2.073
61

Promovendus geschiedenis

Jelle Bruinsma werkt als promovendus aan het European University Institute in Florence. Daarnaast is hij actief als redacteur van ROAR Magazine: http://roarmag.org.

Oorlog in Libië ‘onvermijdelijk’ met dank aan media

Media houden zich stil over de gevolgen voor democratische opstanden in de Arabische wereld en een analyse van de geschiedenis van westerse interventies in Libië blijft uit

De interventie in Libië was ‘onvermijdelijk’, schrijft NRC Handelsblad (en Nrc.next) maandag in haar hoofdredactioneel commentaar. Er was ‘zaterdag eigenlijk geen andere keus.’ Ook een meerderheid van de Nederlandse bevolking is volgens opiniepeilingen voor deze oorlog. Ook Nederland heeft nu besloten tot het actief deelnemen aan de oorlog, door het zenden van F16’s. Dit is niet verrassend, gezien de berichtgeving in de Nederlandse kranten.

In de afgelopen weken hebben de Nederlandse media een kwalijke rol gespeeld in het voorbereiden van de publieke geest op deze oorlog. Wekenlang is Khadaffi afgeschilderd als de nieuwe grote schurk. In diezelfde weken wordt westerse inmenging in de vorm van een no-fly zone keer op keer als onvermijdelijk voorgedaan. Sterker nog, het Westen wordt vermaand om zijn afwachtende houding.

In werkelijkheid wordt deze oorlog voor een groot deel als ‘onvermijdelijk’ geaccepteerd dankzij de berichtgeving in de media. Net als bij vorige oorlogen functioneren journalisten als ideale propagandisten voor de staat. Opeens is men collectief vergeten hoe Khadaffi onze vriend en bondgenoot was. Er is geen ruimte voor een analyse van de geschiedenis van westerse interventies, noch voor de mogelijke gevolgen voor democratische opstanden in de rest van de regio. De media lopen weer in de val, en met een beetje geluk mogen we over een jaar hun klaagzangen aanhoren over hoe ze erin zijn getuind. Maar waarschijnlijker is het dat zij de bevolking nu voorbereidt op de volgende fase van de ‘interventie’. Hieronder enkele kritische kanttekeningen.

De bombardementen worden zo geframed dat men er niet op tegen kán zijn. Khadaffi is Libië geworden, en Libië Khadaffi. Net als in Irak bombarderen we Khadaffi (Saddam Hussein), niet de inwoners van het land. De Volkskrant opende maandag met ‘Kadhafi trotseert bommen’, en Trouw met ‘Rook boven Kadafi’s huis’. Wie is er nou niet tegen Khadaffi? Onze intenties worden niet in twijfel getrokken. De Volkskrant kopt dinsdag met ‘Nobele interventie’, en het commentaar van de NRC (‘Door Khadaffi gedwongen’) moet eigenlijk gelezen worden als: ‘Het humanitaire Westen had geen andere keus.’

Daarenboven is het creëren van horrorbeelden een belangrijk onderdeel van de rechtvaardiging van deze oorlog, in de weken vooraf, maar ook nu nog: “Wat er zou zijn gebeurd als Khadaffi’s troepen de belegerde stad Benghazi zouden hebben ingenomen, was de fantasie vermoedelijk te boven gegaan” (NRC). Waarom zijn daden erger zouden zijn geweest dan wat onze bondgenoten, e.g. de Saoedi’s, doen wordt niet uitgelegd. Fantaseren over wat de Saoedi’s doen is gelukkig niet nodig; dat weten we al, en hoeft niet uitgebreid in de krant aan bod te komen voor het gewone volk. 

Ook ‘democratie’ wordt weer uit de kast gehaald. De algemene aanname is dat het brengen van democratie een doel is, of een zorg. Zo schrijft de NRC maandag op de voorpagina: Als “Khadaffi weg is […] komt er niet vanzelf democratie in het in stammen verdeelde Libië. Dat is één van de redenen voor de aarzelende Amerikaanse opstelling.” Want dat de VS democratie in de regio wil is een stelling die geen bewijs benodigd, ondanks overweldigend empirisch bewijs voor het tegendeel (zie hieronder).

De volgende belangrijke stap is aantonen dat de Libische bevolking de westerse bombardementen steunt. In grote koppen wordt ons verteld dat dit zo is. ‘”Wij zijn Sarkozy en Obama erg dankbaar” (NRC, 21 maart, p.4; zie ook de Volkskrant, 21 maart, p. 4). De reactie van deze groepen Libiërs is begrijpelijk. Wat veel van de geïnterviewden er – net zo zeer begrijpelijk – aan toevoegen krijgt echter veel minder aandacht (of analyse). Mufteh Salak: “Wij willen onder geen beding buitenlandse troepen op Libische bodem. Met de Westerse luchtsteun kunnen wij de klus zelf klaren” (NRC, 21 maart, p. 4). Aan de ene kant wil men Khadaffi verslaan, desnoods met hulp van de duivel. Aan de andere kant kent men de geschiedenis van het Westen in het Midden Oosten. Dat is ook de reden van de massale haat in het Midden-Oosten tegen westerse staten. Al jaren laten schommelen opiniepeilingen tussen de 75 en 90 procent van de Arabieren die de VS als een van de grootste bedreigingen ziet. De huidige dubbelzinnige houding van de Libische opstandelingen valt te verklaren, maar is spelen met vuur.

Zoals Seumas Milne, columnist van de Guardian, waarschuwde op 2 maart:

The reality is that the western powers which have backed authoritarian kleptocrats across the Middle East for decades now face a loss of power in the most strategically sensitive region of the world as a result of the Arab uprisings and the prospect of representative governments. They are evidently determined to appropriate the revolutionary process wherever possible, limiting it to cosmetic change that allows continued control of the region.

In het verlengde daarvan moeten we onszelf de vraag stellen, “Waarom Libië?” Zoals Pepijn Brandon ons in zijn artikel ‘VN-interventie is dodelijke omhelzing’ (Joop.nl) in herinnering brengt: “Saudische troepen voeren momenteel in Bahrein uit, wat Kadhafi in Benghazi wilde doen.” NRC geeft in haar commentaar zelf aan dat de Bahreinse oppositie dit heeft begrepen – We “hebben een precedent geschapen, zoals de oppositie tegen het koningshuis in Bahrein, een bondgenoot van de VS, heeft begrepen met haar verzoek aan de VN om ook in te grijpen” – maar noch de westerse mogendheden, noch NRC, vindt het noodzakelijk hier conclusies aan te verbinden.

De Amerikaanse denker Noam Chomsky, die onlangs nog in Nederland was, legde dit in een Belgisch tv-interview uit:

Als het Westen zou ingrijpen is dat niet om humanitaire redenen. Anders zouden ze wel ingrijpen in Saoedi-Arabië. Ze grijpen in omdat het een oliestaat is die geen loyale dictatuur is. In tegenstelling tot loyale dictaturen waar je repressie steunt.

In dit licht is het bevreemdend dat Nederlandse kranten aannemen dat Amerika geen leider meer wil zijn. Zowel in NRC als de Volkskrant werden maandag artikelen geschreven over het feit dat Amerika ‘niet van harte’ meedoet, en het leiderschap snel wil overdragen. Maar zoals Tom-Jan Meeus in datzelfde artikel in NRC schreef: “In de regering houdt men er zelfs rekening mee dat Amerikaanse troepen al de komende weken nodig zijn om olie- en militaire belangen in Bahrein en Saoedi-Arabië te beschermen. Anders dan in Libië gaat het daarbij in Amerikaanse ogen wel om vitale belangen”. Is het dan zo gek dat de Amerikaanse imperialisten nu liever hebben dat de luitenanten het vuile werk opknappen? Dat Libië minder belangrijk voor hen is dan Irak, Afghanistan, Saoedi-Arabië en de hele Golf-regio wil alles behalve zeggen dat ze er niet alles aan doen om de controle over de regio in handen te houden.

In hetzelfde kader valt de nieuwe wapendeal tussen de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië, waar Al Jazeera over berichtte, ook goed te verklaren. De vorig jaar aangekondigde deal ter waarde van 60 miljard dollar behelst de “long-term training of a contingent of pilots and flight crews from the Saudi Royal Air Force … Under the mammoth military package, Saudi Arabia is set to receive 84 new F-15E Strike Eagles – advanced fighter aircraft designed for air-to-air and air-to-ground combat missions.”

Deze deal moet verder de ‘modernisering’ van de Royal Saudi Air Force ‘faciliteren’. Maar het hoofddoel is het opbouwen van ‘partner capacity’ en het bijdragen aan ‘the stability of the [Middle East] region,’ aldus Heidi Grant, de ‘deputy undersecretary of the air force for international affairs.’ Het opbouwen van ‘partner capacity’ met de democratische krachten in de regio is overduidelijk een belangrijk deel van het Amerikaanse buitenlands beleid. Ergo, de westerse interventie tegen Khadaffi en niet tegen Saoedi-Arabië.

Op dit moment bereidt men ons voor op de volgende fase. Een verborgen aanname lijkt te zijn dat de missie wel verder moet gaan dan het VN-mandaat. Het Nederlands Dagblad (‘christelijk betrokken’) spreekt uit wat anderen denken: ‘Grondoffensief onvermijdelijk’. Maar ook NRC peinst over het vervolg: “Maar nu wordt de interventie pas serieus.” Ze overweegt de mogelijke opties. Aangezien de VN geen ‘buitenlandse grondtroepen’ zal goedkeuren, en de internationale kritiek ‘een extra last op de schouders van de geallieerden [legt]” zijn het er niet veel. Doordat we Khadaffi acht jaar trouw hebben gesteund, hebben we niet zo’n goed imago. Dat “kan zich wreken als de fase na de interventie zich aandient”, uitgaande van het westerse voorrecht zich overal mee te mogen bemoeien. “De interventie is een sprong in het diepe”, en heeft dus een open einde. Het is de taak van progressieve denkers door dergelijke mythes en onderliggende aannames heen te prikken. Want zoals Einstein schreef: “He who joyfully marches to music rank and file, has already earned my contempt. He has been given a large brain by mistake, since for him the spinal cord would surely suffice. This disgrace to civilization should be done away with at once.”

Geef een reactie

Laatste reacties (61)