2.313
51

Directeur van de Woonbond

Paulus Jansen is vanaf 2018 directeur van de Woonbond. Daarvoor was hij wethouder wonen in Utrecht en jarenlang woordvoerder wonen in de Tweede Kamer. Jansen studeerde Bouwkunde aan de Technische Universiteit in Eindhoven.

Politiek moet de zelf gecreëerde wooncrisis oplossen

Het is hoog tijd dat de regering zorg gaat dragen voor het oplossen van de wooncrisis. Zo veel van de huidige problemen komen door de overheid die het wonen aan de markt liet, en de volkshuisvesting soms zelfs moedwillig in de weg zat.

Jarenlang zagen we woningnood als iets uit het verleden. Na de Tweede Wereldoorlog was er sprake van woningnood. Veel huizen waren in de oorlog vernietigd of beschadigd. Tegelijkertijd steeg de vraag naar huisvesting razendsnel door de naoorlogse babyboom. Dus was het wachten op extra woningen. Maar door het gebrek aan materialen duurde het een tijd tot de productie op gang kwam. Pas in de jaren zestig kwam de bouwproductie door de woningbouwfabrieken goed op gang. Waarna rond 1990 de woningnood iets van vroeger begon te worden. En wonen als politiek thema van de agenda verdween. Dus werd het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu opgedoekt en vervangen door een bescheiden departement Woningmarkt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. De politiek trok zich terug van het wonen, voortaan kon de markt immers voorzien in de woningbehoefte. Die markt kreeg de afgelopen decennia steeds meer ruimte.

In de jaren 90 werd de vrije huurmarkt uitgevonden. Tot die tijd golden er voor alle huurwoningen een maximaal toegestane huurprijs, die samenhing met de kwaliteit van de woning. Dat werd vrijgelaten bij woningen vanaf de huurprijs. Van ongeveer 964 gulden (437 euro). Er was toch geen schaarste, was het idee. Met die woekerprijzen zou het wel meevallen. Met huurprijzen van ver boven de 1000 euro voor miniappartementjes in de steden, is die redenatie inmiddels wel achterhaald.

Tegelijkertijd is de weg naar de huurcommissie, een laagdrempelige manier om geschillen tussen huurder en verhuurder te beslechten over achterstallig onderhoud of torenhoge servicekosten, voor huurders in deze markt afgesneden. De logica om tegen bewoners te zeggen dat ze te veel huur betalen om fatsoenlijke consumentenbescherming te verdienen ontgaat me.

Om de vrije huurmarkt meer ruimte te geven moest de sociale huursector worden beknot. Er kwam een lage inkomensgrens waarmee de sociale huursector voor bescheiden middeninkomens op slot werd gegooid. Diezelfde middeninkomens waarvan politici al zo lang roepen dat ze tussen wal en schip vallen. Ze vallen in een woonkloof van politieke makelij. Maar er moest toch vraag gecreëerd worden voor de dure huur in de vrije sector.

Vervolgens kwam er in 2013 een verhuurdersheffing. Een belasting die verhuurders betalen over de waarde van hun sociale woningen. Dat kost de sociale huursector inmiddels bijna twee miljard per jaar. Dit wordt betaald door huurders met een kleine beurs, en gaat direct naar de schatkist. het wordt niet gestoken in het opknappen van woningen of in  broodnodige nieuwbouw. Vanaf 2013 tot en met 2018 nam de voorraad sociale huurwoningen met 100.000 woningen af. Terwijl de vraag naar betaalbare huur steeg. Dat leverde ellenlange wachttijden op.

Alle reden om politiek de noodklok te luiden, zou je denken. Het tegenovergestelde gebeurde. Ook het departement wonen binnen Binnenlandse Zaken sneuvelde. Voormalig minister van wonen Stef Blok verkondigde aan het eind van zijn ministerschap vol trots dat hij als eerste VVD-er, de partij van een kleine overheid, een heel departement had weten op te doeken. De woningmarkt was wel af. Dat zoveel mensen er niet (of alleen veel te duur) konden wonen was van ondergeschikt belang.

In ons recent gepubliceerde plan voor de volkshuisvesting pleiten we voor volkshuisvesting in plaats van woningmarkt. De landelijke politiek moet het mes zetten in de belastingdruk van corporaties zodat er weer meer sociale huurwoningen worden gebouwd. Laat ook middeninkomens, voor wie een koop of peperdure vrije sectorwoningen geen alternatief zijn, hier gebruik van maken. En gun vrije sector huurders bescherming tegen woekerprijzen en toegang tot de huurcommissie. De markt gaat dit allemaal niet doen. Het is tijd om weer een minister van Volkshuisvesting aan het werk te zetten. Er valt genoeg te doen!

Geef een reactie

Laatste reacties (51)