867
3

Advocaat, VVD-lid

Sidney Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam. Hij werd in 2001 beëdigd als advocaat, daarvoor werkte hij in de Tweede Kamer (VVD). Hij specialiseerde zich in het strafrecht, cassatie en de bijstand aan minderjarige verdachten. Hij legt zich geheel toe op de strafpraktijk. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar (complexe) zedenzaken en zware criminaliteit. Zo stond hij onder andere een verdachte bij in de Amsterdamse Zedenzaak. Sidney Smeets publiceerde eerder over zowel strafrechtelijke als historische onderwerpen. Bij uitgeverij Balans verschijnt in september het boek De Hypocrisie van de Achterdeur. Waarom het Nederlandse Softdrugsbeleid onhoudbaar is, dat hij samen met zijn kantoorgenoten Gerard Spong en Tim Vis schreef.

Orgaandonatie: van wieg tot graf

D66 wil het donorsysteem veranderen omdat er te weinig donoren zijn, maar het huidige systeem is discriminatoir en sluit daarmee onnodig donoren uit

Als het aan D66 ligt wordt het lichaam ‘staatsbezit’. Iedere Nederlandse burger zou volgens het voorstel bij zijn geboorte direct orgaandonor moeten worden en alleen door een actieve handeling kan de burger nog voorkomen dat zijn organen te zijner tijd geoogst worden.

Het is al een oude discussie. De term ‘staatsbezit’ werd in de jaren ’90 van de vorige eeuw door Frits Bolkestein (VVD) geopperd. De discussie rondom organen komt uiteindelijk neer op de vraag of je kiest voor ‘nee, tenzij’ of ‘ja, mits’. Wel of geen donor. Het huidige systeem is gebaseerd op een register waarin de burger zich kan registreren met een ‘Nee’ of een ‘Ja’. Je bent dus geen donor tenzij je je actief inschrijft in dat register. D66 wil van dat systeem af. In het nieuwe voorstel is iedereen donor, mits je je niet uit hebt geschreven. Dat wilde de partij, zoals gezegd, al in de jaren ’90, maar ondanks een D66 minister (Els Borst) kreeg men er de handen niet voor op elkaar.

De gedachte is sympathiek. Er zijn te weinig donoren en door iedereen donor te maken vergroot je dat aantal drastisch. Toch is de discussie rondom orgaandonatie altijd een beetje vertroebeld geweest. Een vaak gehoord sentiment is dat iemand die geen donor is ook geen donororganen zou moeten mogen ontvangen. Er wordt in de campagnes vaak een schuldgevoel gecreëerd, dat het asociaal zou zijn je niet als donor te registreren.

Formeel mag iedereen zich ook als donor registreren: ‘Indien er geen aanwijzingen zijn voor een risico op overdracht van een besmettelijke ziekte, zullen de organen worden aangeboden voor transplantatie’ laat de Nederlandse Transplantatie Stichting in een e-mail weten.

Maar wanneer is er dan sprake van zo’n risico? De stichting blijkt daarbij risicogroepen te hanteren. Mensen die tot zo’n groep behoren kunnen zich wel als donor inschrijven, wellicht vanuit dat eerder benoemde schuldgevoel, maar hun organen zullen ongebruikt blijven. Om welke groepen het gaat is opgenomen in het zogenaamde Modelprotocol. Daarin valt op pagina 96 te lezen wie absoluut is uitgesloten van weefseltransplantatie. Onder andere: mannen die de afgelopen vijf jaar seksueel contact hebben gehad met een andere man.

Nu is weefseltransplantatie iets anders dan orgaantransplantatie. De behoefte aan weefsel is minder dringend zodat men zich kan veroorloven er strengere eisen aan te stellen. Dat staat ook met zoveel worden in het protocol. Echter de genoemde risicogroepen komen ook bij orgaandonatie om de hoek kijken. Voor orgaandonatie geldt dat de arts de nabestaanden moet vragen naar ‘risicovol seksueel gedrag’. Desgevraagd legt de Nederlandse Transplantatie Stichting in een e-mail omslachtig uit dat risicovol seksueel gedrag hetzelfde is als het gedrag dat op pagina 96 omschreven wordt: seksueel contact tussen mannen. Zo is de cirkel rond.

Formeel wordt dus niet gevraagd naar seksuele geaardheid. Homoseksualiteit is een in Nederland geaccepteerde leefvorm, zo heet het vroom. Er wordt gevraagd naar risicovol seksueel gedrag en daarbij maakt het niet uit of het om een homo of een hetero gaat. Maar het is toch moeilijk voorstelbaar dat er in Nederland veel homo’s rondlopen die in de vijf jaar voorafgaand aan hun overlijden geen seksueel contact hebben gehad met een andere man. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om veilig seksueel contact of niet. Homoseksueel contact is immers volgens dit protocol altijd risicovol.

De heteroseksuele man die ieder weekend met een andere vrouw onbeschermde seks heeft valt formeel niet onder een risicogroep en is dus niet van donatie uitgesloten. Ook niet als hij inmiddels het hele scala van platjes, druipers en zo meer achter de rug heeft. Tenzij hij toevallig een van die SOA in de zes maanden voor zijn overlijden heeft gehad. Seksueel actieve homoseksuelen zijn echter volgens de stichting altijd risicovol, zo blijkt.

Een kanttekening is wel op zijn plaats. Volgens de Transplantatie Stichting wordt ‘bij orgaandonatie (…) per geval door een arts het risico ingeschat, en de betrokken arts beslist in overleg met de arts van de ontvangende patiënt of een orgaan wordt geaccepteerd’. Ook is er nu een project waarbij mensen met HIV ervoor kunnen kiezen organen van HIV-positieve donoren te ontvangen.

Hoe het in de praktijk gaat blijft echter vaag. De genoemde criteria blijven immers van toepassing en aangezien ieder homoseksueel contact als risicovol wordt bestempeld is niet moeilijk voor te stellen dat die enkele wetenschap omtrent de seksuele geaardheid voor een arts voldoende is om te weigeren.

Voor een systeem waarbij iedereen automatisch donor is valt veel te zeggen, maar dan dient eerst goed gekeken te worden naar het huidige beleid. Echte veiligheid ontstaat pas wanneer daadwerkelijk risicovol seksueel gedrag wordt uitgesloten. Het huidige systeem creëert slechts schijnveiligheid, is discriminatoir en sluit daarmee, onnodig, veilige donoren uit.

Volg Sidney Smeets ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (3)