1.965
52

Tweede Kamerlid PvdA

Tanja Jadnanansing is Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Zij voert voor de partij de portefeuille hoger onderwijs. Ze studeerde Rechten aan de Universiteit en was programmamaker bij de NOS.

Politiek en onderwijs: bemoei je met burgerschapsvorming

Het is tijd om de krampachtige terughoudendheid te laten varen

Op school worden kinderen gevormd. Ze worden er niet alleen opgeleid voor de arbeidsmarkt, maar leren ook wat het is om een burger in een rechtsstaat te zijn. Hoe reageer ik als ik ruzie heb met mijn buurman? Wat als ik me aangevallen voel door een mening of het gedrag van iemand anders? Op school moeten leerlingen antwoorden vinden op zulke vragen. Dat gebeurt nu nog te weinig: Nederlandse jongeren scoren internationaal slecht op het gebied van burgerschap, kennis van democratische principes en mensenrechten. Al enkele jaren wijzen onderzoeksresultaten ons op de achterstand die onze jeugd op dit vlak heeft ten opzichte van leeftijdsgenoten in andere landen. Daarom moeten we burgerschapsonderwijs hoog op de agenda zetten, zowel in de politiek als op school.

Taboeonderwerpen
Veel leraren vinden het lastig om taboeonderwerpen in de klas te bespreken. Wat als een leerling in de klas zegt dat IS wel een sympathieke beweging is? Of een leerling het normaal vindt dat er op de voetbaltribune antisemitische teksten gezongen worden? Of een leerling die zich niet kan voorstellen dat er in de klas een lesbisch meisje zou kunnen zitten. Leraren moeten handvatten krijgen om in de klas het gesprek aan te gaan. Door middel van burgerschapsonderwijs kun je in de klas een sfeer creëren waarin leerlingen voor hun mening uit kunnen komen, maar ook worden uitgedaagd hun mening in twijfel te trekken. Zelf geef ik eens in de week les aan een vmbo-klas in Amsterdam. Leerlingen kijken me eerst ongemakkelijk aan als ik over discriminatie begin, maar als ik gericht naar hun eigen ervaringen vraag, barst het gesprek los. Ze willen juist graag vertellen en discussiëren. Het is aan leraren om dit los te maken en een omgeving te creëren waarin leerlingen hun mening durven en willen geven én naar anderen luisteren.

Vaak zijn we als politiek terughoudend als het gaat om de invulling van kerndoelen op scholen – en terecht. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze aan de richtlijnen uit Den Haag invulling geven. Maar wat als leraren zelf aangeven meer sturing te kunnen gebruiken en uit onderzoeken blijkt dat de invulling te mager is? Dan vind ik dat we als politiek toch nadrukkelijker een handreiking moeten doen en onze rol nadrukkelijker moeten oppakken. Burgerschapsonderwijs is namelijk een belangrijk – maar te vaak nog onderschat – onderdeel binnen ons onderwijs. Ook mensenrechteneducatie hangt er nog te veel bij. Het is ontzettend belangrijk dat jongeren begrijpen dat democratie weinig waard is zonder handhaving van grondrechten: recht op vrije meningsuiting, godsdienstvrijheid en recht op gelijke behandeling.

Onderwijsraad
‘Scholen verdienen ondersteuning,’ zo stelde de Onderwijsraad een kleine drie jaar geleden al in een advies over burgerschapsonderwijs. Ze stelde terecht dat een bijdrage aan burgerschap een kerntaak is van het onderwijs. Dat vraagt wat mij betreft niet meer om onderzoeken, evaluaties of zelfs actieplannen. Het vraagt nu om actie. Omdat we het onderwijs de laatste jaren vooral aangemoedigd hebben, maar niet voorzien hebben van de ondersteuning en van heldere verwachtingen en instrumenten, is er onvoldoende bereikt in het burgerschapsonderwijs. Daarin moeten we nu doorpakken. Het onderwijs blijft gaan over het ‘hoe’, maar de politiek moet nu wel keuzes gaan maken om die uitvoering te versterken. Ten eerste moeten studenten op lerarenopleidingen nadrukkelijker toegerust worden om burgerschapsonderwijs te kunnen geven. Ze moeten leren hoe ze in een klas moeilijke onderwerpen bespreekbaar maken en alle leerlingen bij het gesprek betrekken. Leraren maatschappijleer hebben hier een belangrijke rol in, maar ook leraren in andere vakken moeten met hun leerlingen kunnen praten over de wereld buiten het klaslokaal.

Informatiepunt voor ‘worstelende’ docenten
Ten tweede moeten leraren die nu met het thema burgerschapsvorming worstelen, weten waar zij terecht kunnen met vragen. Hier ligt deels een taak voor het ministerie om bijvoorbeeld het informatiepunt over burgerschap onder de aandacht te brengen. Maar ook schoolbesturen moeten zich actief opstellen en burgerschapsonderwijs planmatig vormgeven. Ze moeten zich afvragen of hun leraren voldoende toegerust zijn en waar nodig bijscholing mogelijk maken. Ten derde moeten leraren handvatten krijgen. De kerndoelen moeten worden gespecificeerd, zodat de basis van onze rechtsstaat en de gevolgen daarvan voor de inrichting van onze samenleving nadrukkelijker aan bod komen. Ook moet er vanuit het ministerie lesmateriaal beschikbaar gesteld worden. Scholen die hier behoefte aan hebben, kunnen zo hun burgerschapsonderwijs gerichter vormgeven.

Het is tijd om de krampachtige terughoudendheid te laten varen. Leraren vragen om een handreiking, dus laten we deze zo snel mogelijk bieden. Elke school moet een plan voor de invulling van burgerschapsonderwijs hebben en de politiek maakt dit mogelijk. Zo zorgen we dat jongeren weten wat het is om een betrokken burger te zijn. 

Geef een reactie

Laatste reacties (52)