Laatste update 15:11
1.054
10

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

De ouderwetse mannelijke medische visie moet doorzien en veranderd worden

Het gebruik van geneesmiddelen heeft niet alleen een biologische kant, maar wordt ook bepaald door wat we maatschappelijk als een probleem hebben leren te zien. De motivatie voor het schrijven van Ivan Wolffers nieuwe roman ‘Broer van God’ komt hier vandaan.

cc-foto: Mathew Simpson

In 1969 verscheen het boek ‘Our bodies, ourselves’ van een Amerikaans vrouwencollectief dat hun lichaam voor zichzelf opeiste. Was dat dan niet van hen? Nee, zeker niet. Het waren mannen die bepaalden wat ermee moest gebeuren. Vrouwen moesten kinderen voortbrengen en dat leerde ik als jonge medische student in die tijd dan ook. Dat gebeurde impliciet overigens. Wij moesten ons verdiepen in de reproductieve gezondheid van vrouwen (iets dergelijks ontbrak voor mannen) en dat er ook aandacht zou moeten zijn voor de seksuele gezondheid van vrouwen was iets dat tientallen jaren ontbrak.

De geschiedenis van de geneeskunde zou herschreven moeten worden aan de hand van de kijk van mannen op vrouwen: object van verlangen waarvan het alleenrecht wordt opgeëist en dat vervolgens beschermd moet worden om ze de draagster moet zijn van het nageslacht. Freud deed de problemen van vrouwen in de cultuur van die tijd, van dubbele moraal rond hun seksualiteit, af met het begrip ‘hysterisch’. Ze waren gewoon een beetje gek doordat ze zich niet aan de realiteit van het begin van de twintigste eeuw aan konden passen. En toen ik in die geneeskunde mijn eerste stappen deed was het nog niet veel beter. Vrouwenartsen waren in het algemeen mannen. Slechts een op de tien vrouwenartsen was een vrouw en dat was in de jaren tachtig van de vorige week nog steeds zo. Het belangrijkste argument voor dat verschil was dat het gezinsleven niet te combineren zou zijn met zo’n zwaar beroep. Het zou nog tot 1996 duren voordat Jozien Holm de eerste vrouwelijke hoogleraar Gynaecologie en verloskunde werd. Dat is schokkend.

Het effect van deze overheersende aanwezigheid van mannen in de zorg voor vrouwen, niet uitsluitend in de vrouwengeneeskunde overigens, heeft grote gevolgen gehad op het denken over de gezondheid van vrouwen, op het wetenschappelijk onderzoek dat gedaan werd en op de behandelingen die daaruit voortkwamen. Het gebruik van psychofarmaca is altijd aanzienlijk hoger geweest bij vrouwen dan bij mannen. In de huisartsengroepspraktijk waar ik in de jaren zeventig werkte, schreef een der artsen vaak Valium voor en als je naar zijn eigen huwelijk keek, begreep je dat ook wel een beetje. Het leek of mannen de problemen waarmee vrouwen kwamen ‘lastig’ vonden. Gebruik van benzodiazepinen lag op 10% van de bevolking, betrof vooral vrouwen, was hoger als ze uitsluitende huisvrouw waren en nam extra toe als ze ouder werden. Het schetst een visie op het vrouwenleven als je met kalmerende middelen de klachten van je vrouwelijke patiënten op probeert te lossen.

In die tijd verscheen dus dat boek uit Boston – de Nederlandse bewerking door Anja Meulenbelt verscheen in 1975 onder de titel ‘Je lichaam, je Leven’- en het heeft mede bijgedragen aan het ontmaskeren van de geneeskunde. Dat proces werd nog eens versterkt door introductie van ‘de pil’ en de opkomende discussie over abortus en wie daarover beslist, mannelijke dokter of vrouw. Dat haalde de discussies uit de spreekkamer.

Ook de overgang werd in de medische visie een hormonaal probleem dat met hormonen moest worden opgelost terwijl de feministische kijk erop veel meer ging over het gevoel van vrouwen overbodig te worden op de leeftijd dat hun reproductieve functies voorbij waren. Dat los je niet zo gemakkelijk op door vrouwen nog een tijdlang oestrogenen te laten slikken.

Ik heb er in mijn boek ‘Medicijnen’ veel over geschreven omdat het gebruik van geneesmiddelen niet alleen een biologische kant heeft, maar ook bepaald wordt door wat we maatschappelijk als een probleem hebben leren te zien en wie dat bepalen.

Inmiddels is de situatie in de vrouwengeneeskunde sterk verbeterd, voor elke twee mannelijke specialisten op dit gebied is er nu één vrouwelijke. Maar het kost veel meer moeite om de ouderwetse mannelijke medische visie te doorzien en te veranderen.

De motivatie voor het schrijven van mijn nieuwe roman ‘Broer van God’ komt hier vandaan.


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (10)