750
6

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

Overgeleverd aan ouderwetse wetgeving en politici, aan reactionaire artsen en publicisten

NCRV-tv vertoonde maandag 7 december Voor ik het vergeet van Nan Rosens. Deze samen met de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Levensbeëindiging  (NVVE) gemaakte documentaire vertelt over een man die aan beginnende Alzheimer lijdt en wil sterven voor hij totaal de greep over zijn leven kwijt is.

Zijn vrouw en twee volwassen kinderen hebben zowel moeite met zijn beslissing als begrip ervoor.

De man had al lang geleden een euthanasieverklaring getekend, maar volgens de huisarts geldt die slechts als de patiënt ondraaglijk lijdt. Catch 22, want het enige dat zo’n huisarts wil honoreren is een behandelverbod bij een dodelijke ziekte, maar het gaat om een fysiek gezonde oudere man. Ook Rosens’ titel Voor ik het vergeet verwijst naar die catch 22-situatie: straks is de vader vergeten dat hij volstrekt niet in de situatie wil terechtkomen waarin hij inmiddels daadwerkelijk is beland!

Omdat vrouw en kinderen geen strafbaar feit willen plegen, schaft de man in het buitenland een dodelijke medicijnencocktail aan. Na een ontroerende afscheidsbijeenkomst met intimi en geliefden neemt hij het middel zelf in, kijkt zijn gezin aan, eindelijk ontspannen, en valt in slaap. Hartverscheurend om te vernemen hoe hij vervolgens niet stierf, maar in coma raakte. Geen enkele gebelde instantie kon of wilde het gezin helpen. Integendeel, ze wisten bovendien te voorspellen dat de arme man waarschijnlijk spoedig zou bijkomen! Dat schrikbeeld bleek gelukkig niet bewaarheid.

Praktijk terugdraaien.

Al die weigerachtige artsen, verpleegkundigen, wetenschappers, journalisten en politici hebben een stem gekregen in het onlangs verschenen ‘Hij had beter dood kunnen zijn’ van Gerbert van Loenen. Sterker nog, deze adjunct-hoofdredacteur van het dagblad Trouw heeft zelfs bezwaren tegen het stoppen van een behandeling op verzoek van familie. Oordelen over andermans leven luidt dan ook de ondertitel van zijn aanklacht.

Dat mag niet omdat het om een ‘consumentistische’ gedachte gaat volgens Van Loenen. Hij vergelijkt dan ook de eis om euthanasie aan een arts met de eis om ‘een kroket’. Is het al onzinnig om een – volledig van anderen afhankelijk – bestaan in een rolstoel te vergelijken met een schoonheidscorrectie, Van Loenen gaat nog veel verder. Volgens hem is het ook een voorbeeld van het ‘hedonisme van de “intellectuele” elite’. Onzinnig, want wat voor soort lieden laat lippen, borsten, billen of penissen tot monsterachtige afmetingen opblazen en via andere technieken lijf en gelaat telkens weer operatief een decennium verjongen? Die soort behoort wellicht tot de financiële elite (of wordt door haar betaald), maar niet tot de intellectuele. Er gaapt immers een ravijn tussen Harry Mulisch en Patricia Paay.

Ook wanneer de ouders van kinderen met een zwaar medisch probleem niet te lui en te hedonistisch zijn, dan nog kunnen ze volgens Van Loenen geen verantwoorde beslissing nemen. Ze zijn namelijk slecht opgewassen ‘tegen de invloed van de arts’. Een boeiende, paternalistische stellingname omdat Van Loenen – selectief! –  alleen de invloed bekritiseert in het geval dat de arts aanraadt een invalide kind te laten sterven. Artsen moeten volgens hem ouders bewust met de positieve kant confronteren: ‘Met een rolstoel kan uw kind heel mobiel zijn.’ Het glas is niet half leeg: het is half vol.

Met weigerartsen heeft Van Loenens compassie, die zouden namelijk erg lijden onder het verrichten van euthanasie. Maar ook het argument van de ‘gevoelige’ arts is vals. Toen ik studeerde had ik arts-assistenten in mijn omgeving. Als de dag van gisteren herinner ik mij hun verdriet om de eerste patiënt die onder hun ogen stierf, hun woede over het onvermogen om dat sterven te voorkomen. Soms ging het om patiënten met wie ze al enige tijd een persoonlijke relatie hadden. ‘Maar het hoort bij je werk’ kregen ze te horen en terecht. Waarom zouden deze ervaringen minder traumatisch zijn dan het verzoek inwilligen van een patiënt (die je misschien voor het eerst ontmoet) voor het laatste spuitje, omdat die waardig wil sterven? Al dan niet indirect, maar wel honderd procent gemeend? Dat hoort kennelijk niet bij je werk.
Nederland een goed zorgniveau?

Volledig doof voor dit soort ethische kwesties blijkt de adjunct-hoofdredacteur van Trouw. Integendeel, in Van Loenens rozige visie van het glas dat nog half vol is, steekt hij zelfs de loftrompet over het Nederlandse zorgniveau! Goed geregeld! Maar behalve voor de zeer welgestelden is het leven voor mensen in verzorgingstehuizen geen pretje. Bovendien wordt er sinds jaar en dag op allerlei terreinen in de zorg bezuinigd. Steeds meer volwassen invaliden dreigen hun zelfstandigheid te verliezen. Iemand uit mijn directe omgeving – negentig en geestelijk uitzonderlijk helder – heeft een bed naast een seniele patiënt die vrijwel vierentwintig uur per dag ‘Help, God, help!’ gilt. Deze negentigjarige behoort tot dezelfde ideologische sfeer als de adjunct-hoofdredacteur van Trouw en heeft euthanasie altijd verworpen. Van Loenens voorbeeldige zorgsysteem heeft bij deze oudere toch opeens de stervenswens opgeroepen. ‘Ik ga toch dood met deze schreeuwende idioot.’ Mijn reactie was: niet doen, we gaan eerst kijken of je een eigen kamer kan krijgen.

Een journalist als Van Loenen die dagelijks de pols (en de polls) van de samenleving voelt, zal dit soort situaties beter kennen dan u of ik. No problem kennelijk. Het gaat hem alleen om het in zijn ogen onaanvaardbare oordeel dat andermans leven kan worden beëindigd door de beslissing van anderen.
Anderen vinden het waarschijnlijk een groter probleem dat ouderen zich gedwongen voelen tot euthanasie, alleen doordat externe omstandigheden de kwaliteit van hun leven vernietigen. Dat invaliden een eind aan hun leven willen maken, alleen doordat externe omstandigheden hun zelfstandigheid vernietigen. Dat ouders een niet eens zo zwaar invalide foetus laten weghalen, alleen doordat ze geen enkele financiële of andere ondersteuning zullen krijgen bij de opvoeding.

Deze groepen hebben het gevoel dat hun de positieve keuzemogelijkheden steeds meer worden ontnomen door het prachtige zorgsysteem. Zij zouden erg gebaat zijn met de steun van Gerbert van Loenen. Maar zij worden door hem volledig in de steek gelaten. Net als de familie in de documentaire ‘Voor ik het vergeet’. En als elke andere burger die na lange afweging in samenspraak met zijn omgeving – en niet elke arts is een verkapte gelovige – een eigen, gedetailleerde definitie van ondraaglijk leven heeft geformuleerd.Maar die niet meer voor zichzelf kan opkomen. Overgeleverd aan ouderwetse wetgeving en politici, aan reactionaire artsen en publicisten.


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (6)