768
3

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Piskijken en poepontleden

Hippocrates wist al dat als je iemand met diabetes wilde herkennen je wat van zijn urine moest proeven, want die zal zoet smaken

Wat moesten artsen vroeger zonder bloedonderzoek, MRI-scans en urinetests? Ze waren op hun zintuigen aangewezen en beperkten zich grotendeels tot het piskijken en poep ontleden. Zit er bloed in een plasje, is het troebel en hoe ruikt het?

En bij het ontleden van een drol, zag je dan bloed, wormeneitjes? Heus op basis van zulke waarnemingen viel heel wat te zeggen, als je tenminste een goede piskijker en poepontleder was met enige ervaring. En misschien moest je wel wat meer doen dan alleen kijken, maar ook ruiken en proeven. Hippocrates wist al dat als je iemand met diabetes wilde herkennen je wat van zijn urine moest proeven, want die zal zoet smaken. Indiase artsen waren net iets slimmer en goten wat urine op een schaaltje en keken vervolgens of er bijen op af kwamen. Die hoefden dus niet te proeven. Nou ja, in die tijd keek men niet zo op tegen het proeven van urine. Men dronk het zelfs als medicijn.

Aan de universiteit van Leicester heeft men nu een toestel ontwikkeld om bepaalde bacterie-infecties van de darmen te herkennen aan de geur. Daar hoef je dus niet met je neus alle monstertjes poep van andere mensen te testen. Het is trouwens maar helemaal de vraag of je het zonder de toeter die de deskundigen ontwikkeld hebben kunt ruiken.

Het gaat om het herkennen van Clostridium Difficile. Ik neem aan dat het woord difficile niet aan de naam is toegevoegd omdat het moeilijk te ruiken is, maar mocht het zo zijn, dankzij de lange buis die de onderzoekers hebben ontwikkeld (het lijkt uit een stuk regenpijp gemaakt te zijn) blijken artsen nu in een oogwenk (neuswenk zou meer gepast zijn) een infectie met de bacterie te kunnen herkennen. De onderzoekers wijzen op dit enorme voordeel. In de spreekkamer kun je wat ontlasting zo onder die pijp leggen en een ontsteking herkennen. En dat is goed volgens de onderzoekers, want het niet herkennen zorgt alleen maar tot uitstel van behandeling. Zonder zo’n poeptoeter ben je aangewezen op een kweekje en de uitslag daarvan komt pas na een paar dagen.

Ik vind zo’n wetenschappelijke ontwikkeling ongelooflijk spannend hoor, maar meer nog vormt het voor mij aanleiding om te benadrukken hoeveel artsen zonder dergelijke geavanceerde apparatuur konden dankzij hun zintuigen. In de tijd dat ik in Sri Lanka werkte vanwege mijn promotieonderzoek raakte ik gefascineerd door de manier waarop botbreukhelers onderzoek deden naar de aard van fracturen. Ze hadden in de dorpen waar de ongelukken gebeurden geen eenvoudige röntgenapparatuur ter beschikking en moesten alles vast stellen met hun handen. Een ziekenhuis was te ver weg. De vaardigheden die ervaren bottenhelers hadden ontwikkeld waren vergelijkbaar met wat mensen die visueel gehandicapt zijn hebben verkregen door te voelen waar anderen zien.

Zo ook die stankbuis. Het lijkt een stap terug dat we moeten ruiken en de ‘meesters van de hersenscan’ zullen er misschien hun neus voor ophalen, maar wie weet zal het blijken een stap voorwaarts te zijn, want wat kun je allemaal nog meer op de manier te weten komen?

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop elke dag een Gezond Weetje van de Dag: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (3)