6.339
51

Journalist/moeder

Mijn naam is Anita Borst, ik ben opgeleid als journalist en verpleegkundige. Ik heb ruim acht jaar in de psychiatrie gewerkt, en daarnaast schreef ik onder andere een wekelijkse column voor zwangerschapspagina.nl. Op dit moment schrijf ik voor het online magazine Kiind.nl en voed ik twee jonge kinderen op.

Opvoeden gaat niet om wie de baas is

Zullen we het eens hebben over het geven van het goede voorbeeld?

Een vriend van me werd vroeger thuis wel eens geslagen. Ik vond dat afgrijselijk, maar hij deed er zelf nogal luchtig over. “Toen ik 17 was sloeg ik mijn vader een keer terug en merkte ik dat ik sterker was dan hij. Daar schrok hij van. En sindsdien heeft hij me nooit meer geslagen.” Het recht van de sterkste in drie zinnen uitgelegd. Gelukkig is mijn vriend niet het type dat in het wilde weg om zich heen gaat trappen, maar moest het wel zo zijn dan zou het niemand verbazen. Hij had thuis niets anders geleerd dan dat.

Naar aanleiding van een paar jongeren die wél in het wilde weg om zich heen trappen klinkt nu ineens luid de oproep aan ouders om alsjeblieft weer aan het opvoeden te gaan. Niemand zal zo barbaars zijn om ouders aan te raden hun kinderen te slaan, maar een artikel als dat van Phaedra Werkhoven, hoofdredacteur van het tijdschrift Fabulous MAMA, bepleit wel degelijk het recht van de sterkste. “Uitgangspunt is (…) dat jij van het begin af aan de baas bent. (…) Kinderen zijn niet de baas.”

Is dat nu de kern van opvoeden? Dat jij het voor het zeggen hebt en dat je kinderen maar hebben te luisteren? Als je mevrouw van Werkhoven, of supernanny Jo for that matter, moet geloven wél. Ik vind het zelf een nogal simplistische benadering, die bovendien getuigt van een schrikbarend gebrek aan visie. Want kinderen die leren dat hun ouders de baas zijn, groeien op tot volwassenen. Volwassenen die hebben geleerd dat autoriteitsfiguren altijd de baas zijn, of volwassenen die nu eindelijk hun eigen recht van de sterkste willen laten gelden. Is dat wenselijk?

Ik ben zelf zo’n moeder die “het wel grappig vindt als haar kind assertief is”. Sterker nog, ik vind assertiviteit een zeer belangrijke kwaliteit in mijn kind. Volgens mevrouw Werkhoven ben ik dus een moeder die bang is om hard te zijn. Ik zie dat zelf anders. Ik voed mijn kind niet op om te volgen, maar om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Vanaf het begin. En daarom overleg ik met mijn kind. Ik laat hem zien waarom ik bepaalde keuzes maak, ik laat hem zien en ervaren wat de gevolgen zijn van verschillende keuzes, ik laat hem er zelf over nadenken. Mijn kind hoeft de dingen die ik van hem vraag niet te doen “omdat ik het zeg”. Ik heb tien keer liever dat hij met een goed argument komt om níet te doen wat ik van hem vraag. Omdat hij er dan zélf over heeft nagedacht.

Mijn kind is assertief, ja. Hij heeft geleerd dat hij zelf keuzes kan en mag maken, en dat hij daar ook zelf de gevolgen voor kan en moet dragen. Dus als hij per se geen wanten aan wil, dan krijgt hij koude handen. Ik ben zijn moeder, dus ik neem zijn wanten mee in mijn tas voor het geval hij zich halverwege de wandeling bedenkt. Want ook dat mag. Maar ik ga hem niet dwingen om zijn wanten aan te trekken. Hij ziet er snel genoeg zélf het nut van in, dat hoef ik niet op te leggen.

En zo hoef ik mijn kind ook niet te dwingen om rekening te houden met anderen. Hij ziet en ervaart dat ik rekening houd met hem, en dat dat prettig is. Hij merkt dat het niet altijd wenselijk is om precies te doen wat hij zelf wil. Als hij gaat schreeuwen terwijl zijn babyzusje slaapt, dan wordt ze wakker, gaat ze huilen en kan hij zijn muziek niet meer horen. Dit weerhoudt hem er niet altijd van om zijn zusje wakker te maken, ik bedoel, hij is drie. Maar hij overziet wel de gevolgen van zijn acties. Had ik hem met harde hand op de gang gezet, wat had hij dan geleerd? Dat hij gestraft wordt als hij doet wat hij leuk vindt. En misschien zelfs wel dat hij, als hij later groot en sterk is, zijn eigen kinderen mag straffen als zij doen wat zij leuk vinden. Immers, “kinderen zijn niet de baas”.

Ik snap de hele paniek om het opvoeden eigenlijk niet zo goed. De meeste kinderen groeien op tot leuke, verantwoordelijke volwassenen die het prettiger vinden om met anderen samen te werken dan om ze kapot te trappen. Om nu de opvoedingsvaardigheden van een complete generatie ouders in twijfel te trekken naar aanleiding van een handvol incidenten lijkt mij schieten met een kanon op een mug. Maar als we het dan toch over opvoeden gaan hebben, zullen we het dan eens niet hebben over wie er de baas is en over methodes om de kinderen onder de duim te houden? Zullen we het dan eens hebben over het geven van het goede voorbeeld? Door bijvoorbeeld onze kinderen te behandelen met het respect dat we ook verwachten van collega-volwassenen. Door onze kinderen serieus te nemen. Door ze te leren zelf na te denken in plaats van enkel te volgen. Dat lijkt mij een stuk zinvoller dan spierballenpraat over volwassenen die kinderen de baas moeten. Kom op zeg, je gaat toch ook geen kinderen slaan? 

Geef een reactie

Laatste reacties (51)