7.124
11

Leraar, lerarenopleider en publicist.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist. Hij staat nummer 2 op de kieslijst van de nieuwe partij NLBeter.

Oppompen van een lekke fietsband

Slob en Van Engelshoven vergeten, net als Plasterk indertijd, dat slecht bestuur de knelpuntfactor van het onderwijs is

8.5 miljard voor het wegwerken van achterstanden in het onderwijs. De ministers Van Engelshoven en Slob bieden de jeugd perspectief in zware tijden. Zo heet het dan, in het persbericht. Vraag is wel; gaat het helpen?

Aan het bedrag zal het niet liggen, 8,5 miljard is op een budget van 40 miljard een forse vergroting. Zo vlak voor de verkiezingen hebben de onderwijsministers hiermee hun reputatie aanzienlijk versterkt. Degene die nu nog zeurt over schraalhans als keukenmeester van het onderwijs gedraagt zich als het welvaartsorgel dat niet tevreden te draaien is.

Onderwijs
Foto: ANP Robin van Lonkhuijsen

Van een aantal bedragen is ook duidelijk waar ze voor bedoeld zijn. Halvering collegegelden hoger onderwijs, 162 miljoen voor verloren tijd terugkopen voor promovendi en 644 miljoen om het groeiend aantal studenten in het hoger onderwijs te verwerken, stuk voor stuk heldere bedragen, gericht op een herkenbaar doel.

Hoe anders is dat bij achterstandsgelden voor het algemeen vormend onderwijs. 6600 basisscholen ontvangen het komend schooljaar gemiddeld 180.000 euro. 650 middelbare scholen krijgen gemiddeld ruim 1,3 miljoen euro. Alles bij elkaar een totaalbedrag van 6 miljard euro voor het wegwerken van leerachterstanden door corona. Hoe dat geld wordt uitgegeven is aan de school. En precies bij die decentrale aanwending zit de frictie. Want niemand weet hoe je achterstanden, die zowel kwalitatief als kwantitatief nog onbekend zijn, we zitten immers midden in een pandemie, kan wegwerken.

Het antwoord van de ministers luidt; hulp op maat. De school gaat de aanwending regisseren vanuit de specifieke behoeft aldaar. Dat is makkelijk gezegd, maar lastig gedaan. Allereerst zijn de observaties over achterstanden divers, persoonsgebonden en intuitief. Iedereen ziet iets anders, vanuit zijn eigen ervaring en opvattingen. Langs deze bewegelijke informatie geld uitgeven, is een recept voor verspilling. Hoe dat werkt is ook bekend. Het is in het onderwijs namelijk vaker gedaan.

Ga mee terug naar onze vorige grote crisis, de kredietcrisis, in 2008. Alexander Rinnooy Kan constateert in een arbeidsmarktrapport naast een kwantitatief een kwalitatief lerarentekort. Het opleidingsniveau van leraren daalt. En snel ook. Dat is erg, want kinderen leren minder op school als ze les krijgen van minder slimme leraren. In 2008 maakt de toenmalige minister Plasterk een miljard euro per jaar vrij om daar wat aan te doen. Scholen mogen zelf beslissen hoe. Gevolg? Het opleidingsniveau daalt verder. Schoolbesturen vinden andere zaken dan het opleidingsniveau namelijk ook belangrijk, de budgetvergroting verdwijnt in een zwart gat.

En dus groeit het kwalitatieve en kwantitatieve lerarentekort. Ook het basisonderwijs rolt inmiddels deze steen als een volleerd Sisyfus voor zich uit. Bij het wegwerken van die achterstanden is dat uiteindelijk de grootste belemmering. Zonder leraren is een school snel klaar met wegwerken. En vanaf die constatering loopt de beleidstrein met miljarden definitief van de rails. Er is geld, de opvattingen gaan alle kanten op, de leraren ontbreken en ik en mijn collega’s weten dan waar dit eindigt. Elke school stelt van het nieuwe geld wat achterstandscoördinatoren aan, die gaan vanuit hun kantoren overbelaste leraren aansturen op nog harder werken. Geen kind gaat daar meer van leren op school.

En nee, dit is niet cynisch, maar een ervaringsargument ontleend aan eerdere budgetvergrotingen. Scholen kunnen niet individueel een collectief probleem oplossen. Daarvoor heb je een nationale aanpak nodig. En die is ook mogelijk, maar vereist wel meer regie en kennis. Inventariseer welke achterstanden welke kinderen belemmeren. Bedenk op basis daarvan wat we weten en wat we eraan kunnen doen. En ga daarna op zoek naar bemensing. In het algemeen vormend onderwijs staan 200.000 fte’s tegenover ongeveer 2 miljoen kinderen. Ingrijpen in de arbeidsverdeling ligt dan voor de hand. Iedereen met een onderwijsbevoegdheid gaat voor de klas, al het andere werk laten we even liggen, tot de rommel is opgeruimd.

Slob en Van Engelshoven vergeten, net als Plasterk indertijd, dat slecht bestuur de knelpuntfactor van het onderwijs is. Meer geld is dan als het oppompen van een lekke fietsband. In die chaos harken ouders die zelf hun problemen kunnen oplossen hun deel van de 8,5 miljard binnen. De ouders die dat niet kunnen, zien hun kinderen verder achteropraken. Kortom, het bedrag is prachtig, maar het ontbreken van een gerichte aanwending maakt het wat naïef. Diezelfde jeugd ontvangt daardoor amper rendement en mag straks wel die geleende 8,5 miljard terugbetalen. Dat is pas cynisch en vooral ook, onrechtvaardig.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)