769
18

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Pesten minder pijnlijk maken

Iedere dag een gezond weetje! Vandaag: Kinderen weerbaar maken voor pestkoppen

Ivan Wolffers schrijft elke dag een gezond weetje, gebaseerd op onderzoeken met merkwaardige en soms ongelofelijke uitkomsten. Door de weetjes van Wolffers leer je van alles over bijvoorbeeld verschillende ziektes, medicijngebruik en gezond afvallen, maar ook over de vaak komische verschillen tussen mannen en vrouwen.

Zondag. Tijd voor een stichtelijk woord. Toen ik ooit de tien geboden uit het hoofd moest leren ontdekte ik dat er nergens stond ‘Gij zult niet pesten’. Dat was niet erg genoeg om het in die stenen tafelen helemaal uit te beitelen. Op mijn lagere school werd er behoorlijk gepest. Ik was niet van de kerk waar de ouders van mijn klasgenoten naartoe gingen. Mijn vader was joods en had van de oorlogstijd geleerd dat je nergens meer in wilt geloven. Mijn moeder was van de VPRO-kerk, zo’n ‘licht’ geloof dat het niet meetelde.

Ik ben heel wat gepest omdat ik ‘anders’ was. Het pesten heeft mij weerbaar gemaakt, maar daarom was het nog niet leuk. Ik vond het echter ook geen probleem om buitenstaander te zijn en dat maakte me een moeilijk slachtoffer voor de pesterij. Het kon me meestal niet zo veel schelen.


Er zijn onderzoekers die het pesten verklaren als een voortdurend naspelen van maatschappelijke verhoudingen waardoor de kinderen zich voor kunnen bereiden op wat ze later te wachten staat. Mensen blijven elkaar namelijk pesten tot aan hun dood toe.

Er wordt nergens meer gepest dan in verzorgingshuizen. Maar onderzoek laat zien dat pesten echt niet een trainingsveld is voor later, maar eerder een manier voor de pesters om hun status en populariteit te vergroten. En het zijn in principe altijd de ‘anderen’ in de groep (fysiek, religie, seksuele geaardheid enz) die voor het pesten worden uitgekozen. Daarmee worden de maatschappelijke grenzen tussen wat ‘gewoon’ is (en wat niet) gemarkeerd.

Je ziet het zelfs in het speciale onderwijs: de kinderen met de grootste handicaps worden het vaakst gepest. Ik vind het daarom niet gek en bevoogdend om voor degenen die meer kans lopen om gepest te worden interventies te ontwikkelen om ze enerzijds te ‘sterken’ en anderzijds de pesters te leren dat de gepeste kinderen niet echt ‘anders’ zijn. Dat is geen staatsbemoeienis, maar een zorgzame samenleving en het hoeft niet tot zelfmoord (of net niet) te leiden om je er samen over op te winden.

Het is bijvoorbeeld heel goed mogelijk om in het schoolprogramma elementen op te nemen die zorgen dat het pesten van jongeren met andere seksuele geaardheid te verminderen. Waarom zou je zoiets niet doen?

Pesten helemaal uitbannen is onmogelijk, maar het is geen onzin om samen te zorgen dat het minder pijn doet.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter

Het weetje van gisteren: Geld maakt gelukkig, maar dan moet je het wel weggeven

Het nieuwe boek van Ivan Wolffers is: Het gezonde lifestyleboek


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (18)