15.470
166

Onderzoeker, promovenda

Patricia Schor (geboren in São Paulo, Brazilië) is onderzoeker aan het Instituut voor Cultuurwetenschappelijk Onderzoek van Universiteit Utrecht en promovenda aan de Faculteit van Geesteswetenschappen van dezelfde UU.

Overeenkomsten tussen Zwarte Piet en antisemitisme

Zwarte Piet in de Raad van State, een duo-burgemeester en het maatschappelijk debat

Alvorens de zitting van de Raad van State van 16 oktober, ontving ik, samen met Perez Jong Loy, Sunny Bergman, en Quinsy Gario, een kopie van het hoger beroepsschrift van de burgemeester van Amsterdam, geadresseerd aan de rechters van de Raad. Daarin legt van der Laan’s advocaat uit waarom de burgemeester in hoger beroep ging tegen de beslissing van de Rechtbank Amsterdam (Zwarte Piet is een negatieve stereotype, het tast het fundamenteel recht aan op het privé leven van Amsterdamse zwarte burgers, de burgemeester zou de belangen van deze burgers in acht moeten nemen bij het toetsen van de vergunningsaanvraag voor de Sinterklaasintocht). De beslissing van de Rechtbank Amsterdam wordt door de Raad van State heroverwogen. De uitspraak is op 12 november, een paar dagen voor de intocht.

Het beroepsschrift van de advocaat van de burgemeester gaat voornamelijk over twee zaken. Ten eerste vindt hij dat de discussie over Zwarte Piet plaats hoort in ‘de maatschappij’ (en niet in de rechtbank). De burgemeester heeft, volgens zijn schrift, een neutrale rol als mediator in dit ‘maatschappelijk debat’. Als burgemeester van alle Amsterdammers, treedt van der Laan hier in de gedaante van ‘burgervader’.

Ten tweede beargumenteert de advocaat van de burgemeester (en dus niet meer de burgervader) dat hij beperkte taken en mogelijkheden heeft bij het beoordelen van de aanvraag voor een evenement vergunning. Van der Laan is, volgens zijn advocaat, niet bevoegd zo’n aanvraag te toetsen op (de schending van) fundamentele rechten. Hij kan het dus niet, hij mag het zelfs niet doen.

Voor een leek als ik, is het moeilijk te begrijpen hoe ambtelijke regels voorrang krijgen boven moraal en ethiek. Voor een gewone burger als ik is het moeilijk te bevatten dat door de formalistische toepassing van regels, de overheid racisme een vrij brief geeft.

Sinterklaas is hét Amsterdamse (en Nederlandse) kinderfeest bij uitstek. Kinderen wachten vrijwel het gehele jaar hierop. In november en december komen ze dagelijks in aanraking met het figuur Zwarte Piet op school, in winkels, televisie, overal in de publieke sfeer. Deze aanwezigheid alleen al bewijst dat het feest incluis Zwarte Piet niet alleen wordt goedgekeurd,  maar vrijwel zeker ook vergoelijkt.

Ik stond voor de Raad van State als moeder van twee (witte) kinderen. Als Jood leer ik mijn (joodse) kinderen de rijke geschiedenis van het jodendom, én het stigma die Joden droegen, ons verleden van uitbuiting en moord. Ik heb mijn kinderen geleerd dat in diezelfde 19de eeuw, toen Zwarte Piet geïntroduceerd werd aan de veel oudere Sinterklaas traditie, een andere raciale karikatuur, dat van de Jood, ook deel uitmaakte van de volkscultuur in het Westen. Men vond, toen, amusement in het naspelen van ‘de Jood’ als gierige persoon, met zijn grote neus, zijn bochel en zijn zak geld. Dat was, heb ik mijn kinderen geleerd, het pesten van een groep die op vele andere manieren als minderwaardige behandeld werd. We hebben dat terecht niet meer. Daarentegen, blijft de raciale karikatuur van zwarte mensen een centrale rol spelen in de Nederlandse volkscultuur, zowel binnen openbare instanties, zoals scholen, als buiten, rond het grootste nationale volksfeest, Sinterklaas.

Mijn kinderen hebben instinctief begrepen wat ik ze uitlegde. Ze weten immers dat zwarte kinderen uitgescholden worden met Zwarte Piet, op het schoolplein en daarbuiten, terwijl ze horen, van juffen en meesters, van gezaghebbende volwassenen, dat ‘pesten niet mag’. Voor mijn kinderen is Zwarte Piet dus ook geen pret.

In de dialoog die wij moeders al 3 jaar hebben met de school van onze kinderen, hebben we nooit gewillige oren gevonden om een ernstig probleem, racisme in het basisonderwijs, te confronteren. De school heeft altijd vastgehouden aan de traditie, de kwestie van racisme bleef onbespreekbaar. Op zo’n manier werd racisme juist gesanctioneerd en nog ernstiger, de school doet vol overtuiging aan blackfacing. Recentelijk zei de school tegen ons dat zij ‘het maatschappelijk debat’ volgt. Hierbij plaatst de school het debat tussen deze moeders en de school zelf buiten de sfeer van het zogenoemd ‘maatschappelijk debat’. De directie zegt daarnaast de lijn van burgemeester Van der Laan te gaan volgen, in plaats van zelf, in de dialoog met ons, en elke andere ouder die belangstelling hiervoor heeft, tot een verantwoorde beslissing te komen.

Wij herkennen de lijn van burgemeester Van der Laan die de bestuurdersplaats inneemt in wat hijzelf betitelt als ‘het maatschappelijk debat’. Voor de burgemeester vindt dit debat plaats tussen partijen die hij zelf kiest, partijen die vrijwel onbekend blijven voor de rest van de Amsterdamse samenleving, en vindt dit ‘maatschappelijk debat’ plaats achter gesloten deuren. Dit alles terwijl de burgemeester zich uitspreekt tegen elke positie ten opzichte van Zwarte Piet die ‘van bovenaf opgelegd wordt’. Deze houding zal dus het wegblijven van een positie ten opzichte van racisme bij het verlenen van de vergunning voor de intocht verklaren. De burgemeester zou dit debat aan de maatschappij overlaten, toch?

Daarnaast zou van der Laan zich als ‘neutrale mediator’ opstellen geheel in lijn met zijn rol van ‘burgervader’. Toch heeft de burgemeester zijn eigen duidelijke ideeën over Zwarte Piet, die uitgebreid aan bod zijn gekomen in de media in het laatste jaar. Zwarte Piet zal ‘geleidelijk’ moeten veranderen zodat Sinterklaas ‘een feest voor iedereen is’. Haast vanuit de gemeente Amsterdam om een raciale stereotype te verwijderen uit een kinderfeest is niet aan de orde. Deze verandering laat de burgemeester ‘primair over aan de Sinterklaas comités’ die dus blijkbaar een voorrecht hebben, volgens onze burgervader, om een volkstraditie te bepalen. Dit allemaal terwijl, volgens de gemeente, de burgemeester niet als beslisser of zedenmeester moet optreden. Mij lijkt het duidelijk dat dat wel degelijk gebeurt, informeel. Formeel gezien treedt de burgemeester op als een ambtenaar met zeer beperkte macht en verantwoordelijkheid bij het verlenen van de vergunning voor de intocht. Mij lijkt zijn bureaucratische benadering tot het verlenen van deze vergunning wel degelijk als het innemen van een positie, namelijk het toelaten van racisme in hét Amsterdamse kinderfeest.

Tot slot, wordt er in het beroepsschrift en in de burgemeesters ‘maatschappelijk debat’ ingegaan over de gevoeligheden van de liefhebbers ten opzichte van een racistische deel van deze traditie, die even goed meegewogen moeten worden als de gevoeligheden van (zwarte) mensen die gekwetst en gebrand worden door deze raciale stereotype. De burgemeester spreekt, in zijn huidige vergunning van 2014, van een ‘fair balance’. Mijn vraag is hoe, in deze scheve verhouding, men denkt over de zwarte kinderen die jaarlijks geconfronteerd worden met racistische scheldpartijen en een verplichte gezelligheid voortvloeiend uit het plezier hebben door het stigmatiseren van mensen zoals henzelf. Hoe, in deze scheve verhouding denkt men over de witte kinderen die spelenderwijze leren dat een raciale karikatuur normaal en acceptabel is en, eigenlijk, een onmisbare deel van hét Nederlandse en Amsterdamse kinderfeest is?

Terecht stelde de Rechtbank Amsterdam dat de kwestie van racisme, Zwarte Piet en de Sinterklaasintocht wel degelijk hoort in de rechtbank, gezien het belang daarvan in de Nederlandse samenleving en het feit dat de maatschappij, buiten de rechtbank, niet tot een bevredigend uitkomst is gekomen. Racisme is inderdaad een ernstige zaak, en dus geen kinderpret.

Wachtend op de uitspraak van de Raad van State, maar niet afwachtend, want het zijn wij, burgers, die de sluipende maar doodgezwegen racisme in deze samenleving tot hét onderwerp van het publieke debat hebben gemaakt en het levend houden, wens ik mijn kinderen en alle andere Amsterdamse en Nederlandse kinderen een komende Sinterklaas zonder racisme. Ik wens ze een intocht zonder Zwarte Piet.

Geef een reactie

Laatste reacties (166)