380
1

Het Beste Idee is een jaarlijks verschijnende bundel van uitgeverij De Wereld waarin meer dan honderd wetenschappers, journalisten en kunstenaars vertellen wat zij het beste idee van het voorbije jaar vonden, op hun eigen vakgebied of daarbuiten, van henzelf of van een ander, in binnen- of buitenland.
De ingezonden ideeën gaan over politiek, filosofie, mens en maatschappij, innovatie, computers, geschiedenis en toekomst, theorie en praktijk. Soms behandelen ze grote algemene zaken en soms zijn ze concreet en klein. Door de bonte samenstelling ontstaat er een kruisbestuiving van ideeën. Sommige ideeën wringen met andere, alle ideeën wringen ergens met de werkelijkheid.

Op naar een Brainbook!

Anton Nijholt: Vergeet die digitale webpaginas en hun adressen op je laptop of PC, op naar een Brainbook in je hoofd!

Het Beste Idee van 2013 is een bundel waarin 150 wetenschappers, journalisten, schrijvers, filosofen en kunstenaars vertellen wat zij het beste idee vinden dat ze het afgelopen jaar hebben gehoord, gelezen of bedacht. Joop publiceert de komende dagen een selectie van die bijdragen. Deze keer: Anton Nijholt

Ideeën zijn niet altijd aan een jaartal te koppelen. In 2013 zien we dat een aantal ideeën dat betrekking heeft op het meten, interpreteren en stimuleren van hersenactiviteit bij elkaar komt en dat de daarbij behorende toepassingen vorm beginnen te krijgen.

Mede gedreven door commerciële mogelijkheden zien we dat er nu al betaalbare producten op de markt komen voor het meten en stimuleren van hersenactiviteit, terwijl er tegelijkertijd wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen zijn die het mogelijk maken om hersenactiviteit te meten, onder meer via eenvoudig aan te brengen en weer te verwijderen electroden-tatoeages of het onder de schedel verspreiden van ‘neural dust‘.

In beide gevallen gaat het om piepkleine electroden-sensoren die hersenactiviteit kunnen meten en draadloos kunnen verzenden. Kennis van die hersenactiviteit leidt bijvoorbeeld tot kennis over een mentale of een gemoedstoestand, maar ook tot kennis over handelingsbereidheid en de manier om bepaalde handelingen uit te voeren. Mensen kunnen leren hoe ze dergelijke hersenactiviteit kunnen manipuleren en aan de buitenwereld kenbaar kunnen maken via hersenactiviteitsensoren en actuatoren.

Hersenactiviteit kan geïnterpreteerd worden. Waar komt die uit voort? Welk deel van de hersenen met welke functionaliteit is erbij betrokken? Wordt die activiteit veroorzaakt door externe stimulansen (zien, ruiken, horen, voelen), de wens invloed uit te oefenen op de buitenwereld, of simpelweg de buitenwereld toegang te geven tot hersenactiviteit die onze gemoedstoestand of onze rondzwevende gedachten weergeeft? Het is nog lang niet vanzelfsprekend, maar deze mogelijkheden worden zichtbaar in experimenten. De technologieontwikkeling en commerciële belangstelling spelen hierop in.

In 2013 zien we experimenten waarbij hersenactiviteit van een persoon naar een ander persoon wordt doorgespeeld, met als doel het handelen van die persoon te beïnvloeden. Een concrete gedachte valt nog niet te achterhalen. Maar een gemoedstoestand of een globale indicatie van het onderwerp zijn wel te achterhalen. Het detecteren van hersenactiviteit om een prothese aan te sturen, is op dit moment vrijwel een vanzelfsprekende toepassing. Het aansturen van een menselijk handelende robot of een met hersenactuatoren aan te sturen mens is een logische stap die zichtbaar wordt in het huidige onderzoek.

Samenwerken en het verbeteren van samenwerking op grond van te meten en te beïnvloeden collectieve hersenactiviteit is niet ver weg meer. Het vooruitzicht van het delen van je hersenactiviteit, of liever de interpretatie ervan en de (al of niet gewenste) beïnvloeding van je hersenactiviteit op grond van andermans hersenactiviteit via Facebook-achtige media,  is realistisch en is niet langer sciencefiction. Vergeet die digitale webpaginas en hun adressen op je laptop of PC. Op naar een Brainbook in je hoofd!

Anton Nijholt studeerde informatica in Delft, promoveerde in Amsterdam en vervolgde daarna zijn loopbaan als onderzoeker naar de manier waarop we computers kunnen leren omgaan met mensen. Dat gebeurde aan een aantal verschillende universiteiten in Nederland en daarbuiten. Aan de Universiteit Twente stond hij aan de basis van de onderzoeksgroep Human Media Interaction. Een boek gewijd aan humor in computergames is in voorbereiding.

Geef een reactie

Laatste reactie