765
8

Hoogleraar kunst en economie (UVU/ HKU)

Giep Hagoort (1948) is hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit Utrecht/HKU. Hij introduceerde in 1992 het begrip Cultureel ondernemerschap. Het is oprichter-dean van de private Amsterdam School of Amsterdam. Zijn nieuwste boek gaat over samenwerkingsverbanden in de culturele sector (Cooperate. The Creative Normal, Eburon 2016). Vanaf 2014 leidt hij ERTNAM, European Research and Training Network on Art Management dat in 2017 lezingen en workshops verzorgde in Cagliari (Italië), Exeter (UK) en Moskou.

Oproep aan informateur Tjeenk Willink: zet de verbeelding in!

Nederland laat een grote energiebron ongebruikt als de kunst-en cultuursector niet een prominente plaats krijgt toebedeeld in de formatie

cc-foto: Marco Verch

De afgelopen week heeft de nieuwe redder des vaderlands, informateur Tjeenk Willink, laten zien dat het anders kan. Niet politici als eerste uitnodigen maar drie a-politieke voorlieden van respectievelijk het Sociaal Cultureel Planbureau, de Nationale Ombudsman en de Sociaal Economische Raad. Zo heeft de informateur in één klap zicht op actueel Nederland. Tenminste als het gaat om sociaal-culturele, economische en bestuurlijke urgenties.

Wellicht zullen veel sectoren nu denken waarom zijn wíj niet uitgenodigd: het buitenland, het onderwijs, wonen, etc. Maar er is één sector die wel heel nadrukkelijk gemist wordt: de kunst- en cultuursector. De voorzitter van de Raad voor Cultuur heeft geen uitnodiging ontvangen. Ik kom tot deze waarneming omdat ik onlangs onderzoek gedaan heb naar het wel en wee van deze sector, en naar hun bijdrage aan ons leven in het eerste coronajaar 2020 in het bijzonder. Een onderzoek dat ik samen heb uitgevoerd met de Boekmanstichting en Casco Art Institute, ondersteund door het BNG-Cultuurfonds.

Vijftien culturele organisaties zijn als een doorsnee van cultureel Nederland onderzocht naar hun betekenis voor de samenleving in een tijd die gekenmerkt wordt door afstandelijkheid, eenzaamheid, beperkte bewegingsvrijheid en veel kritiek op het bestuurlijk bedrijf. Wat bleek uit de vijftien portretten: de culturele organisaties laten in hun gemeente en regio een grote veerkracht zien, reageren alert in hun nieuwe zoektocht naar het publiek en schakelen al vrij direct kunstenaars in om de verbeelding ruim baan te geven. Overigens in heel concrete vormen via kunstbezorgdiensten, cultuurguerrilla’s, alternatieve kunstroutes en hybride performances, al dan niet ondersteund door social media.

Natuurlijk hebben de instellingen, inclusief de bibliotheken, ook oog gehad voor zelfstandige kunstenaars die werkloos en brodeloos thuis kwamen te zitten. Voor zover mogelijk zijn incidenteel situaties geschapen om deze kunstenaars toch in de culturele frontlinie te plaatsen. De hier geschetste actieve betrokkenheid kon mede ontstaan door de wijze waarop het merendeel van de wethouders en gedeputeerden de culturele infrastructuur als cruciaal voor de samenleving beschouwde.

Nederland laat een grote energiebron ongebruikt als de kunst-en cultuursector niet een prominente plaats krijgt toebedeeld in de formatie. De nu zo bejubelde informateur kan laten zien dat hij echt het verschil kan maken. Ik zou zeggen: laat u wekelijks bijstaan door een kunstenaar van dienst, gebruik voorbeelden uit de culturele sector hoe de dynamiek in de samenleving gestimuleerd kan worden. Zet de verbeelding cross-sectoraal in om de transitieproblemen rond het klimaat, de grote ongelijkheid en het wantrouwen in de politiek aan te pakken. En wat Europa betreft: kunstenaars en culturele organisaties hebben relatief veel internationale ervaringen. Zij kunnen in artistieke zin bijdragen aan een Europa dat verbinding en solidariteit bewerkstelligt. Door hun betrokkenheid dragen zij op bescheiden wijze bij dat Europa geen speelbal wordt in een morbide geopolitiek spel van de grootmachten VS, Rusland en China.

Nog een idee: beperk het gesprek niet alleen tot de voorzitter van de Raad voor Cultuur maar ga bijvoorbeeld de ontmoeting aan met urban creatives, bewoners van culturele kraakpanden en met talentvolle kinderen van wie de ouders geen geld hebben om muziekles te betalen. Kortom, gooi de luiken ook in cultureel opzicht open. En het is zo vanzelfsprekend dat ik het bijna zou vergeten: laten ook de politici een flink budget voor cultureel herstel vrijmaken. De nu nog steeds noodzakelijke strijd tegen de gevolgen van het cultuurvandalisme van Rutte I – in 2010 toegebracht door de toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra met een korting van € 200 miljoen (20% van het budget) – kan daarin meegenomen worden.

De informateur zou ik tot slot nog willen zeggen: natuurlijk hoort u al veel bekende verhalen aan uw tafels. U vraagt zich dan wellicht af waar de oorspronkelijkheid in de politieke bijdragen is gebleven. Op dat moment weet u: inderdaad ik moet het echt anders doen

Wat let u in de twee weken die u nog rest?

Het onderzoek Cultuur in tijden van corona: 15 portretten is hier te raadplegen.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)