1.632
30

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Op naar de triple-dip?

In vroegere tijden stegen politici naar aanleiding van een crisis nog wel eens boven zichzelf uit, maar nu zit duidelijk de patatgeneratie op het pluche

Herinnert u zich nog de goed-nieuws show van drie maanden geleden. De crisis was voorbij, stelde minister Dijsselbloem. Het ergste lag achter ons. De huizenmarkt trekt weer aan, stelde minister Blok. Het onderliggende herstel is sterker dan gedacht, stelde minister Kamp. Alles leek volgens plan te gaan.

Voor wat betreft haar economische beleid heeft het kabinet vanaf het begin tamelijk doorzichtig ingezet op een verkiezingsstrategie: eerst een aantal jaren bezuinigen en buffers opbouwen, vervolgens de vrijgemaakte miljarden weer uitgeven om daarmee de economie aan te jagen en de verkiezingen in 2017 te winnen.

De burgers krijgen in feite een sigaar uit eigen doos, maar wordt een prachtige economische moraliteit voorgeschoteld: de situatie was moeilijk, maar we zijn niet voor onze verantwoordelijkheid weggelopen. We hebben de impopulaire maatregelen genomen, harde saneringen en structurele hervormingen doorgevoerd (in werkelijkheid vooral lastenverzwaringen en bezuinigingen). Nu begint dat beleid zijn vruchten af te werpen. We hebben de economie weer gezond gemaakt en de weg naar herstel is ingezet.

Politiek van de patatgeneratie
In normale tijden zou men politici wellicht vergeven dat ze economisch beleid ondergeschikt maken aan de electorale cyclus, maar Rutte en consorten hebben de nasleep van de ernstigste crisis sinds de Grote Depressie aangegrepen voor een reeks onversneden verkiezingsbegrotingen. Dat kan dan natuurlijk ook verkeerd uitpakken en bijvoorbeeld leiden tot een derde dip in wat wel de Grote Recessie wordt genoemd. Het kan de economie in een deflatoire val verstrikken. Het kan leiden tot het Japanscenario ― een langdurige economische crisis waar bijna niet uit te ontsnappen is. Dat de Europese Centrale Bank onlangs de rente naar bijna niets verlaagde is een teken aan de wand. (Nee, dat is niet louter voor de zuidelijke landen. Ook Nederland loopt een groot risico om in een deflatoire spiraal terecht te komen.)  Kennelijk gaat het toch allemaal niet zo goed.

In vroegere tijden stegen politici naar aanleiding van een crisis nog wel eens boven zichzelf uit, maar nu zit duidelijk de patatgeneratie op het pluche. Die zijn meer geïnteresseerd in de korte-termijn successen die behaald kunnen worden met politieke poses en beeldvorming, dan in een serieuze aanpak van de aandurende malaise. De regering heeft gekozen voor de weg van de minste weerstand, is vervallen in sleetse beleidsrecepten en volstaat met een politiek die tegemoet komt aan de onberedeneerde, atavistische respons van de kiezers op iedere crisis ― we moeten bezuinigen en de broekriem aanhalen. In de buitenlandse pers spreekt men in dit verband wel van “septaphobia” ― jaren-zeventigvrees. Voor veel kiezers is iedere crisis een herhaling van het jaren zeventig scenario ― een ziekelijk opgezwollen overheid verstikt de economie en geeft teveel geld uit en dat leidt tot economische stagnatie en inflatie. Antwoord: afslanken, bezuinigen en een harde munt. Jammer genoeg is dat een recept dat de huidige problemen alleen maar verergert.

Duits keurslijf
Het is misschien niet helemaal fair om de Nederlandse regering de schuld voor de aandurende crisis aan te wrijven. Net als hun Europese collega’s zitten Nederlandse politici voor wat betreft het financieel-economisch beleid in een Duits keurslijf. De toon voor het beleid in de Eurozone wordt duidelijk in Frankfurt en Berlijn gezet, niet in Amsterdam en Den Haag. De mislukking van de Franse president Hollande, die Keynesiaans wilde gaan stimuleren, laat zien dat het Europese raamwerk geen ruimte laat voor een alternatieve aanpak. (De slechte pers die Frankrijk krijgt, is overigens overdreven en erg ideologisch geladen. Frankrijk heeft het in de periode 2007-2013 bijvoorbeeld economisch nog steeds beter gedaan dan Nederland.) Hollande mocht natuurlijk als soeverein leider zijn eigen economische politiek voeren, maar wel binnen de begrotingskaders die Duitsland via Brussel aan de landen van de Eurozone oplegde. Het is lastig om de economie aan te zwengelen met bestedingen en investeringen als de begrotingstekorten binnen de 3-procentsnorm moeten blijven. Duitsland heeft op financieel gebied een jurist aan het stuur, Wolfgang Schäuble, die zijn ministerie heeft bemenst met nog veel meer juristen. Daar komt deze hang naar regeltjes vandaan en de Duitse obsessie met de juridische kaders voor financieel en economisch beleid. Deze juridisering van financieel en economisch beleid, deze inkadering van de beleidsruimte, is geen succes. De kredietcrisis heeft laten zien dat we niet blind moeten varen op economen. Het echec van de Eurozone toont nu aan dat we op financieel en economisch gebied met juristen niet veel beter af zijn.

Dit is de wereld en de Eurozone zoals die is en een klein land als Nederland heeft daar slechts marginaal invloed op. Dat is allemaal waar. Maar Dijsselbloem had ook tegengas kunnen geven, vast kunnen houden aan de beloftes waarmee de PvdA de verkiezingen hadden gewonnen, in plaats van een zetbaas te worden van Schäuble. Hij is verworden tot de vriendelijke, Nederlandse spreekbuis van het Duitse beleid. Dat heeft geen succesvol antwoord op de financiële crisis opgeleverd. Het heeft hem uiteindelijk ook niet de Europese functie gebracht die hij ambieerde. 

Geef een reactie

Laatste reacties (30)