453
6

Europarlementariër Verenigd Links

Kartika Liotard (1971) is Europarlementslid sinds 2004. Tot juni 2010 was zij dat voor de Socialistische Partij. Na een intern conflict besloot ze toen verder te gaan als onafhankelijk parlementariër. Liotard is lid en ondervoorzitter van de GUE/NGL, de 35 leden tellende fractie van Europees Verenigd Links. Liotard is vicevoorzitter van de parlementaire intergroepen over Ouderen en Dierenwelzijn. Verder is zij lid van de commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en plaatsvervanger in de commissies Ontwikkelingssamenwerking en Rechten van de vrouw en gender-gelijkheid. Voor het Europees Parlement verzorgt zij het officiële contact met de EU-voedselveiligheidsorganisatie EFSA. Liotard was tot haar verkiezing teammanager juridische zaken bij Laser (ministerie van LNV). Daarvoor werkte zij voor de wetswinkel in Nuth. Tussen ’96 en ’98 was ze bestuurslid van de SP-Westelijke Mijnstreek en daar verantwoordelijk voor de SP-Hulpdienst. In 2009 verscheen 'Poisoned Spring', een boek van haar en Steve McGiffen over privatiseringen in de watersector.

Pervers visbeleid is niet duurzaam…

Overbevissing is de realiteit

Vroeger kon je bij Landbouw & Visserij een schrootpremie krijgen voor je oude schip. Slimme reders gingen daarna met hun gevulde portefeuille naar de overkant van de Bezuidenhoutseweg. Daar kregen ze van Economische Zaken een premie op grond van de wet Investeringsrekening. Met hun verdubbelde fortuin lieten ze grotere schepen bouwen om de zeeën nog efficiënter te kunnen bevissen.

Het kan erger. Vandaag de dag vissen schepen uit Europa ook de kusten van ontwikkelingslanden leeg, mét EU-premies en mét belastingvrije scheepsbrandstof. Het zou me niks verbazen als ook een oud Hollands schrootschip onder een andere vlag bij Ivoorkust nog wat restjes opvist.

De kleine vissers moet je het niet kwalijk nemen, die zitten zelf gevangen. Ze worden door een moordende markt tegen elkaar uitgespeeld. Het EU-systeem bevoordeelt vooral de visindustrie. De spierinkjes komen bij de kleintjes terecht, de giganten gaan er met de gesubsidieerde kabeljauw vandoor. EU-subsidies pakken averechts uit, ook op de visstand voor de Afrikaanse kust. In de boekjes heet dat een pervers beleidseffect.

De Europese media schetsen deze maand een onthullend beeld van een EU die de overbevissing niet bestrijdt maar stimuleert. Het grootste probleem van wat wordt genoemd het ‘gemeenschappelijk visserijbeleid’ in de EU is voor mij, dat er juist niks gemeenschappelijks aan is. Iedereen vist de subsidievijvers en de zeeën leeg en prevelt tijdens deze slachting wat over duurzaamheid. Maar we steunen in feite de doodsstrijd van een bedrijfstak die met steeds fijnere mazen al het leven uit zee trekt. De Spaanse staat – bijna het grootse visland ter wereld – is een recidivist als het gaat om het achterwege laten van controles op illegaal gevangen vis. Spanje is herhaaldelijk door het Europese Hof schuldig bevonden, het land behoudt echter zijn miljardensteun uit Brussel.

De Europese Commissie houdt haar deuren potdicht, ze snapt zelf ook dat haar visbeleid bedorven is. Ook de lidstaten werkten niet loyaal mee; relevante cijfers konden begin deze maand alleen via speurwerk en stug volhouden door onderzoeksjournalisten worden losgepeuterd. Wat blijkt? Het is erger dan we dachten. Een studie van het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) geeft aan dat de Spaanse visindustrie sinds 2000 meer dan €5,8 miljard aan subsidies toucheerde. Zelfs veroordeelde visbedrijven blijven vette subsidies ontvangen voor hun roofzuchtig gedrag.

Het probleem is simpel: geen enkel land voelt zich individueel verantwoordelijk voor de visstand. En omdat vissen van niemand zijn, vangt iedereen ze. Mijn Spaanse collega in het Europees Parlement Josefa Andrés Barea schetste haar dilemma: EU-subsidies blijven nodig omdat “we anders alles aan de Chinezen overlaten. En zij hebben helemaal geen regels”. Zij vergoelijkt daarmee het EU-beleid. Gaan we zo door, dan heeft straks ook China geen vis meer. Mondiale vrijhandel leidt tot uitputting van gemeenschappelijke goederen. Blijven geloven in het marktdenken is hier een doodlopende weg. Alleen een radicale ommekeer voorkomt dat de vis straks op is. EU-subsidies moeten we wat mij betreft besteden aan soortenbescherming en aan onafhankelijke visserijcontroles. En we moeten er de ‘visdieven’ mee in onze netten sluiten. In juni 2012 is in Rio de Janeiro een VN-conferentie over duurzame ontwikkeling. De EU heeft op deze ‘Rio+20’ wat goed te maken. Blijven we met ons vingertje de schuld bij derde landen leggen, dan vangen we – om in stijl te blijven – straks niet eens bot, maar vissen we achter het net. Het is niet zoals ‘de mannen van de zee’ in hun pr-verhaal schrijven dat er ‘verhalen rouleren over overbevissing’. Nee, overbevissing is de realiteit.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)