3.583
63

Criminoloog, mensenrechtenspecialist

Overheid en bedrijven: draag niet bij aan Israëlische bezettingseconomie

Tot 2023 mogen we het land niet in. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken heeft niet kunnen achterhalen wat de legale gronden van dit verbod zijn

Door: Lydia de Leeuw en Pauline Overeem

Een onlangs verschenen rapport van de Wereldbank luidde wederom de noodklok over de sociaaleconomische situatie in de Palestijnse Gazastrook: torenhoge werkeloosheid en een economische krimp van zes procent in het eerste kwartaal van 2018. De Israëlische afgrendeling van Gaza heeft desastreuze gevolgen zowel economisch als op het gebied van mensenrechten. Voor de Israëlische bezetting van delen van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever geldt hetzelfde. Er is sprake van een bezettingseconomie waar Israël en haar buitenlandse handelspartners van profiteren, maar fnuikend is voor Palestijnse economische ontwikkeling. Tegelijkertijd draaien de Verenigde Staten de hulpkraan voor Palestina dicht, en weert Israël organisaties die kritisch onderzoek doen naar de omvang en de gevolgen van deze bezettingseconomie. In juli dit jaar werden wij bij aankomst op Ben Gurion vliegveld hardhandig Israël uitgezet: wij waren als Nederlandse onderzoekers niet welkom. Onlangs hoorden we dat het om een langdurig inreisverbod gaat. Tot 2023 mogen we waarschijnlijk het land niet in. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken heeft niet voor ons kunnen achterhalen wat de precieze legale gronden van dit verbod zijn.

bezettingseconomie
cc-foto: Wikimedia Commons

Met het illegale nederzettingenbeleid en honderden controleposten op de Westelijke Jordaanoever, brengt Israël de Palestijnse economie immense schade toe. De Wereldbank en het IMF hebben dat grondig gedocumenteerd. Voor de kust van Gaza ontzegt Israël door middel van een zeeblokkade Palestijnen de toegang tot kostbare aardgasreserves. Op de Westelijke Jordaanoever hebben Palestijnen geen vrije toegang tot natuurlijke hulpbronnen als steen, mineralen, water en vruchtbaar land. Dat draagt sterk bij aan de desolate staat van de Palestijnse economie, die aan het infuus van de internationale gemeenschap hangt.

Buitenlandse bedrijven profiteren van de illegale bezetting
Buitenlandse bedrijven die zakendoen met of actief zijn in de illegale nederzettingen profiteren van de bezettingseconomie en bestendigen zo de bezetting die al meer dan vijftig jaar duurt. Door de intensieve handelsrelatie tussen Nederland en Israël raakt ook het Nederlandse bedrijfsleven, denk aan supermarktketens en bedrijven in de energiesector, betrokken bij schendingen van de mensenrechten en het oorlogsrecht. Volgens de gepaste zorgvuldigheid die de VN Richtlijnen voor Mensenrechten en Bedrijfsleven en de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen voorschrijven, moeten bedrijven schendingen actief tegen gaan.  Deze richtlijnen worden onderschreven door de Nederlandse overheid en zijn leidend zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven.

SOMO-onderzoekers komende vijf jaar niet welkom in Israël
In de afgelopen jaren hebben wij, werkzaam bij de onafhankelijke onderzoeksorganisatie SOMO, meermaals gepubliceerd over de Israëlische bezettingseconomie, met name over de landbouw– en energiesector. Kader voor ons onderzoek is het internationale recht en de richtlijnen van de VN en OESO. Het is van het grootste belang dat mensenrechtenorganisaties en onderzoeksorganisaties zoals SOMO hun werk kunnen blijven doen in Israël en de bezette gebieden. Informatie over de aard, omvang en de impact van de bezettingseconomie moet vrijelijk in het publieke domein gedeeld en bediscussieerd kunnen worden, op basis van betrouwbaar en onafhankelijk onderzoek.

Echter, de Israëlische overheid is actief bezig om mensenrechtenverdedigers en onderzoekers die over de bezetting rapporteren te dwarsbomen. Recentelijk hebben wij dit aan den lijve ondervonden. Op het vliegveld van Tel Aviv werd ons de toegang tot Israël ontzegd en werden wij het land uitgezet. Volgens de autoriteiten zouden wij ons op persoonlijke titel positief hebben uitgelaten over de internationale oproep tot Boycot, Desinvesteringen & Sancties (BDS) jegens Israël. Inmiddels hebben wij door tussenkomst van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken te horen gekregen dat we waarschijnlijk tot eind 2023 Israël en daarmee ook de door Israël bezette gebieden niet meer in mogen. Als kritische, onafhankelijke onderzoeksorganisatie is SOMO gewend om tegenspraak te krijgen van bedrijven en overheden. Maar niet eerder werden onderzoekers van SOMO als criminelen geboeid, gefouilleerd en vastgehouden en op politieke gronden de toegang tot een land geweigerd.

Israël werkt onderzoek naar situatie in de bezette gebieden tegen
De weigering ons toegang tot Israël, en daarmee ook tot de Palestijnse Gebieden, te verlenen, en de ruwe uitzetting die ons ten deel is gevallen, passen in een bredere trend. De afgelopen maanden kregen verscheidene gerenommeerde Israëlische, Palestijnse en internationale mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International en Human Rights Watch te maken met actieve tegenwerking door Israëlische autoriteiten. Organisaties, hun medewerkers en studenten zijn het doelwit van intimidatie, laster en criminalisering geworden op basis van omstreden Israëlische anti-BDS wetgeving. Hierdoor raken lokale (Palestijnse en Israëlische) maatschappelijke organisaties steeds meer afgesneden van hun internationale samenwerkingsverbanden en financieringsbronnen.

Bedrijven en overheden mogen niet bijdragen aan schendingen
Wereldwijd moeten bedrijven en overheden hun verantwoordelijkheid nemen om niet aan schendingen van de mensenrechten en het oorlogsrecht bij te dragen. De Israëlisch-Palestijnse situatie vormt daarop geen uitzondering. Het Nederlandse bedrijfsleven moet dringend concrete stappen zetten om niet verder betrokken te raken bij de bezetting en de schendingen die daaruit voortvloeien. De Nederlandse overheid heeft daarbij de belangrijke taak om naleving van internationale normen door bedrijven te waarborgen en te bevorderen. Ketentransparantie en openheid van zaken over de handel en wandel van Nederlandse bedrijven binnen de bezettingseconomie is een cruciale stap in dit traject.

Ook moet de Nederlandse overheid een actievere rol spelen (op Nederlands en Europees niveau) bij het kritisch aankaarten van de krimpende ruimte van maatschappelijke organisaties die opkomen voor de rechten van de Palestijnse bevolking.

Lydia de Leeuw en Pauline Overeem – onderzoekers bij SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen)

Geef een reactie

Laatste reacties (63)