771
7

Filosoof/Docent Universiteit Groningen

Ronald Hünneman (1961) is filosoof en docent bij de studie Kunsten, Cultuur en Media aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar de wijze waarop kunsten en media van invloed zijn op denken en bewustzijn (cognitie). Eerder werkte hij als groepsleerkracht in het Cluster IV-onderwijs (voormalig ZMOK) en deed onderzoek naar het vakmanschap van mensenwerkers (leerkrachten, jobcoaches, en ambtenaren die direct contact met cliënten hebben). In het kader van het voortijdig schoolverlaten interviewde hij (in opdracht van Ingrado, de landelijke vereniging van leerplichtambtenaren) jongeren, docenten en managers in het voortgezet- en MBO-onderwijs.

Pardoen twittert maar wat

De relatie die Pardoen legt tussen gebruik van sociale media en schoolprestaties is van dezelfde orde als het angstige verband tussen masturbatie en doofheid

Als steeds meer kinderen blijven zitten, dan doen ze kennelijk iets fout. Als leerlingen in het voortgezet onderwijs in toenemende mate doubleren, dan moet er iets in hun gedrag zijn waardoor ze niet aan leren toekomen. Als het aantal voortijdige schoolverlaters stijgt, dan schort er iets aan de motivatie van jongeren. Dat is de ijzeren logica van ouders, leerkrachten en zelfbenoemde deskundigen die nooit de moeite hebben genomen om hun kroost serieus te onderzoeken.

Justine Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online heeft aan deze reeks niet onderbouwde opvattingen over jongeren haar eigen boekje toegevoegd: Focus, social media als de grote afleider. Sinds 2005 is zij, naar eigen zeggen, gespecialiseerd in mediaopvoeding.

Dat jongeren tegenwoordig meer dan ooit van sociale media gebruik maken, en dat ouders en leerkrachten daar over klagen, dat weet iedereen. Maar Pardoen weet kennelijk meer. Zo stelt zij in Metro vast dat

Sinds 2007, met de introductie van smartphone en het enorme succes van social media bij pubers, het aantal kinderen dat blijft zitten of afstroomt naar een lager niveau enorm toegenomen is.”

En alsof dat niet suggestief genoeg is vult ze twitterend aan: “Dat sociale media de oorzaak is, zegt niemand. Maar dat het een factor is, dat werp ik op. Inspectie doet nog onderzoek.” Maar Pardoen twittert het alvast.

Bij de komst van nieuwe media is de generatie die met verouderde media is opgegroeid steevast in paniek. En wordt er, eveneens steevast, een verband gelegd met de vermeende verdorvenheid van de jeugd.

Vijf eeuwen voor Christus maakte Socrates zich zorgen over de opkomst van het schrijven. Hij vreesde de teloorgang van het geheugen en denkkracht van jongelingen. De komst van ganzenveer, drukpers en televisie leidden evenzo tot paniek bij degenen die “toch ook hun hele leven gelukkig waren geweest zonder al die nieuwigheden”. Maar als de eerste verkrampte storm van reacties is geluwd, blijken de nieuwe media ofwel snel te zijn verdwenen, ofwel voorgoed in de cultuur te zijn ingebed. Wie kan zich nog een leven voorstellen zonder pennen, boeken, kranten of televisie?

Wetenschappelijk onderzoek naar media vraagt om een andere aanpak dan gesprekjes met bezorgde ouders en leerkrachten. De relatie die Pardoen legt tussen gebruik van sociale media en schoolprestaties is dan ook van dezelfde orde als het angstige verband tussen masturbatie en doofheid. Als er al sprake is van een samengaan van smartphones en zittenblijven, dan is het nog altijd de vraag of het gebruik van sociale media slechtere schoolprestaties veroorzaakt.

En er zijn oorzaken die echt meer voor de hand liggen als we de toename van zittenblijvers of schoolverlaters willen verklaren:

De komst van CITO-toetsen in ieder schooljaar. De drang van scholen om beter te scoren dan het landelijk gemiddelde. De invoering van het Nieuwe Leren. De gemiddelde leeftijd van leerkrachten. De fusies tussen scholen en het ontstaan van leerfabrieken. Nieuwe schoolgebouwen waarin de architect het voor het zeggen heeft, en leerlingen zich niet welkom voelen. De afschaffing van de LTS. Het verdwijnen van gymleerkrachten en conciërges. Competentiegericht onderwijs. Steeds meer lesuren met een leraar-op-loopafstand. Steeds minder leerkrachten met het vermogen om een verhaal te vertellen, om klassikaal les te geven. Steeds meer opdrachten die in groepjes moeten worden gemaakt, om de hoeveelheid nakijkwerk te beperken. Een steeds vollere agenda voor steeds vermoeidere kinderen met steeds drukkere ouders.

Kortom, de haastig gelegde relatie tussen smartphones en slecht presterende jongeren lijkt welhaast ingegeven door de drang om scholen en opvoeders uit de wind te houden. Dat Pardoen het van deze groep moet hebben blijkt wel uit het feit dat haar boekje oude mediastijl is uitgegeven, goedkoop, op papier, vlak voor Sinterklaas, aangevuld met de hoop op wat radio- en televisie-aandacht. Als dit boekje een hartstochtelijk document is, waarom dan geen gratis download-versie met een creative commons kreet: Alstublieft, kopiëren en verspreiden deze wijsheden!

Er ontstaat een heel ander beeld als we de zaken omdraaien, en als antropologen hevig geïnteresseerd met leerlingen spreken. Leerlingen houden van leerkrachten die goed en enthousiast lesgeven, naar hun vragen luisteren en interesse hebben in hun persoon, en niet slechts in de prestaties die ze leveren. Ze werken hard voor betrokken docenten en leggen voor een gave les graag hun mobiel opzij. Ze gebruiken Facebook en Whatsapp om lesmateriaal uit te wisselen en elkaar van onverwachte lesuitval op de hoogte te brengen. Ze balen van leerkrachten die hun niet zien, die boe noch bah zeggen als het even niet lukt, en die liever niet voor de klas staan. Ze voelen dat ze worden fijngemalen tussen vierweekse, zesweekse en halfjaarlijkse planningen en competentie-overzichten. En ze hebben bovenal geen zin om over sociale media te spreken met opvoeders die het slechts als grote afleiders zien.

Leerlingen en studenten hebben een uitermate realistisch beeld van de wereld waarin zij leven. Pardoen niet.

Ronald Hünneman is docent en onderzoeker bij de studie Kunsten, Cultuur en Media van de Rijksuniversiteit Groningen en voerde in opdracht van Ingrado (de Landelijke Vereniging van Leerplichtambtenaren) gesprekken met jongeren en docenten in het

VMBO en MBO over de situatie op hun scholen.

Volg Hünneman ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (7)