744
2

eindredacteur Joop

Francisco van Jole is journalist en eindredacteur van Joop.
Verder is hij politiek commentator bij De Nieuws BV en presentator van Draad, een politieke talkshow in Arminius te Rotterdam.

Pompen of verzuipen

De Biƫnnale, een plek waar militaire macht plaats heeft gemaakt voor verbeeldingskracht

Het Arsenale in Venetië was ooit de grootste scheepswerf ter wereld. 12.000 man werkten er en die waren in de 16e eeuw in staat om in 12 uur tijd een oorlogsschip te bouwen. Dante beschrijft het complex in ‘De Hel’, Galileo was er een tijd adviseur. Venetië was toen de machtigste stad op de planeet.

Tegenwoordig is het Arsenale vooral bekend omdat in de gigantische loodsen het tweede deel van de wereldtentoonstelling de Biënnale is te zien. Het is een plek waar militaire macht plaats heeft gemaakt voor verbeeldingskracht. Er wordt altijd wel op de een of andere manier gespeeld met die historische relatie.

Dit keer voer in de haven een boot met een klassiek latijns zeil rond, zoals je dat kent van Romeinse en vikingschepen. Aan boord van deze ‘ss Hangover’ een heus spelend blazersorkest. Dat klinkt grappig en dat was het ook zeker maar tegelijkertijd bezat het een magische schoonheid, dit project van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson. Onder de gewelven van het Arsenale klinkt een echo waar de fietsers in de tunnel bij het Rijksmuseum jaloers op kunnen zijn.

Het thema van deze Biënnale is ‘Het Encyclopedisch Paleis’, een soort ode aan de verzameldrift. Maar eerlijk gezegd: zoals een encyclopedie in het begin verrast maar dan al snel verveelt, zo heeft deze Arsenale-tentoonstelling dat ook. Voeg daarbij dat de begeleidende teksten bol stonden van wat Siegfried Woldhek zo treffend ‘kunstbabbel’ noemt: onbegrijpelijke woorden en zinnen die, als je ze bestudeert, alleen maar blijken te moeten verhullen dat de auteur eigenlijk niets over het werk durft te zeggen. Ik vond het allemaal maar saai en niet terzake doen. Door de eerste hallen struinde ik dan ook met het tempo van een stadswandelaar met hoge nood. Tot ik belandde in een hal die duidelijk door iemand anders was ingericht, iemand met zeggingskracht. Alleen al door de enorme knuffelpop die je bij binnenkomst tegemoet lacht, terwijl je bijna automatisch de lach retourneert zie je pas dat zijn ingewanden er uit hangen.

Het is een werk van Paul McCarthy, onder Rotterdammers bekend als de maker van Kabouter Buttplug. Dit deel van de tentoonstelling bleek samengesteld door de scherpe Amerikaanse kunstenaar Cindy Sherman. Ze had geweldige werken verzameld, waaronder een hyperrealistische huisvrouw van Duane Hanson. Kortom ik zag allemaal favoriete kunstenaars bij elkaar maar zelfs hier drong het ‘na und?’-gevoel zich op. Zoals je dat ook hebt met leuke weetjes uit de encyclopedie. Je kunt ze weten maar ook niet weten. Ze hebben geen context en daarmee ook geen betekenis. Het zijn geen rozen in de woestijn, zelfs geen rozen in de vaas. Hooguit rozenbehang, hallen vol. Dat gevoel hield ik tot het einde van de centrale tentoonstelling, bij de goudstaven van Walter de Maria. Opnieuw: prachtig werk, maar al heel bekend en wat deed het hier?

Na deze hoofdtentoonstelling restte nog een aantal landenpaviljoens op het terrein en daar drong de verwondering, verrassing en het gevoel van ontdekking dat de Biënnale zo sterk maakt zich weer op. In het paviljoen van de Verenigde Arabische Emiraten bijvoorbeeld was een 360 graden installatie te zien die je het gevoel gaf midden op zee te verkeren. De maker, Mohammed Kazem, was ooit van een schip gevallen zonder dat de andere opvarenden dat bemerkten. Pas na een half uur werd hij uit het zeewater gered. Dat gevoel van overweldigd worden door hulpeloosheid en de macht van de zee wilde hij overbrengen.

Vaderlandsliefde
Ook Libanon raakte met het fabelachtige verhaal over een Israëlische piloot die in 1982, ten tijde van de oorlog in Libanon, opdracht kreeg een gebouw te bombarderen. Toen hij zijn doelwit in zicht kreeg zag hij dat het een schoolgebouw was. In plaats van zijn orders uit te voeren, dropte hij zijn bommen in zee. In het paviljoen was onder meer een clip te zien over die school, gefilmd in zijn slome alledaagsheid, ongeveer zoals mensen leven totdat plots uit het niets een bom ze van hun bestaan berooft. Het werk van Atram Zaatari is een ode aan de piloot en aan de opvatting dat je vaderlandsliefde nooit je rechtvaardigheidsgevoel mag verdringen. Net als bij Libanon was ook bij de Bahama’s het idee krachtig. De Caraïbische staat had een ruimte ingericht over de Noordpool en het drama van het smeltende ijs. Compleet met poolexpeditie van de kunstenaar Tavares Strachan die er de vlag plantte. Maar anders dan bijvoorbeeld de vlag op de Maan die een verovering verbeeldde was dit toch vooral een symbool van ontreddering: als het poolijs smelt verdwijnen de Bahama eilanden onder water.

Politiek
In de hoofdtentoonstelling had de Chileen Alfredo Jaar het probleem van de rijzende zeespiegel ook al getoond. Hij liet een maquette van de Biënnale in een grote bak onder water verdwijnen. Net als de Bahama’s maakt ook Venetië weinig kans als de klimaatverandering doorzet. Dat zou een beter thema geweest zijn – ‘pompen of verzuipen’ – dan ‘de wereld van de encyclopedie’ maar de directeur van de 55e editie, Massimiliano Gioni, wilde naar verluidt juist nadrukkelijk geen politiek of maatschappelijk thema.

Helaas voor hem en de bezoeker is zo’n keuze natuurlijk ook politiek: we noemen dat struisvogelpolitiek.

Lees ook deel 1: ‘Rondleiding door een Global Village

Geef een reactie

Laatste reacties (2)