1.086
29

Hans Groen [1963] is zelfstandig ondernemer en bestuurslid van
GroenLinks Midden-Drenthe. Geboren in Noord-Brabant en sinds 2002 woont
Hans Groen in Mantinge, Drenthe. Hans Groen is adviseur op het gebied
van organisatie effectiviteit en Supply Chain Management. en heeft
opleiding in bedrijfseconomie en logistieke bedrijfskunde. Als
fractielid neemt hij de verantwoording voor het webbeheer en is
recentelijk toegetreden tot het bestuur voor het financiele beheer. Hij
heeft een eigen weblog op http://hgroen.wordpress.com/

Oppositionele strategie

Na een jaar Rutte zijn de verhoudingen tussen de partijen weinig veranderd, ondanks de harde en scherpe maatregelen van het kabinet

De onduidelijke strategie van de oppositie speelt dit kabinet in de kaart. Zonder al teveel problemen laveert Rutte tussen de oppositie en haar gedoogpartner. De oppositie kan echter veel meer halen uit de huidige verhoudingen als zij haar positie beter uitspeelt en haar strategie aanpast.


Deze constructie richt zich op het uitschakelen van de oppositie om een maximaal resultaat te behalen als het gaat om het verwezenlijken van de doelstellingen. Een meerderheidscoalitie kan in principe elk gewenste maatregel doorvoeren mits de partijen in deze constructie loyaal zijn aan de coalitie doelstellingen. De invloed van de betrokken partijen is dan maximaal. Indien het uitsluiten van de oppositie elementair is, zullen de betrokken partijen sterk meegaand in elkaars gedachtegoed. Het vereist wel een grote mate van overeenkomstigheid in standpunten en opvattingen om vroegtijdige breuk te voorkomen. Deze vorm werkt het beste als slechts over 1 flank wordt geregeerd.  Het nadeel van deze vorm is dat het onderscheidend vermogen van de partners wegvalt. Het beleid is het gemiddelde van de betrokken partijen. Sterk onderscheidende standpunten zijn niet gewenst omdat deze de samenwerking kunnen belemmeren.

Oppositioneel
De directe tegenhanger van de coalitie. Doordat de coalitie strategie er zich op richt om de oppositie uit te schakelen, zullen voorstellen van de oppositie altijd het onderspit delven. He resultaat zal dan minimaal zijn als het gaat om gerealiseerde voorstellen. Daarentegen is het profiel maximaal. Het zich zonder terughoudendheid kunnen afzetten tegen de coalitie levert constant conflicten die een hoge nieuwswaarde kennen.

Gedogen
De gedoog strategie is de methode met het minste risico maar met de meeste invloed.  De partij legt zich niet volledig vast op de coalitie doelstellingen, maar is door zijn strategische positie wel in staat om veel voorstellen te realiseren. Het is voor een coalitie de minst gewenste oplossing omdat het beleid enerzijds verwatert en anderzijds een noodzakelijk kwaad om de coalitie te continueren. De gedoogpartij behoudt wel haar vermogen om zich te onderscheiden tov de coalitiepartners.  De kans op conflict en breuk is in deze constructie wel groter dan in de coalitie strategie. De mogelijkheid om de steun in te trekken hangt als een zwaard van Damocles boven de partijen. De coalitie wordt in deze duidelijk gegijzeld door de gedoogpartij.

Constructief
Vanuit het standpunt van beleidscontinuïteit is samenwerking aanbevelenswaardig, maar levert maar beperkt resultaat. De coalitie kan zonder meer aan cherry picking doen, zonder werkelijk daardoor in de problemen te komen.

Voor de partijen die een constructieve strategie aanhangen, is de mogelijkheid om zich te onderscheiden erg lastig. Voor de buitenstaander lijkt het op het eten van 2 walletjes. Het profiel van deze partijen zal diffuus zijn, omdat de oppositie geen duidelijke keuze maakt tussen enerzijds haar eigen opvattingen en anderzijds het realiseren van beleidscontinuïteit.

Oppositionele keuzes
De huidige oppositie kenmerkt zich vooral door de ‘constructieve’ strategie. Het minderheidskabinet wordt op die punten gesteund die de oppositie van wezenlijk belang vindt en waar de coalitie geen steun krijgt van de gedoogpartner. Hierdoor behoudt de gedoogpartij zijn onderscheidende profiel, daar waar de constructieve oppositie een diffuus karakter krijgt. Voor de coalitie een gevaarlijke maar begaanbare weg. Het vraagt van de coalitieleden dat zij een nauwe band onderhouden met de oppositie om vooraf inzicht te krijgen in de mogelijke steun voor bepaalde voorstellen. De coalitie koopt zich als het ware in, zonder dat zij werkelijk een trade off hoeft te maken. Die trade off wordt gemaakt tussen steun van de gedoogpartij of die van de oppositie. De oppositie degradeert zichzelf hierdoor tot het 3e wiel aan de wagen.

De confronterende strategie levert wel veel aandacht op, maar slechts een marginaal resultaat. Dat is  een overweging voor een kleinere partij die zich ver op de flanken bevindt, maar de partijen die meer centraal staan is een dergelijke aanpak contraproductief. De coalitie heeft dan voldoende aanleiding om zich volledig van de oppositie af te keren en haar eigen beleid voor de volle 100% door te voeren. De oppositie heeft dan het nakijken en trekt tevens de schuld op zich.

Strategische verschuiving

Wat het model duidelijk laat zien dat de oppositie wel degelijk een keuze heeft. Wil zij enerzijds haar invloed vergroten en anderzijds haar profiel vergroten, dan zal zij richting de ‘gedoog’ strategie moeten opschuiven. De coalitie heeft namelijk een groot nadeel. Zij kent geen meerderheid. Deze wordt wisselend gevormd door of de gedoogpartij of door de oppositie. De coalitie weet tot op heden die constructie goed uit te spelen door tijdens informeel overleg goed te inventariseren waar de pijnpunten liggen en op grond daarvan kan zij de juiste deelstrategie kiezen. Zowel de gedoogpartner als de oppositie wordt op dat moment uitgespeeld. Zij worden feitelijk tegen elkaar uitgespeeld.

De oppositie kan tijdens het formele of informele overleg er voor zorgen dat er een koppeling ontstaat tussen haar standpunten en de beleidsopvattingen van de coalitie. Ze behoudt hierdoor haar invloed. De afhankelijkheidssituatie vermindert en versterkt het profiel van de oppositie. De oppositie verschuift hierdoor van een ontvangende klant naar een eisende klant die gaat concurreren met de gedoogpartij. Hiermee zet de oppositie de samenwerking tussen gedoogpartij en coalitie onder druk.

Uiteindelijk kan een scherp doorgevoerde strategische verschuiving naar de gedoogconstructie, de samenwerking tussen gedoogpartij en coalitie breken. Want naarmate de de koppeling tussen oppositie – en coalitiebeleid sterker wordt, verliest de gedoogpartij zijn invloed en daarmee valt voor de gedoogpartij de belangrijkste reden weg om de coalitie nog te steunen. De gedoogpartij zal dan neigen om op te schuiven naar de ‘confronterende’ strategie om haar profiel te behouden. Doet zij dat niet, dan verliest zij definitief haar unieke positie. De kans op marginalisatie neemt hierdoor toe voor de gedoogpartij.

Om het populair te stellen: De oppositie dient de telefoon te blijven opnemen, maar zich eens op te stellen als een oppositie die van belang is en niet dient terug te schrikken om aan dat belang consequenties en eisen te verbinden voor de coalitie. Voor de oppositie wordt het spel dan net zo precair omdat zij haar hand kan overspelen. Er zal dus goed gekeken moeten worden welke dossiers  aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Dat zal tijdens het informele overleg met de coalitie duidelijk gemaakt moeten worden. Dan wordt het interessant of de gedoogpartij werkelijk gaat schuiven naar een oppositionele rol of dat haar unieke propositie langzaam verdwijnt doordat de oppositie dezelfde strategische positie kiest.

In deze strategie is de oppositie de winnaar. Het belangrijkste is om de coalitie aan boord te houden. De kans is natuurlijk aanwezig dat de coalitie een dergelijke beleidskoppeling afwijst. In dat geval rest de oppositie weinig keus dan op te schuiven naar de ‘oppositie’ strategie. Een constructieve samenwerking levert dan geen resultaat en marginaliseert het profiel van de oppositie. De oppositie is dan volledig uitgespeeld. [stuck in the middle] De harde confrontatie is dan voor de wat langere termijn te verkiezen boven de constructieve strategie. De oppositie zal zich dan moeten beseffen dat de constructieve opstelling geen enkel resultaat zal opleveren en dient dan vooruit te kijken naar de volgende verkiezingen. In dat geval is profiel belangrijker dan resultaat.

Stuck in the middle
Een partij dat geen duidelijk keuze maakt in haar strategie, valt tussen wal en schip. Het resultaat zal marginaal zijn en het onderscheidend vermogen valt compleet weg. De aantrekkelijkheid van de partij voor nieuwe kiezers zal volledig verdwijnen en de trouwe kiezers zal gaan twijfelen en wordt vatbaar voor de aantrekkelijkheid van andere partijen. De basis van de partij valt dan langzaam weg en dit zal bij volgende verkiezingen desastreus kunnen uitpakken. Ook de partijleden zullen door het diffuse beleid zich onzeker voelen en hun motivatie om zich in te zetten voor de partij zal geleidelijk afbrokkelen.

Geef een reactie

Laatste reacties (29)