598
2

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Paaszoen

Job begon te jammeren. Ik duwde de paashaas in zijn handen. “Of je neemt dit of je gaat maar huilen.”

Job – vijftien – is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

cc-foto: Judy van der Velden

“Help”, riep ik zwakjes vanuit de badkamer.
Rob verscheen in joggingbroek in de deuropening.
“Waar moet ik mee helpen dan?”
“Met hém. Ik kan hem niet tillen. Overal spierpijn.”

Rob nam mijn positie in bij de aankleedtafel. Tilde Job in zijn toiletstoel.
“En nu?” Hij bleef met hangende schouders naast de pot staan.
In mijn ochtendjas zei ik dat ik de rest zelf wel kon. Rob sjokte naar de kamer ernaast en liet zich luid zuchtend in een bureaustoel vallen.
Job op de wc zetten, kostte nog nooit zo veel energie. Rob en ik hadden allebei griep.

Na het middaguur leefde ik iets op. De zon scheen. Ik zei: “We moeten wandelen, dat is goed voor het kind.”
Door het park sleepten we ons naar de buurtsuper. We hadden niet echt iets nodig.

“Je mag wel chocola kiezen”, zei Rob en hij stopte de rolstoel voor het rek met paassnoep. Holle paashazen (of Kerstmannen of Sinterklazen) in een zilverpapiertje zijn het enige snoep dat Job lust. De calorieën kan hij goed gebruiken, dus ik pakte vast een vrolijke haas met strik uit het schap.
“Nee”, zei Job.
“Wat nee”, vroeg ik. “Die andere dan?”
Job wees omhoog naar een gele doos van Buys met ‘Paaszoenen’ (voorheen heetten ze anders).
“Die lust jij niet”, zei ik.

Job begon te jammeren. Ik duwde de paashaas in zijn handen. “Of je neemt dit of je gaat maar huilen.”
Hier greep Rob in. Of ik dit zelf pedagogisch verantwoord vond? Ik boog het hoofd en schudde van nee.
Job mocht zelf afrekenen, 1,69 euro. Op de terugweg kuste hij de doos met zoenen. Ik steunde op de rolstoel als op een rollator. Zo zou het zijn als we later oud waren, bedacht ik.

Thuis aten we alle drie een Paaszoen. Job lustte ze wel.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (2)