4.760
36

Documentairefotograaf

Geronimo Matulessy (33) uit Apeldoorn is documentaire fotograaf en journalist. Zijn werk wordt vertegenwoordigd door fotoagentschap Hollandse Hoogte en loopt binnenkort mee op de redactie van Trouw.

Op de vlucht in Calais

Een fotoreportage over een verzamelplaats van wanhoop

Fotograaf Geronimo Matulessy verbleef drie dagen tussen de vluchtelingen die in een illegaal kamp verblijven in Calais. Vandaar proberen ze – meestal tevergeefs – Engeland te bereiken. Op Joop toont hij de foto’s van een hopeloze situatie waarvoor niemand een oplossing weet. Er onder zijn relaas. “Ik probeerde me in te beelden hoe het is om zo te moeten leven, maar ik gaf het op omdat het je instant-depressief maakt.”


Het basiskamp bij Calais waar circa 1500 vluchtelingen wonen uit Afghanistan, Eritrea, Pakistan, Soedan, etcetera.


Wie vlucht heeft geen bezittingen meer.


Een Afghaanse kapper knipt de kampbewoners.


Bij hun pogingen aan boord te klimmen van vrachtwagens raken velen gewond.


Een provisorisch onderkomen in het kamp.


Eindeloos wachten is een onontkoombaar onderdeel van vluchten.


Wachten, wachten, wachten. Op de achtergrond een Afghaanse ‘winkel’.


”Gisteren gebruikte de politie nog traangas tegen me. Nu er journalisten rondlopen doen ze niets.”


Reisdocumenten waar je niet mee kunt reizen omdat je overal geweigerd wordt.


The Boss, een Syrische vluchteling, toont gastvrijheid door wat maïs klaar te maken. Een groep Syrische vluchtelingen heeft onderkomens gebouwd in de buitenwijken van Calais.


Een Afghaan bidt in de moskee.


Een Roemeense trucker geeft de wachtende vluchtelingen wat water.


Vluchtelingen proberen in een vrachtwagen te klimmen.


Syrische vluchtelingen in actie.


Meestal lukt het niet om aan boord te komen.


De politie staat machteloos. Die avond waren er ongeveer 15 agenten tegenover 300 vluchtelingen die alle kanten opstoven.


Wachten op de volgende kans.

De ene dag zit ik lekker te genieten met een warm kop thee in mijn handen, schone kleren en een dak boven mijn hoofd. Wanneer ik honger heb kan ik naar de kast lopen om wat koekjes naar binnen te gooien. Dan verschijnen er op tv beelden van de Franse overheid die vluchtelingen oppakte en elders onderbracht. Dit was in Calais en Parijs, waarschijnlijk wist niemand wat de bedoeling zou zijn en dat is nog steeds onduidelijk.

De andere dag, nog geen 24-uur later, zit ik in de auto richting het noordwesten van Frankrijk. Het waren de vluchtelingen in Calais die ik wilde zien. Wat hen bewoog en vooral; hun leefomstandigheden. Hoe kon het toch dat duizenden mensen uit de armste landen ter wereld deze plek uitkozen?

Na ongeveer 4 uur rijden kwamen wij aan, ik was op pad met fotograaf Robert Goddyn. Langs de snelweg was door de vluchtelingen een basiskamp gebouwd. Op de weg er naar toe zag ik her en der al vluchtelingen door de stad lopen, dik gekleed, capuchon over hun hoofd getrokken, slonzig en in een traag tempo liepen zij, zo op het oog, doelloos rond.

Wat ik aantrof op het kamp was schokkend. Dat mensen op deze manier met elkaar om kunnen gaan is onbegrijpelijk. Ik zag geïmproviseerde tentjes die dienst doen als huis. Anderen doen in mijn gezichtsveld schaamteloos hun behoeften in de dorre struiken, die alom aanwezig zijn op het stoffige terrein. Er staan ook toiletten, die vol met wespen zitten en de ondragelijk stank nodigt niet bepaald uit. Douchen? Wat denk je zelf?

Vooraan op het kamp vind je het terrein van de Afghanen, daarna kom je in Eritrea en daarachter weer Soedan. De Afghanen op het kamp maken de dienst uit en bezitten kleine winkeltjes. Hier kun je een warm broodje kopen maar ook telefoonkaarten zijn beschikbaar. Na de winkeleigenaar gesproken te hebben gaf hij toe dat hij niet de nachtelijke sprongen op vrachtwagens te waagt. De reden moge duidelijk zijn, een winkeltje hebben is lucratief en met een monopoliepositie kan je toch al snel enkele honderden euros per week verdienen. Een Engelse vrouw (die ons aanspreekt) brengt spullen voor de grootste shop op het kamp, op deze manier wordt de eigenaar slapend rijk.

Wanneer ik 100 meter verder loop zie ik overal zwarte brandvlekken, afgebrande tenten en lege blikken bier op de grond. Dit was het terrein van de mensen uit Eritrea. Een paar dagen voor onze komst waren en er hevige gevechten uitgebroken tussen Eritrea en Soedan. Waar het precies over ging wist men mij niet te vertellen, een ruzie in de zelfgemaakte discotheek zou de aanleiding zijn geweest. Een Pakistaanse vluchteling die gezamenlijk met zijn Afghaanse kameraden voor een winkeltje zit vertelt mij het volgende: “Some people are crazy here. They are frustrated about this situation, look arround you man. This is not human anymore.”

Ik probeerde me in te beelden hoe het is om zo te moeten leven, maar ik gaf het op omdat het je instant-depressief maakt. Over een paar dagen zit ik lekker verwend met een Coronatje op mijn iets te kleine balkon in het nietige Apeldoorn. Dat ik dan drie dagen niet hebben kunnen douchen en stinkend in de trein zit kan niet tegen de vluchtelingen op.

Dat er frustraties heersen merk ik al snel als mijn grote Canon 5DII + 16-35mm II om mijn nek hangt. Vooral de Afrikanen zijn er niet happig op en snauwen me vaak toe: Are you journalist sir? I hate journalist! of  No pictures, no pictures! Dit gaat gepaard met een hoop handgebaren en stoere blikken. Onveilig heb ik me niet gevoeld in de dagen dat ik er ben geweest, ook niet ’s nachts. Het criminaliseren van deze mensen, zoals vaak gebeurt, is ongepast.

We sliepen op een parkeerplaats waar de vluchtelingen hun pogingen gingen wagen. Dit was op enkele kilometers afstand van de ferry’s. De eerste nacht kon ik door de adrenaline amper slapen. Ik ben van nature een nachtdier, dat kwam goed uit. Ik zag ineens hordes vluchtelingen in groepjes zich verplaatsen over de grote parkeerplaats. Vrachtwagens werden totaal onnodig omgeleid over de parkeerplaats, waardoor ze regelrecht in de val liepen. Gewapend met mijn camera sprong ik uit de auto en liep direct op de vluchtelingen af.

Zo’n tafereel aanschouwen op enkele centimeters afstand is best een aparte gewaarwording. In groepen van 15-20 mannen en enkele vrouwen trok men letterlijk elke deur open. Het was pure chaos en het leek af en toe een spel, je zag veel jongeren rennen en lachen tegelijk. Een Syrische jongen stal nog even snel mijn sigaretten uit mijn jaszak in alle commotie, ook dat soort figuren lopen er tussen helaas.

De chauffeurs laten het over zich heenkomen, wat moeten ze anders? Wanneer ik twee Roemeense chauffeurs spreek geven ze ruiterlijk toe dat ze empathie hebben voor de illegalen. De Franse autoriteiten doen amper wat voor de chauffeurs maar ze worden wel beboet als eenmaal aangekomen in Dover blijkt dat ze vluchtelingen aan boord hebben. Met hun lage lonen zijn de boetes te hoog om ze te kunnen betalen.

In de verte zie ik weer een politiebusje aankomen, het rijdt achter vluchtelingen aan. Het is een kat-en-muisspel die wordt gewonnen door de vluchtelingen, de politie lijkt er echter totaal niet mee te zitten.

De meeste vluchtelingen die ik aanspreek beheersen de Engelse taal amper/niet, waardoor ik me afvraag hoe zij zich gaan redden in Engeland. Wanneer ik ze vraag waarom ze naar Engeland vertrekken, denken ze dat er een mooi huis op hen wacht. The government will pay us 6000 pounds each and we will work. Als ik ze vertel dat in Engeland de banen niet voor het oprapen liggen wanneer je illegaal bent kijken ze me stomverbaasd aan.

De kans dat men een succesvolle oversteek maakt is overigens nihil. Sommigen zijn volhardend en proberen maandenlang (dagelijks) de oversteek te maken. Het zijn vooral jongemannen, ik zie geen gezinnen op het kamp. Dat men gemiddeld 1500 euro heeft betaald aan mensenhandelaren is apart te noemen. Soms wordt het bedrag niet ineens betaald dan wordt er gedreigd en moet je soms met rente het restant betalen.

De mensensmokkelaars zijn op het oog de grote winnaars in deze kwestie, die op menselijk gebied verder alleen maar verliezers kent. Het verschil tussen economische- en politieke vluchtelingen kan ik niet maken en vergt een gedegen onderzoek van de autoriteiten. Na ongeveer 40 vluchtelingen te hebben gesproken merk je wel dat men onderontwikkeld is en geen besef heeft waar men aan begonnen is. Laat staan waar het eindigt.

Ik stink, na drie dagen dezelfde de kleren te hebben gedragen, mijn haren staan alle kanten op. Maar ik ben wel weer wijzer geworden in wat voor wereld wij leven. Het kan hard zijn, meedogenloos en hartverscheurend. Door aan elke vluchteling een economische waarde/etiket te plakken ontneem je hen iedere vorm van menselijkheid. Het is slechts een van de vele factoren die men dient mee te wegen. We are not savages, we are humans!, schreeuwt een Soedanese vluchteling me keihard toe. Je hebt gelijk vriend, we zijn allemaal mensen maar de savages in hun ivoren torens beslissen over de humans.

Site: Gerography

Geef een reactie

Laatste reacties (36)