810
2

Schrijfster

Christianne Offermans (Chrisje), 37, schrijfster / auteur en werkzaam bij de overheid, bezit van jongs af aan een natuurlijk communicatief talent. Op haar eigen website, www.chrisje.info, schrijft zij herkenbare, grappige en ontroerende columns. Sinds 2014 is zij opiniemaker voor Joop.nl (BNNVARA). In 2014 was ze één van de winnende finalisten bij de landelijke schrijfwedstrijd Jouw Verhaal. In 2017 werd Christianne het eerste vrouwelijke redactielid van de GayKrant, waar ze sinds haar eigen coming out als columnist voor schrijft: daarnaast is ze auteur van de eerste live online geschreven thriller genaamd BODEM.Op de populaire Facebook pagina Chrisje volgen meer dan 17.000 lezers haar columns en quotes, altijd andersom denkend: een aantal van haar spreuken werd dan ook door Omdenken gepubliceerd.

Paniek over beessies

Met een kop als een bavianenkont liep ik op Gran Canaria die dag

Een van de weinige nadelen des zomers; beessies. Althans, zo noemt m’n dochtertje ze.

Die beessies, die zitten overal. Wil je net een diepgaand, discussie winnend punt maken in een gesprek, zweeft er opeens een wesp langs, richting de ingang van je neus. Hee, leuk, denkt die wesp, een tunnel.

“Dus, concluderend kan ik stellen dat AAAAAAH HAAL DIE WESP UIT M’N NEUS!!! NU!”
Een knappe, die je nog serieus neemt daarna.

Libellen, daar werd ik ook zo panisch van altijd. “Ieeeeeh een libelle! Get it away from me!” En dan had ik het nooit over het weekblad. Die libellen moeten me keihard uitgelachen hebben onderweg naar het water, want ze kunnen niks. Ja, je leest het goed, libellen kunnen he-le-maal niks. Niet steken, niet bijten, niks. Ik heb het opgezocht, want ik geloofde het zelf ook niet. Schijnt dat ze pas zouden bijten (als reflex) als je ze vast houdt en je vinger tussen hun kaakjes zou duwen. Anders niet. Ik heb het geprobeerd, en de libelle zei inderdaad niet meer dan “huuuw, whaal wje vingew goddomme uit m’n mwhond!” en kauwde lichtelijk paniekerig wat op m’n pink.

Dus nu zeg ik als er een libelle langs komt, in plaats van paniekerig in doodsangsten met m’n armen te maaien, “Ah gossie, wat een mooi, lief libelletje!”

En best veel mensen vinden mij dan een beetje stoer, want die weten niet hoe onschuldig die beessies zijn. Wat weer goed is voor m’n imago.

Muggen, die moet ik echt niet. Allereerst dat geluid, als je nét in slaap wilde vallen, vlakbij je oor. “Ja, nu, ze slaapt volgens mij!” bzzz-en ze gezamenlijk vanaf het plafond, en schieten als een speer naar mijn zoetsappige huidje.

Word je ‘s ochtends wakker met een compleet Himalaya gebergte aan muggenbeten op je been / arm / rug / nek.

Hoe hij het klaar speelt weet ik niet, maar mijn echtgenoot is in staat met één welgemikte trap wespen uit de lucht te trappen. Hij bestudeert eerst even hun vluchtroute (ja, daar zit blijkbaar een patroon in), gaat klaar staan en wacht af. Als ze nietsvermoedend, een deuntje fluitend langskomen worden ze in één klap verpletterd door zijn sandaal. Hij trapt zich wat af deze zomer.

Vliegen doen we met een elektronisch tennis racket. Die zeggen dan “Sjnirk! Sjnirk!” en gaan geroosterd het hiernamaals in. Erg diervriendelijk klinkt het niet, maar goed. Voor alle andere dieren ben ik wel lief.

Om terug te komen op de grootste opschudding veroorzakers op terrassen, wespen dus: Gelukkig ben ik niet allergisch. Knap vervelend als je gestoken wordt, maar als je keel dan ook nog eens dicht slibt ben je aardig de pineut. Moet je de hele zomer met zo’n anti-wesp-drug rond lopen.

Waar ik overigens wel allergisch voor was, zoals bleek tijdens een vakantie op Gran Canaria, is after sun. Ik was nogal verbrand op de vijfde dag, en dacht er ’s avonds goed aan te doen om me dik in te smeren met dat spul. Toen ik de volgende ochtend wakker werd en wat water wilde drinken, liep er een straal water zo langs mijn kin omlaag. “Whuh?” zei ik en ik merkte dat ik wat spanning voelde in mijn gezicht. “Zwie ik er somsj gek uit?” vroeg ik aan echtgenoot, merkend dat mijn mond niet goed mee werkte. Deze rolde van z’n stoel van het lachen, want, zo bleek; mijn hele gezicht was compleet opgezwollen. Mijn ogen waren platgedrukt tussen huid die op spanning stond van het vocht, mijn lippen hadden de dikte van die van een opgespoten Hollywood celebrity.

Een blik in de spiegel bezorgde ook mij lachkriebels. Maar ik kon niet lachen, want daar was geen plek meer voor in mijn gezicht. Met een kop als een bavianenkont liep ik op Gran Canaria die dag. Zeer charmant.

Maar ik dwaal af. Alhoewel, op Gran Canaria hadden ze veel minder beessies dan in Nederland. Althans, weinig muggen, vliegen of wespen. Daarentegen moest je goed kunnen hinkelen, als je geen kakkerlakken wilde plat trappen op de boulevard.

En kakkerlakken, dat zijn nou net mijn minst favoriete beessies, want ultra ranzig. Ik zie het ook altijd helemaal voor me, hoe ze zich acuut vermenigvuldigen zodra je op eentje gaat staan, waarna die zich weer vermenigvuldigen, waarna ze uitgroeien tot reusachtige beesten die de mensheid uitroeien, of zo. Iew.

Nee, doe mij dan maar een ordinaire wesp.

Bezoek ook het weblog van Christianne en volg haar op Twitter

Foto wesp: Twinflame

Geef een reactie

Laatste reacties (2)