Laatste update 21:02
4.503
36

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Over het gelijk van Femke Halsema

Halsema doet wat nodig is voor de stad Amsterdam om radicalisering tegen te gaan en verdient onze steun

De loopbaan van Femke Halsema als burgemeester van Amsterdam is zeker niet zonder enige reuring van start gegaan. Was de nieuwe burgemeester eerder al uitgebreid in het nieuws omtrent de aanpak van criminaliteit en de situatie op de Wallen, nu is er weer nieuwe ophef. Namelijk over de plannen van Halsema om radicalisering tegen te gaan, en de zorgen die zij uitsprak over de ontwikkeling van het salafisme in Amsterdam.

Gelijk was er felle kritiek. Halsema zou haar voorganger Van Aartsen, die de samenwerking met salafisten wilde gaan, rechts inhalen. Zij zou levensbeschouwelijke standpunten willen verbieden, en niet meer willen praten met salafisten. Vrijwel al deze kritieken op Halsema zijn niet alleen misplaatst, maar feitelijk onwaar. Wat Halsema zei was namelijk helemaal niet dat ze niet meer met salafisten wilde praten, laat staan dat ze het salafisme wilde verbieden.

Radicalisering
In haar brief aan de Amsterdamse Gemeenteraad stelt Halsema inderdaad dat ze een andere benadering wil kiezen dan haar voorganger. Zo wil ze bijvoorbeeld ‘een solide wetenschappelijk netwerk opbouwen’ dat van advies zou kunnen dienen op het gebied van radicalisering. Ze concludeerde daarbij dat vrijwel alle meldingen van radicalisering in Amsterdam over jongeren die het jihadistische gedachtegoed aanhangen gaan. Problematiek rondom andere vormen van radicalisering speelt in Amsterdam dus minder, waardoor het logisch is dat er meer aandacht uitgaat naar islamitische radicalisering.

Bovendien wees Halsema erop dat, wat ook al blijkt uit onderzoek, criminele en jihadistische netwerken en milieus zich in Amsterdam mengen. Criminaliteit en radicalisering bestrijden zijn dus niet geheel los van elkaar te zien. In het bijzonder stelde Halsema zich zorgen te maken over de groei en ontwikkeling van het salafisme in Amsterdam, wat kan leiden tot het aanzetten tot haat, onverdraagzaamheid en zelfsegregatie. Iets wat wetenschappers en veiligheidsdiensten ook al uitgebreid geconcludeerd hebben.

Screening
Concreet wil Halsema om deze problematiek aan te pakken een betere screening voor ambtenaren die met vertrouwelijke informatie omgaan, en de mogelijkheid om stevigere maatregelen te nemen tegen individuen en instellingen die anti-integratieve en anti-democratische opvattingen verkondigen. Dit zijn uiteraard niet alle maatregelen die ze wil nemen, en op een later moment zal ze dan ook aan aantal andere aankondigen.

Maar is dat nou datgene waar haar critici zich zo over opwinden? Ja, Halsema lijkt aangaande het salafisme een stuk scherper te zijn dan haar voorganger Van Aartsen. Gelukkig maar. Het wordt tijd dat gemeenten de groei van het salafisme serieus gaan nemen als fundamentele uitdaging voor de samenleving. Want dat is het salafisme ook. Het is daarom cruciaal dat gemeenten stappen zetten om radicalisering in de toekomst te voorkomen en de groeiende invloed van het salafisme, wat gezien kan worden als een vorm van religieus extreem-rechts, in de toekomst tegen te gaan.

Want wat Halsema goed ziet, en Van Aartsen helaas nooit inzag, is dat niet alleen criminaliteit, maar ook salafisme de democratische rechtsorde ondermijnt. Net zoals dat criminele netwerken in Amsterdam en andere grote steden vanuit de onderwereld langzaam maar zeker de bovenwereld proberen binnen te dringen, en deze daarmee ondermijnen, zo probeert ook het salafisme vanuit de rafelranden van de samenleving geleidelijk aan het midden binnen te komen, onder meer door middel van het samenwerken en het aangaan van partnerschappen met de overheid.

De Haagse As-Soennahmoskee, die samenwerkte met de Gemeente en de politie (en waar Van Aartsen een groot voorstander van was) is hier een goed voorbeeld van. Het gedachtegoed wat in deze moskee werd uitgedragen ondermijnde direct diezelfde democratische rechtsorde waar de moskee mee samenwerkte. En dankzij die samenwerking verkreeg de moskee een zeker gezag en legitimiteit. In Amsterdam is die situatie niet heel veel anders.

Praten
Samenwerken met salafisten, juist in de strijd tegen radicalisering, is dan ook allesbehalve een goed idee. Betekent dat dat dat je als overheid totaal geen contact meer moet hebben met salafistische personen en organisaties, of er zelfs naar moet streven om het salafisme te verbieden? Zeker niet. Er is een groot verschil tussen samenwerken met en praten met. Dat eerste is, net als het verbieden van het salafisme, onwenselijk, dat laatste zeker niet. Halsema pleit voor het laatste. Haar critici op links, die de burgemeester te rechts vinden op dit terrein hebben dan ook net zo goed mis als haar eerdere rechtse critici die middels een petitie wilden voorkomen dat Halsema burgemeester zou worden. Halsema doet wat nodig is voor de stad Amsterdam om radicalisering tegen te gaan. En daarbij verdient ze onze steun.

Geef een reactie

Laatste reacties (36)