1.646
19

Beleidsmaker

Joost-Jan Kool is 35 jaar oud en is de trotse vader van drie kinderen. Vindt van veel dingen wel wat en houdt ervan dat op te schrijven. Werkt als beleidsmedewerker bij een kleine gemeente. Daarnaast groot sportliefhebber.

Opa’s plofkip

Het probleem gaat veel verder dan de manier waarop we met een dier omgaan of hoeveel CO2-uitstoot een methode genereert

Vroeger kocht mijn opa elk jaar 30 vleeskuikens en mestte die vet in één van de vele schuurtjes op zijn erf. Na een week of 6 waren ze klaar om geslacht te worden. Het vangen ging makkelijk, want waar ze bij de start van hun verblijf nog een beetje bewegingsvrijheid hadden, zaten ze nu vet en onbeweeglijk opeengepakt in het hok.

Het klinkt misschien barbaars, maar dat slachten was een feest; we kwamen er speciaal een weekend voor logeren. Eerst hing mijn opa de dieren, vijf op een rij, aan hun poten op in een stropje. Vervolgens sneed hij met een scherp mes de koppen eraf. Nadat ze uit gesparteld waren, dompelde hij de kippen onder in kokend heet water, zodat de veren goed loslieten. Vervolgens werden de laatste verenrestjes weg geschroeid boven een spiritus vuurtje in een sigarenblik. Die geur van verbrande veren vermengd met de zurige lucht van de spiritus zal ik nooit vergeten. Tenslotte werden de ingewanden uit de kip gehaald, deed mijn oma ze in grote zakken en waren ze klaar om de vriezer in te gaan.

Mijn opa en oma hadden zelf geen vriezer, maar huurden een kluis bij de coöperatieve diepvries in het dorp. Die diepvries was een avontuur op zich. Eerst moest je de sleutel ophalen bij de beheerder, vervolgens kwam je in een klein toegangsportaaltje waar dikke jassen voor de bezoekers hingen. Daarna moest er een heel grote deur worden geopend en liep je de vrieskou in. Het grootste deel van de kippen werd daar opgeslagen. Het mooiste van alles was het weer naar buiten gaan, omdat het buiten dan zo lekker warm aanvoelde. De volgende dat aten we de eerste, overheerlijke vette kip.

Afgelopen week, toen de stichting Wakker Dier de Facebook-pagina van Albert Heijn torpedeerde met een actie gericht tegen de stuntverkoop van plofkippen, moest ik weer eens terugdenken aan die gezellige slachtpartijen van vroeger. Ik besefte dat die op elkaar gepakte beesten van mijn opa ook gewoon plofkippen waren. Maar daar hoorde je toen nog niemand over. En als dat wel het geval was geweest, denk ik niet dat mijn opa zich daar veel van aangetrokken had. Voor hem was een dier iets dat je kon gebruiken of opeten, een product.

Op zich niet heel erg vreemd, want in de periode dat hij werkzaam was in de agrarische sector, werd het zo intensief mogelijk houden van vee gezien als een vorm van economische vooruitgang en werd dat van alle kanten gestimuleerd. Volgens mij is daarin niet veel veranderd en weegt ook tegenwoordig het economische belang zwaarder dan het welzijn van het dier. Verschil is echter dat het tegengeluid sterker is geworden.

Zelf zit ik er eerlijk gezegd nogal dubbel in. Als ik foto’s van ontplofte, half zieke kippen zie, neem ik me direct voor om alleen nog maar kippen op te eten die een heel gelukkig leventje hebben gehad. Maar als ik vervolgens in de supermarkt sta en de prijzen vergelijk, slaat de twijfel weer toe. Op een dergelijk moment komt een rapport als dat van de Wageningen onderzoeker Sanne Dekker uitstekend van pas. Op basis van een onderzoek wat bij legkippen is uitgevoerd, concludeert zij namelijk dat het houden van plofkippen duurzamer is dan de biologische variant. Een uitstekende vluchtroute voor mijn knagende geweten.

Niet om mezelf goed te praten natuurlijk, maar soms weet ik het ook gewoon niet meer. Besluit ik net om biologisch vlees te gaan eten, blijkt opeens weer dat biologische veehouderij veel meer CO2-uitstoot veroorzaakt en dus slechter is voor het milieu. Alsof je een keuze moet maken tussen het welzijn van een kip of de toekomst van de wereld. Een onmogelijke opgave.

Volgens mij gaat het probleem dan ook verder dan de manier waarop met een dier wordt omgegaan en hoeveel CO2-uitstoot een bepaalde methode genereert. De kern van het probleem lijkt mij dat we veel te veel vlees eten en dat elke vorm om in die behoefte te voorzien, wel ergens schadelijk voor is.

De plofkippen van mijn opa werden verdeeld over familie en kennissen en kwamen alleen op tafel als er iets te vieren was. Er werd gefokt naar behoefte. Wat dat betreft was de methode van opa zo gek nog niet. Hij had ze alleen een iets groter hok moeten geven.

Volg Joost-Jan Kool ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (19)