4.261
13

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Overdrijven met de overgang

De menopauze bestaat nog niet zo lang als je zou denken

Omdat ik geen televisie volg (te druk altijd maar met het wetenschappelijk nieuws om stukjes voor jullie te schrijven) merkte ik pas later via FB en twitter dat er iets met de overgang aan de hand moet zijn. Het menopauzecircus trekt ineens door Nederland, aangevoerd door Ingeborg Beugel van wie ik een interview in VN las en Youp van ’t Hek, wiens column ik in het NRC zag.

De een denkt dat er te weinig over wordt gesproken en een ander dat er te veel over wordt gekletst. Toch bestaat de menopauze, oftewel de overgang, al een hele tijd, maar toch ook weer niet zo lang als je denkt.

In de jaren zestig en zeventig kwam het pas echt in beeld. De producenten van hormonale geneesmiddelen beseften dat ze met oestrogeen een stof in handen dat die het potentieel had om geweldige inkomsten te genereren. Kenmerkend voor de overgang is dat vrouwen steeds minder oestrogeen produceren en dat is nu juist het hormoon dat vrouwen tot vrouwen maakt. Slik oestrogeen en je blijft eeuwig jong. Dat werd althans de marketingleus: ‘Forever young’. Marketing was nodig want in de jaren zestig was de overgang nog niet zo’n probleem voor vrouwen. Het moest eerst tot een probleem worden gemaakt.

De industrie investeerde miljoenen in onderzoeken die aantoonden hoe veel last vrouwen ervan hadden, hoe vaak vrouwen nauwelijks kunnen leven door de symptomen en vervolgens zetten de bedrijven die deze ‘overgangsmedicijnen’ leverden onverdacht uitziende gezondheidseducatiebedrijven op die het publiek van de gruwelen van de overgang moesten overtuigen én journalisten fêteerden die er dan weer over schreven. Zo werkt de zorg vaak: eerst moet je leren dat je eraan kunt lijden.

Bagatelliseer ik dan nu de klachten van vrouwen in de overgang? Ik zou het niet durven, want ik heb zelf vanwege mijn prostaatkanker medicijnen waardoor ik tot een man in de overgang veranderd ben en heb vreselijke opvliegers, trap ’s nachts soms de dekens weg omdat ik vrees te zullen verdrinken in mijn eigen transpiratie.

Het dereguleert je sociale leven een beetje. Altijd moet je je zo kleden dat je die warmte-aanvallen en opvliegers kunt hanteren. Na een aantal jaren behandeling was het voorbij en kon ik weer opgelucht ademhalen. Bij tien procent van de vrouwen kunnen die verschijnselen echter wel tot tien jaar duren. Over klachten zoals een droge vagina kan ik natuurlijk niet goed meepraten. Dat ken ik niet uit eigen ervaring, maar het lijkt me waardeloos, want het wordt een droog en onaangenaam gedoe als je wilt vrijen. Het gaat schrijnen. De lol gaat er behoorlijk vanaf.

In de jaren zeventig zagen we de eerste reactie op de massale verkoop van het overgangsprobleem door de farmaceutische industrie. Feministen verzetten zich er in toenemende mate tegen en er was steeds meer onderzoek beschikbaar om die overgang te demythologiseren. Gezien het feit dat wat de overgang wordt genoemd precies plaats vindt wanneer mensen te maken krijgen met ouder worden spelen er twee dingen door elkaar. Je ziet er niet meer uit als twintig en mensen behandelen je ook zo. Floten ze je vroeger enthousiast na op straat, nu zeggen ze misschien als je op het trottoir loopt en iemand wil er langs ‘ga toch eens opzij mens’. In het beroemde boek ‘Our Bodies Ourselves” eisten vrouwen het recht op zelf te definiëren wie en wat ze zijn. Ze vonden dat de farmaceutische industrie dat niet hoefde te doen.

Dat feministische perspectief leidde ertoe aandacht te vragen voor de positie van vrouwen van oudere leeftijd in de samenleving. Ze tellen op veel plekken niet meer mee als vrouw en hebben in een traditionele mannensamenleving natuurlijk nooit erg meegeteld. Het waren niet zozeer de hormonen, maar de mannen (even kort door de bocht natuurlijk, voor de soundbite). Uit onderzoek bleek dat vrouwen die werkten aanzienlijk minder last van de overgang hebben omdat die status kenden en trots waren op zichzelf. Vrouwen in India kenden de overgang niet eens omdat vrouwen rond hun 50ste eindelijk iemand zijn in de traditionele familie.

Toen in 2002 duidelijk werd met welke risico’s het gebruik van oestrogenen als overgangsbehandeling samenging stopten vrouwen massaal met het gebruik. Een onderzoek in Groot Brittannië waarbij vrouwen werden geïnterviewd liet zien dat ze hoopten dat hun dochters er nooit aan zouden beginnen, maar dat zij het zelf graag wilden blijven gebruiken. Je voelt je namelijk zo jong. Waarschijnlijk is het grotendeels een placebo-effect, hoewel het de opvliegers en nachtelijke transpiratieaanvallen aan banden legt. Zo verbreidt momenteel het gebruik van testosteronsupplementen voor mannen zich ook als een veenbrand door de wereld: je blijft langer man en jong.

Hebben we dan misschien gewoon moeite met ouder worden? Ja, wellicht is dat het en dat is niet verwonderlijk in een wereld waarin je als je ouder wordt niet meer zo erg meetelt. Kijk eens naar de gezichten op televisie. Allemaal jonge mensen, met name de vrouwen. Presentatrices worden als ze wat ouder worden al snel verbannen naar de radio. Iedereen denkt ook al snel dat hij of zij oud wordt. Zelfs op hun 35ste vragen sommigen zich al af of ze last hebben van de overgang

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop elke dag een Gezonde Weetje van de Dag: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (13)