887
24

ICCO adviseur lobby & advocacy

Jonathan is begonnen als journalist bij Trouw en werkt sinds een paar jaar voor ICCO. Eerst als redacteur, persvoorlichter en nu als adviseur lobby & advocacy.

Pijnlijke conclusies

Jonathan Huseman bezocht Gaza en concludeert: alles is politiek, voor wie er politiek van wil maken

Bij de Erez toegang tot de Gaza-strook heerst de lome rust van een spaghettiwestern. Nu de zon is doorgebroken,wordt het snel warm. Vogels kwetteren hun hoge tonen. Buiten klinken de lage stemmen van wachtende, Arabisch sprekende taxichauffeurs. Binnen, in het met wachttorens omgeven gebouw waarin Israëlisch veiligheidspersoneel de toegang tot Gaza regelt, zoemen en weerkaatst elk geluidje van de stenen vloer.

De hal kleurt grijs en lichtblauw van het staal, de pijpen, leidingen, geblindeerde kantoorruimtes en camera’s. De officiële benaming is “Erez-terminal” en zo ziet de hal er ook uit, als een vertrekhal op een vliegveld, met veel balies, waarvan slechts één in gebruik is. “Wat kom je doen? Wat is de naam van je vader? Wat is de naam van je vaders vader?” De beambte doet haar werk. Als de vragen naar tevredenheid zijn beantwoord en het paspoort is gestempeld, zegt ze: “Have a nice experience.”

Na enkele tientallen meters niemandsland met daarin achtergelaten rolstoelen, opschietend onkruid en camera’s, opent een te krappe draaideur in de metershoge muur. Meteen achter de muur ligt een gang, die aan weerszijden en van boven is afgedekt met een ijzeren hekwerk. Het is een soort voetgangerssnelweg van ongeveer een kilometer lang. Aan deze zijde van de muur liggen rollen prikkeldraad en betonblokken en hangen meer camera’s. De wind ruist door het droge gras, krekels tjirpen, verder is het stil.

In het landschap staat een geïmproviseerde tent waarin een schaapherder met zijn kinderen beschutting zoekt tegen de zon. Naast de corridor slingert rotzooi: plastic, lege blikjes, verfrommelde snoeppapiertjes, een schoen. In de verte klinken schoten. Het blijft onrustig nadat de dag ervoor vanuit Gaza twee raketten op de nabijgelegen Israëlische stad Sderot zijn afgevuurd. Israël heeft geantwoord met bommen op Gaza. Het is een dag als vele andere.

Er schiet me een regel uit een psalm te binnen. Dat gebeurt vrijwel nooit, misschien raar voor “the son of a preacherwoman”. Wandelend door dit desolate niemandsland had me nauwelijks een passender tekst kunnen invallen dan deze: “wat drijft de volken, wat bezielt ze toch/wat is de waanzin toch die zij beramen.”

De regels blijven de rest van de week rondzingen in mijn hoofd. Bij het verlaten van Gaza via weer een ander systeem van sluizen en deuren, waarin ik me een marmot in een marmottenrace waan, wachtend tot iemand die je niet ziet een deurtje voor je opent. Bij het te voet passeren van de grens tussen Ramallah en Israël. Bij ieder verhaal, van elk individu, dat de wirwar aan werkelijkheden steeds verder vergroot.

Het verhaal van Jamal Jumadie, rijdend door de Jordaanvallei, waar de plantages van de nederzettingen groene oases zijn waarvoor water wordt onttrokken aan Palestijns land, vertelt hoe hij gevangen heeft gezeten vanwege zijn werk voor Stop the Wall.

De weeklacht van Abu Sager, een oude boer met diepe groeven in zijn gezicht, onafgebroken rokend, die zijn woorden om een gitzwarte, naar voren priemende punttand heen moet zien te lispelen: sinds 1997 zijn honderden mededorpelingen vertrokken, omdat hun huizen zijn vernield, de toegang tot water hen is ontnomen, hun vee in beslag is genomen door het Israëlische leger wegens veiligheidsredenen en militaire oefeningen, “alsof de woestijn niet groot genoeg is om te oefenen”.

Het verhaal van de mooi gelegen kibboets in het zuiden van Israël, waar bewoners, onder wie vrienden, schuilkelders hebben voor de raketten uit Gaza, maar een kilometer verderop boodschappen doen in een Arabisch stadje, dat ze ironisch genoeg óók beschermt tegen raketaanvallen uit Gaza. Die kibboets en dat bedoeïenenstadje, in hetzelfde land, onder dezelfde regering.

De verhalen van Gazanen, die alles beu zijn: “deze extremistische Hamas-regering”, “dit regime dat haar onkunde heeft bewezen”, die smeken om open grenzen, zodat ze eindelijk kunnen exporteren en vrij kunnen bewegen, die boos zijn over het plan om 9-jarige jongens en meisjes te scheiden in het onderwijs, die hun woede uiten over de verwoestingen die Israël in de recente oorlogen heeft aangericht, en waarvan de resultaten midden in de stad zichtbaar zijn.

Het verhaal van de mensenrechtenlievende rabbijn die meent dat de Joodse staat een democratie is zolang de meerderheid van haar burgers Joods is.

De mensen die vragen om “externe druk van de internationale gemeenschap”, waarmee iemand als Omar Barghouti onomwonden een boycot van Israël bedoelt.

De archeologen bij een opgraving in een Palestijnse wijk in Jeruzalem, op nog geen 300 meter van de Al Aqsa-moskee, waar de ene gids plechtig aan zijn geïmponeerde gehoor verkondigt dat dit de plek is waar Koning David zijn paleis vestigde, terwijl een gids tien meter verderop spottend vraagt: deze hoop stenen, denken jullie nu echt dat dit een paleis was?

De rondleiding door Zochrot in een wijk van Jeruzalem, Lifta, gebouwd op een Palestijns dorp. De discussie die vervolgens aan tafel ontstaat over het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen: een eis van de Palestijnen, onbespreekbaar voor de meeste Israëli’s.

De subtiele manier waarop gids Umar laat doorschemeren dat hij als Arabische Israëli minder rechten heeft dan Joodse Israëli’s. De nuances die elk verhaal toevoegt – wat te denken van “linkse kolonisten”, of religieuze kolonisten die bereid zijn te leven onder Palestijns gezag?

De officiële kaartjes van de VN. Het recent verschenen rapport van de adviesraad van de Nederlandse regering die bij voortzetting van de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden vreest voor “een ongekende uitbarsting van geweld, met noodlottige humanitaire en politieke gevolgen” en dat Nederland oproept “om op woorden van protest ook daden te laten volgen”.

De verhalen buitelen over elkaar, het is duizelingwekkend. Openbaar vervoer, taal, archeologie, straatnaambordjes, de oorsprong van bepaalde gerechten, landverdeling, alles is politiek, voor wie er politiek van wil maken. Dat wil ik niet altijd, maar het is onontkoombaar.

Het was Arjan el Fassed die in zijn boek “Niet iedereen kan stenen gooien” schreef: “Het ziet eruit als apartheid, het ruikt naar apartheid, het voelt als apartheid, maar op de een of andere manier wil de wereld het niet zien. Want als dit apartheid is, heeft dit enorme gevolgen voor hoe regeringen zullen omgaan met dit conflict.”

Ik denk dat hij gelijk heeft.

En ik herken de neiging om niet te willen zien.

Want de conclusies die ik dan moet trekken, zijn pijnlijk.

Dit artikel staat ook op de website van ICCO

Geef een reactie

Laatste reacties (24)