360
0

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Politiek als doorgeefluik of beroep

Over de sterke maidenspeech van Carola Schouten

Gisteravond was ik wat later thuis dan de bedoeling was. Carola Schouten van de ChristenUnie hield haar maidenspeech en aangezien ze al een tijd politiek als beroep heeft (eerst fractiemedewerker, nu Kamerlid) was ik benieuwd naar wat ze te zeggen had.

Nu heb ik al getwitterd dat ik de speech sterk vond, dus ik schaam me er niet voor dat hier te herhalen. De voorzitter van de Tweede Kamer zei hetzelfde en benoemde de ogenschijnlijke routine waarmee Carola er stond: het was inderdaad alsof ze dit al jaren deed. Letterlijk:

Soms gaan de geruchten al voor een collega uit. Nu is ook in de praktijk bevestigd dat het lijkt alsof u al jaren lid bent van deze Kamer”.

Opmerkelijk was dat haar maidenspeech niet over haar zelf ging. Bij nogal wat maidenspeeches in het verleden was dat anders: daar ging het over opa’s en oma’s en jarenlange passie voor de politiek. Op zich fascinerende informatie, maar een teken van wat anders: namelijk dat nogal wat mensen denken dat het om henzelf gaat, en niet over het grotere: de democratie. Zoals ik wel vaker heb gezegd: beslissingen nemen, beleid maken en zelfs het controleren ervan gaat echt beter in een dictatuur, dus het belangrijkste wat een politicus of bestuurder doet is het in stand houden van de democratie.

Je ziet dat beeld ook bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Behalve het abjecte gestrategiseer met stemmen zie je ook dat Statenleden steeds vaker een persoonlijke voorkeur uitspreken bij het stemmen. Terwijl bij stemmingen die je doet als volksvertegenwoordiger niet je persoonlijke mening, maar je functionele en professionele mening als volksvertegenwoordiger voorop moet staan. Al ben ik het met iedereen eens die zegt dat ook daar je persoonlijkheid in door moet klinken.

Een tweede breuk met wat steeds meer gebruikelijk is, is de oproep van Carola Schouten om verantwoordelijkheid en vertrouwen te geven aan de onderwijsinstellingen. Letterlijk zegt ze:

(…) laten wij als overheid alstublieft niet de regie overnemen. Laat ieder zijn of haar rol nemen, maar geef ook ruimte aan de autonomie van onderwijsinstellingen, (…). 

Helaas zie je af en toe dat Kamerleden in hun streven naar daadkracht en relevantie wel even laten zien hoeveel ze wel niet weten over het onderwerp waar het over gaat, en de dagelijkse problemen waar de mensen die er écht over gaan, mee te maken hebben. Aan de ene kant wemelt het van de “mailtjes van mevrouw XXX, die me vertelde dat …” en “laatst sprak ik een XXX, die me zei…”; waar deze Kamerleden dan autoriteit aan pogen te ontleden; aan de andere kant hoor je nog al eens Kamerleden schamperen over “die directeuren met hun bonussen, vastgoedbeleid, management”,

wat die mensen wegzet als leeglopers en zakkenvullers, en hun eventuele passie, harde werken, betrokkenheid ontkent. En dan heb ik het nog niet eens over de omgangsvormen, waarbij de persoonlijke verwensingen steeds vaker te horen zijn. Beschamend en gênant.

Een derde aspect van de maidenspeech van Carola dat niet onbenoemd kan blijven, was dat ze een mening uitsprak. Ze gaf aan waar het de ChristenUnie om gaat: om behoud van identiteit, kwaliteit van toezicht én onderwijs en het schenken van vertrouwen aan de onderwijzer als professional. Dat is nogal wat in deze tijden waarin het ook wel voorkomt dat politici zich juist niet laten leiden door een politieke mening,  maar door ‘wetenschappelijk onderzoek’ (zoals bij de discussie rond rituele slacht) of – nog erger – politieke of bestuurlijke haalbaarheid. En dat terwijl politiek toch ook de kunst is van het ergens een mening over hebben, en het kan toch niet zo zijn dat het feit dat je politiek actief bent, je van die mogelijkheid ontheft.

Mensen die ervan uitgaan dat politiek het doorgeven van maatschappelijk bestaande meningen of wetenschappelijke feiten is, en zolang dat maar gebeurt door betrokken mensen die het ethisch gelijk aan hun kant hebben, en bovendien op zo’n blauw stoeltje zitten, dus Algemeen Autoriteit op Elk Gebied, maken uiteindelijk een beschamende vertoning van het ambt. Zij degraderen de functie van de volksvertegenwoordiger tot die van doorgeefluik.

Het gaat in de politiek om het uiten van een mening op grond van wat je ziet, hoort en weet en een bredere afweging. Vervolgens maak je er politiek van door er politieke richting aan toe te voegen en er een aangenomen voorstel of een ferme discussie van te maken. Tot slot leg je ook daarover een publieke verantwoording over af. Je moet daarbij voorbereid zijn op het mislukken van al je initiatieven, want politiek is als boren in hard hout. Zegt Weber in Politiek als Beroep.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Robbert Baruch

Geef een reactie

Laatste reacties (0)