7.238
126

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

De overheid vindt mij inferieur

Ik geef de gemeente gelijk dat iedereen recht heeft op een zelfgekozen partner. Maar de waarde van deze vrijheid komt niet omdat we ‘in Nederland’ zijn.

cc-foto: bethelparkbobb_o, scene uit West Side Story

Het valt me op dat Eddy Terstall vaak stromannen aanvalt. Hij legt valselijk woorden in de mond van anderen en gaat daarna zijn eigen fictie bevechten. Zo beweerde hij in zijn laatste stuk dat ‘links’ tegen de posters is van de gemeente Rotterdam (voor een vrije partnerkeuze) omdat ze te provocatief zouden zijn, of ‘whiteness’ zouden promoten. Ik heb die argumenten niet in het publieke debat over de posters gehoord, dus Terstall zuigt ze uit zijn duim.

De ethiek van argumentatie vereist dat hij het allerbeste argument van zijn ‘opponenten’ weerlegt, niet een zelfgemaakte stropop. En als er echt iemand heeft gezegd wat Terstall beweert, moet hij namen en rugnummers noemen. Ik als migrant voelde me aangevallen door de posters om onderstaande reden.

Een Nederlander kwam op een terras naar mij toe en zei:
M: Hoi, ik ben Mark en wil met een buitenlander socializen. Ik hoorde je accent en dacht: dit is mijn kans. Wil je met me over waarden debatteren?
Ik: Vooruit.
M: Ik heb drie vitale waarden: 1. Vrouwen hebben gelijke rechten. 2. Homo’s zijn identiek aan andere mensen en hebben gelijke rechten. 3. Superieure rassen hebben meer rechten dan anderen. Nederlanders zijn superieur, dus we mogen Irak aanvallen en de olie voor onszelf buitmaken.
Ik: Ik deel met jou de eerste twee waarden, maar twijfel over je rassenleer.

Aan Mark moest ik denken toen ik de posters van de gemeente Rotterdam zag. Daarop staat: ‘In Nederland kies je je partner zelf’ en op de foto kussen mensen van diverse afkomst: een jood met een moslima, een witte met een zwarte, twee vrouwen, etc. Dit is dé foute aanpak.

Kijk naar Mark. Hij noemde drie persoonlijke waarden en stond open voor discussie. Ik kreeg de kans om het met hem oneens te zijn. We voerden een rationeel debat waar een van ons tot de conclusie kon komen dat de ander gelijk had, zijn waardenstelsel kon aanpassen en een waarde inruilen voor een nog betere. We waren gelijk.

De gemeente daarentegen redeneert zoals de mannetjes in het Zwitserse kanton Appenzell Innerrhoden dat doen. In 1990 hielden ze een referendum met de vraag ‘Mogen vrouwen stemrecht krijgen?’ Het antwoord was ‘nee.’ Hun hoofdargument was: ‘Bij ons stemmen vrouwen niet.’ Zoals de gemeente Rotterdam, gebruikten zij een drogreden: het beroep op traditie. Zo deden ze het nu eenmaal in hun kanton en daarom was het goed.

Deze mannetjes verdrukten vrouwen met een retorische truc. Zij hadden de macht en zij besloten ook nog wat de uitspraak ‘bij ons’ inhield. Op dezelfde manier slaat de gemeente het debat dood en schept een machtsrelatie waarin de allochtonen onderworpen zijn. Immers de autochtone meerderheid beslist dat iets ‘in Nederland’ het geval is. Zo kan de autochtoon elke toekomstige decisie aan de allochtoon dicteren, met als enige smoes ‘in Nederland doen we het zo.’

De overheid, via de gemeente, geeft het signaal dat migranten geen deelnemers aan het debat mogen zijn, precies zoals een twitteraar op één van mijn opiniestukken over de zaak-Wilders reageerde: ‘Weer een allochtoon die even bepaalt dat ons land voor iedereen is en meent zich te kunnen bemoeien met ons recht. Minder Martoiu figuren!’ Hij kreeg 108 retweets en 70 likes.

Ik geef de gemeente gelijk dat iedereen recht heeft op een zelfgekozen partner. Maar de waarde van deze vrijheid komt niet omdat we ‘in Nederland’ zijn. Je hoort Malala Yousafzai nooit roepen: ‘We moeten kindhuwelijken stoppen omdat Nederlanders geen kindhuwelijken sluiten.’ Zij zegt dat álle mensen dit recht hebben. Op haar posters zou staan: ‘kies je partner zelf.’

Dezelfde dominantielust zien we bij PVV, FvD en VVD. Halbe Zijlstra vertelt in het manifest ‘Kwetsbare waarden’ dat we ‘onze waarden te vuur en te zwaard’ moeten verdedigen en de migrant moet zich ‘aanpassen aan onze manier van leven, of anders beter elders zijn heil zoeken.’ Het woord ‘onze’ komt 40 keer voor. Edith Schippers in de Schoo-lezing herhaalt het woord ‘onze’ 75 keer. Ook Mark Rutte meent dat we ‘onze waarden’ moeten ‘bewaken’ en ‘beschermen’ tegen allochtonen. In een paginagrote oekaze in alle bladen vermaande hij de uitheemsen zich te onderwerpen of op te rotten.

Dezelfde gedachte zien we bij de schrijvers van de nieuwe participatieverklaring. In een tekst van 300 woorden schrijven ze de uitdrukking ‘in Nederland’ 6 keer, als dictaat aan migrant wat hij/zij zou moeten doen en geloven. Zij voeren geen debat over individuele waarden, maar veronderstellen dat ál hun waarden superieur zijn en wij – de migranten – inferieur.

Dit weerspreekt hun eigen stelling in de verklaring dat: ‘In Nederland worden alle burgers gelijk behandeld.’ Behalve de migranten. ‘Participatie vinden we in Nederland heel belangrijk,’ staat in de verklaring, behalve in het waarden-debat waar de migrant niet mag participeren. Wij migranten moeten zwijgen en luisteren, wij hebben geen recht op rationeel onderbouwde argumenten, want aboriginals weten het beter.

Toevallig doet Terstall hetzelfde. Hij spreekt niet met de minderheden, maar debatteert in zijn stuk met andere witte, autochtone, christelijke Nederlanders en verwacht de conclusie van dit debat aan de minderheden op te leggen. Laat hem maar eens mijn argument weerleggen, daar verheug ik me op.

Geef een reactie

Laatste reacties (126)