname kunnen PvdA en GroenLinks invloed houden op het beleid. De enige twee reële regeeropties die dan nog resteren hebben namelijk geen meerderheid in de Eerste Kamer. En die wordt pas in 2023 herkozen. Het kabinet zal dus in veel gevallen aangewezen blijven op goedkeuring van links. Want mochten PvdA en GroenLinks afvallen als regeringspartijen, dan hebben VVD, CDA en D66 feitelijk nog maar twee uitwijkmogelijkheden (onhaalbare samenwerkingsverbanden als met JA21 buiten beschouwing gelaten).

De eerste is een minderheidscoalitie met gedoogsteun van de ChristenUnie. Of eventueel een meerderheidscoalitie, als ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers een nieuwe draai maakt en zijn bezwaren tegen Rutte als premier inslikt. Een dergelijke combinatie is op papier zeker denkbaar, al zal D66 bepaald niet staan te trappelen om opnieuw afhankelijk te worden van de orthodox-christelijke mannenbroeders. In de senaat heeft deze coalitie, inclusief de ChristenUnie, 32 (van de 75) zetels. Niet genoeg dus.

De tweede variant is een regering met Volt. Deze nieuwkomer bezet in de Tweede Kamer 3 zetels, net voldoende om het ‘motorblok’ aan het vereiste draagvlak te helpen. In de Eerste Kamer is Volt niet vertegenwoordigd. VVD, CDA en D66 hebben daar gezamenlijk slechts 28 zetels. Dat zijn er 10 te weinig. PvdA (6 senaatszetels) en GroenLinks (8) zouden die kunnen leveren. Niet apart, wel samen. Maar daarmee zou Rutte IV zich toch deels afhankelijk maken van een links blok.

Natuurlijk kan het kabinet ook om steun gaan bedelen bij extreemrechts in de Eerste Kamer. Of die partijen blij zullen zijn met het door VVD en CDA noodzakelijk geachte klimaatbeleid is echter zeer de vraag. Hetzelfde geldt voor het EU-beleid en voor nog wel het een en ander.

Toegegeven: ook Rutte III had in de senaat te weinig zetels. Goed beschouwd was dat kabinet al een soort minderheidskabinet. Maar ik kan me zo voorstellen dat de premier niet op een herhaling hiervan zit te wachten. Het zou me niet verbazen als hij stiekem wel eens een regering zou willen die in beide Kamers van de Staten-Generaal ruim voldoende zetels heeft. En dat zijn verzet tegen de ‘linkse wolk van partijen’ dus vooral dient om zijn eigen achterban rustig te houden.

Geef een reactie

Laatste reacties (40)