3.222
31

Journalist

Peter Verlinden is journalist bij VRT.

Politici geven racistische onderstroom vrij spel

Ik ben bang. Af en toe. Dat de Vlaamse politici te weinig moed hebben om eens en voorgoed komaf te maken met de dreigende terreur van het racisme

Peter Verlinden is VRT-journalist, getrouwd met een zwarte vrouw, vader van een bruine dochter. Dit is een herwerkte, uitgebreide versie van de bijdrage die al op deredactie.be verscheen.

Die ochtend stond in grote witte krijtletters op de muur van ons huis geschreven: NEGERS!

Mijn (zwarte) vrouw heeft ze er meteen vakkundig afgepoetst, mijn (bruine) dochter en (bruine) stiefzoon hebben niets gezien.

Ik was even van slag. Dit had ik in ons dorp nog nooit meegemaakt. Toch had ik kunnen weten dat zelfs in de 21ste eeuw dit in Vlaanderen nog altijd mogelijk is. Want volgens Vlaams Belang-boegbeeld Filip De Winter heeft bijvoorbeeld mijn jongste dochter een groot probleem: ze is bruin. (Ikzelf heb volgens hem geen probleem: ik ben/word alleen maar grijs.)

Zijn uitspraak op een verkiezingsmeeting van zijn partij één week voor de verkiezingen, door alle massamedia zo goed als kritiekloos weergegeven, loog er niet om: ‘Het probleem is niet de vergrijzing maar de verbruining!’

Dat een extreem rechts Vlaams politicus in het heetst van de verkiezingsstrijd wetens en willens en met voorbedachte rade zulke racistische uitspraak lanceert, dat kan nauwelijks verbazen. Veel opmerkelijker is de oorverdovende stilte die daarop gevallen is bij zo goed als alle Vlaamse (top)politici en massamedia. Opmerkelijk en angstig, zeker voor de vader van een bruin kindNog voor dat ene woord op onze huismuur maakte ik me al grote zorgen over die gewenning aan racistische uitspraken, sindsdien nog veel meer.

Onderstroom
Vijfendertig jaar geleden schreef ik een licentiaatsthesis over extreem rechts binnen het Vlaams-nationalisme. Mijn conclusie toen was dat (onder meer) het racistische gedachtegoed veel vernietigender voor de samenleving is als dat verborgen blijft binnen de ‘gevestigde partijen’. De uitgesproken extreem rechtse groeperingen en partijen van toen en nu, met hun klare taal, hebben het voordeel van de duidelijkheid: hun opinie en vooral hun gedrag is bekend en kan dus, zo gewenst, openlijk bestreden worden. Op het einde van de jaren zeventig werd op die manier de Vlaamse Militanten Orde monddood gemaakt na de veroordeling als ‘privémilitie’. Maar toen al waarschuwde ik ervoor dat de ideologische onderstroom van zulke groeperingen niet zou verdwijnen met de betrokken groeperingen. Feitelijk werden hun gedachten geheel of gedeeltelijk geabsorbeerd door meer ‘respectabele’ organisaties. Dan woekeren ze voort onder het oppervlak van de politiek en daar overleven ze langer. Zo luidde toen mijn conclusie als nieuwbakken politicoloog.

In deze 21ste eeuw lijkt er niet veel veranderd, wel integendeel. Een notoir extreem rechts politicus kan op een openbare bijeenkomst ongestraft uitspraken doen die voor de meeste waarnemers uitgesproken racistisch zijn, en daarenboven door de massamedia als een megafoon herhaald worden – niemand kan hem dat beletten. Dat is de prijs die een democratische samenleving betaalt voor het universele recht op vrije meningsuiting. Het zij zo: ik ben een principiële voorstander van het absolute spreekrecht – hoe kan je anders als journalist in de vrije wereld?

Maar ik kan alleen maar vaststellen dat de (meeste) massamedia, ook over zulke uitspraken, hun kritische opdracht verwaarlozen. Dat is de prijs die deze samenleving betaalt voor de persvrijheid die meer en meer een mercantiele strijd om de kijker/lezer/luisteraar is geworden, eerder dan een strijd om het meest correcte verhaal, de meest kritische en deskundige kijk op de werkelijkheid. Het zij zo: ik ben een al even grote voorstander van de vrije pers die best zichzelf reguleert.

Maar dat de andere en veel machtigere Vlaamse politici zulke uitspraken van hun ‘waarde collega’ zomaar laten passeren, dat vind ik pas ronduit beangstigend. Want door die zwijgzaamheid geven zij feitelijk vrij spel aan een racistische onderstroom in Vlaanderen die vroeg of laat opnieuw slachtoffers zal maken. Daarom beschouw ik het als mijn plicht om dit aan te klagen, al was het maar in het belang van mijn bruine dochter, die amper anderhalf jaar in het Vlaamse leven staat en hier hopelijk nog een lang en veilig leven mag doorbrengen, ook als haar vader er niet meer zal zijn om haar in bescherming te nemen.

(Als journalist van een openbare omroep ben ik terecht gebonden aan enige terughoudendheid wat politieke zaken betreft. Ik beperk me dus in deze tot vaststellingen, de feiten, zoals dat hoort.

Rood bloed
De afgelopen kwarteeuw heb ik om professionele en geleidelijk ook privéredenen veel levenstijd doorgebracht met mannen, vrouwen en kinderen die niet behoren tot de traditionele ‘Vlaamse’ families. Zij kwamen en komen uit zowat de hele wereld, vooral uit Afrika, van Noord tot Zuid, en, ja, hun huidskleur varieert doorgaans van lichtbruin tot gitzwart. Dat is dan ook het enige punt waarop zij echt verschillen van ‘ons’, traditionele bleke Vlamingen. ‘Mijn bloed is even rood als dat van u’, riep een vrouw in het Congolese Bukavu mij ooit toe, verontwaardigd omdat die bezoekende Belgen zo weinig deden om de terreur van de verkrachtingen in Oost-Congo te stoppen.

Het bloed van mijn (zwarte) vrouw en van mijn (bruine) dochter is even rood als dat van mijn drie blanke dochters en hun moeder. Meer nog. Hun vreugde en verdriet, hun zorgen en blijheid, hun normen en waarden, zijn even universeel als die van mijn hele blanke familie. Mijn oudste dochter schreef het zo in een reactie op dat éne woord op onze huisgevel: “Mijn kleine bruine broer kan even goede knuffels geven als mijn witte zussen, en mijn lieve kleine zus is een evenbeeld van ons drie, enkel met de kleur waar wij van dromen.” Haar vader kan het niet mooier zeggen.

Uiteraard zijn er in alle bevolkingsgroepen, van welke origine ook, individuen die de normen en waarden van het land waar ze leven, in dit geval België, met de voeten treden. In sommige gevallen kunnen die overtredingen zelfs toegeschreven worden aan leefomstandigheden waar de meeste leden van eenzelfde bevolkingsgroep mee te maken hebben: sociale achterstand, gebrek aan taalkennis, verscheurde gezinssituaties. Wat absoluut niet betekent dat iemand delinquent is of wordt, omdat hij of zij tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort. Een gelijke wetgeving voor iedereen dient er precies voor om zulke misbruiken te beteugelen en de individuele overtreders te straffen. Of die nu wit, bruin, zwart, geel, rood of blauw zijn.

Het gelijkstellen van bijvoorbeeld een huidskleur met een bepaald (foutief) gedrag, behoort tot een racistisch gedachtegoed en ondermijnt een vredige samenleving. Of dat gedrag nu betekent het misbruiken van de sociale zekerheid of het overtreden van de verkeersregels, dat maakt niet uit: een individu (negatief) catalogeren op basis van zijn/haar huidskleur (of ander aangeboren kenmerk) is en blijft in een moderne samenleving ontoelaatbaar.

Misplaatste vreugde
En dan nog dit: de kiezers van de grootste extreem rechtse partij van Vlaanderen, het Vlaams Belang, dat zich dus kenmerkt door ook racistisch getinte uitspraken, zijn sinds de jongste verkiezingen grotendeels overgelopen naar de meer gematigde Vlaams-nationale partij N-VA. Veel degelijkere politicologen dan ikzelf zullen dat vroeg of laat wel precies berekenen, maar grofweg bestaat wellicht ruim een kwart van het N-VA-electoraat uit vroegere Vlaams Belang-kiezers. (Alles wijst erop dat deze kiezers in veel mindere mate overgelopen zijn naar de andere partijen.)

Ik kijk nu uit naar hoe de grootste partij van Vlaanderen zal omgaan met die nieuwe aanhangers. Want zij hadden van hun vroegere boegbeelden, zoals Filip De Winter, geleerd dat een flinke dosis racisme in de politiek helemaal geen kwaad kan, wel integendeel. Meer nog: zij waren gewend geraakt aan de erkenning van die racistische Vlaamse onderstroom.

Mag ik hopen dat de N-VA ook deze nieuwe kiezers van meet af aan duidelijk zal maken dat een term als ‘verbruining’ taboe moet zijn en blijven, en dat de indeling van de Vlaamse (!) bevolking op grond van een huidskleur absoluut onaanvaardbaar is. Uiteraard weet ik dat de N-VA in haar programma zeer duidelijk elk racisme veroordeelt. Enkele goede kennissen met Congolese wortels, blank en zwart, zijn trouwens actieve militanten bij de partij en voelen zich daar goed. Dat is absoluut aanmoedigend. Maar het volstaat niet.

De grootste partij van Vlaanderen draagt nu, meer nog dan de kleinere, de verantwoordelijkheid om ook over zulke kwesties duidelijke uitspraken te doen. Niet één keer, maar elke keer opnieuw, telkens als de kans zich voordoet. Bijvoorbeeld na een uitspraak van een medepoliticus. Als de N-VA die verantwoordelijkheid opneemt, in de meerderheid of in de oppositie, dan pas zullen de vreugdedansjes in sommige middens over de verdienste voor het ‘opslokken van extreem rechts’ enige zin hebben. Als de N-VA deze handschoen niet opneemt, dan blijft het racistisch vergif verder alle richtingen opkruipen, ook binnen de zogenoemd ‘democratische’ partijen.

Ik ben bang. Af en toe. Dat de Vlaamse politici te weinig moed hebben om eens en voorgoed komaf te maken met de dreigende terreur van het racisme. En dus bang voor de toekomst van mijn bruine dochter en haar broer en haar vriendjes en vriendinnetjes, overal in Vlaanderen en Europa.

Want dit Europa wordt hoe dan ook almaar bruiner, daar zal geen enkele politicus iets kunnen aan veranderen, dat is de wet van de menselijke mobiliteit en de culturele vermenging. Het is aan de verantwoordelijke politici om die overgang in goede banen te leiden en de toekomst van elke inwoner van dit land, dit continent, deze wereld, veilig te stellen.

Ik hoop dat mijn angst reden zal hebben om te verdwijnen, samen met de krijtletters vanmorgen op onze huismuur. Maar de oorverdovende stilte op de meeste Vlaamse politieke banken de afgelopen weken, én in de massamedia, is alvast geen goed teken. 

Dit artikel verscheen eerder op De Morgen.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)