2.979
31

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

Pedofilofobie

Het ligt in het wezen van een democratische samenleving dat we ook samen moeten leven met mensen die anders zijn dan wijzelf, met mensen die ons angst inboezemen, zelfs met mensen waarvan we walgen

2014 is een slecht jaar voor de Nederlandse pedofiel. Het begon in februari met de ophef rondom zwemleraar Benno L., die tot misnoegen van de overige Leidenaren besloot zich in hun stad te vestigen. In april sprak de Hoge Raad zich uit tegen vereniging MARTIJN, waarmee deze organisatie definitief verboden werd. En nu is er de onrust rondom Sytze van der V., die na een lange zoektocht in een flat boven een kinderdagverblijf in Amersfoort is komen wonen. Maar hoewel de strafbare handelingen van Benno L., Sytze van der V. en Ad van den Berg – de voormalige voorzitter van MARTIJN – buiten kijf staan, is het de vraag of deze periodiek opduikende hysterie veel met kindveiligheid te maken heeft.

Zoals bekend is het taboe op seks met minderjarigen van recente origine. In het oude Griekenland was een seksuele verhouding met een oudere man een vast onderdeel in de ontwikkeling van jonge knapen; Plato beschrijft deze vorm van liefde openlijk in zijn Symposium. De jonge leeftijd van Mohammed’s bruiden is alom bekend – maar ook in het oude testament vinden we Lot, de neef van Abraham, die zijn twee maagdelijke dochters aanbood voor het gerief van twee als vreemdeling vermomde engelen (en die na de dood van zijn vrouw door diezelfde dochters dronken gevoerd en aangerand zou worden). Natuurlijk: mores veranderen, en dat het in de bijbel staat wil niet zeggen dat het goed is – maar alvorens aan te nemen dat we sindsdien wijzer zijn geworden is het de moeite waard de voedingsbodem van de morele paniek die zich tegenwoordig op de pedofiel richt te reconstrueren.

Een belangrijk element van deze voedingsbodem is een verschuiving in de relatie tussen daad en dader – een verschuiving die in het strafrecht en de criminologie te volgen is. Sinds de 19e eeuw is er om de wet een groeiend systeem van instituties ontstaan dat niet tot doel heeft daden te bestraffen, maar de beweegredenen van daders te verklaren. De psychiatrie vervult hierin een sleutelfunctie: crimineel gedrag wordt gepathologiseerd, en criminele handelingen worden toegeschreven aan al dan niet aangeboren afwijkingen. Cesare Lombroso, een criminoloog werkzaam aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw, ontwikkelde het begrip van de “geboren crimineel” – iemand wiens aanleg ongeacht de omstandigheden vroeg of laat zal leiden tot crimineel gedrag. Hoewel criminaliteit vandaag de dag anders benaderd wordt ziet ook de hedendaagse criminologie achter elke overtreding een causale ketting die eindigt bij het Triebleben van de overtreder. De kern van een misdaad is niet langer de daad, maar het wezen van de dader.

Ook op het gebied van seksualiteit verschoof de nadruk in de 19e eeuw van handeling naar aanleg. In deze context werd homoseksualiteit voor het eerst een identiteit. Dit betekent niet dat er daarvoor geen mannen waren die een seksuele voorkeur voor mannen hadden, maar dat homoseksuele handelingen (sodomie) het wezen van die mannen niet bepaalden. Dat is tegenwoordig wel anders; de zogenaamde seksuele bevrijding heeft seksualiteit tot de kern van onze identiteit verheven, en iedere afwijking van de norm wordt intensief gesurveilleerd.

Deze verschuivingen in onze kijk op criminaliteit en seksualiteit hebben geleid tot de opkomst van een nieuw mensentype: het seksuele monster, een wezen dat door zijn libido wordt gedreven tot maatschappelijk ontoelaatbar gedrag. De pedofiel valt in deze categorie. Natuurlijk is het belangrijk de psychologische basis van crimineel gedrag te begrijpen; de keerzijde van deze pathologisering is echter dat justitie niet langer alleen daden bestraft, maar het wezen van de dader opnieuw definieert. Hoewel het strafrecht de reïntegratie van delinquenten tot doel zou moeten hebben, creëert het hiermee een groep mensen die niet langer in de maatschappij geïntegreerd kan worden. Sytze van der Velde wordt na zijn veroordeling Sytze van der V., en de rest van zijn leven zal hij problemen hebben met het vinden van een woning.

In een geseculariseerde samenleving ligt de bestaansgrond van het seksuele strafrecht niet langer in het hoeden van de moraal, maar in het reduceren van gevaar. Er zijn gevaarlijke seksualiteiten en kwetsbare bevolkingsgroepen, en een complex van psychologen en gebiedsverboden moet ervoor zorgen dat die twee elkaar niet tegenkomen. Maar hoewel deze opvatting aan de basis ligt van een wijdverbreide pedofilofobie, is de werkelijkheid zoals altijd een stuk complexer. Omdat de pedofiel wordt gekenmerkt door een geperverteerde geslachtsdrift die volgens velen onvermijdelijk tot perverse daden leidt, neigen we over het hoofd te zien dat niet iedere pedofiel een gevaar vormt voor de samenleving. In de eerste plaats zijn er veel mannen die hun semi-pedofiele fantasieën niet als zodanig erkennen, maar op volkomen legale wijze uitleven met behulp van pornografische titels in de categorie Barely Legal Schoolgirls.

Maar los van deze hypocrisie zijn er veel pedofielen die nooit toe zouden geven aan hun neigingen uit angst een kind te beschadigen (pedofilie betekent letterlijk liefde voor kinderen). En niet alleen zijn de meeste pedofielen geen kindermisbruikers; in feite zijn ook de meeste kindermisbruikers geen pedofielen, maar machtswellustelingen die in een kind een makkelijk doelwit zien. De schuldige is meestal een familielid of een vriend van de familie; soms gaat het om een voetbaltrainer, een BBC-presentator of een van Gods pad geraakte priester; en slechts zeer zelden om een pedofiel die nieuw is in de wijk.

Waarom dan toch telkens die hysterie wanneer een pedofiel ergens bij iemand in de buurt komt wonen? Dat heeft alles te maken met een collectieve obsessie met seksualiteit. Hoewel afwijkende vormen van seksualiteit grotendeels gedecriminaliseerd zijn, wordt geslachtsdrift nog altijd gezien als een ondoorzichtige drijfveer van potentieel gevaarlijk handelen; iets onbeteugelbaars dat niet aan de ratio onderhevig is, en waarvan daarom een zekere dreiging uitgaat. Tegenwoordig is de pedofiel als drager van een gecorrumpeerd en corrumperend libido het voornaamste object van deze angsten. Niemand wil een pedofiel als buurman, en deze logica volgend zouden we ze nog het best in een door de PVV ontworpen “tuigdorp” kunnen plaatsen. Het ligt echter in het wezen van een democratische samenleving dat we ook samen moeten leven met mensen die anders zijn dan wijzelf, met mensen die ons angst inboezemen, zelfs met mensen waarvan we walgen. De schromelijk overdreven dreiging van de pedofiel is het niet waard dit ideaal aan op te offeren.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)