2.561
68

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

De democratie heeft een echte elite nodig

Tegen populisten zou ik willen zeggen: Ja, een democratie heeft een elite nodig. Tegen de thans gevestigde groep van politici zou ik willen zeggen: Maar niet jullie.

Populisme – weer zo’n nieuw woord dat opeens iedereen in de mond bestorven ligt. Het is afgeleid van het Latijnse woord populus, en dat woord verwijst naar twee werkelijkheden die elkaar niet geheel overlappen, volk (vertaling van populus) en gepeupel (verbastering van populus). Deze polysemie is overgesprongen op het woord populisme en beheerst de politieke stellingnames van hen die we populisten noemen. In zijn gebruik van het schema ‘wij-en-de-ander’ doet het populisme beroep op de gevoelens van mensen te behoren tot een volk. Het gaat hier niet per se om racisme, wel wordt veel nadruk gelegd op een geworteld zijn in een eigen volkscultuur, volksgeschiedenis. Het is op z’n minst nationalisme. Hiernaast is het bij populisten een vaste prik de ‘elites’ te hekelen. Hiermee doen ze het voorkomen dicht bij de populus te staan – populus in de zin van ‘gepeupel’.4710319093_b25f6b927b_z

Afkeer van de ‘elite’
Het populisme wordt door de meerderheid van gevestigde politieke partijen en hun aanhangers fel afgekeurd. Nu heb ik weleens de indruk dat ze daarbij het volks-thema bij de populisten met opzet uitvergroten en het gepeupel-thema onderbelichten. Misschien doen ze het eerste om zich schadeloos te stellen voor een gebrek aan aandacht voor dit tweede thema. Omdat ze met dit punt niet goed raad weten. De democratisering van onze maatschappij die na de oorlog pas werkelijk op dreef kwam, ging gepaard met een afkeer voor het gegeven ‘elite’. Geen oordeel zo vernietigend als wanneer men iets voor ‘elitair’ verklaarde. Weten jullie nog? En je hoefde hier echt niet zo links voor te zijn. Het was algemeen gemeengoed: elite is verkeerd. Wat een pijnlijke ontdekking daarom te merken dat er nu mensen zijn die zelfs die politieke stromingen die na de oorlog het hardste opkwamen voor de democratisering (spreiding van de macht, de zeggenschap, de rijkdom) van het bevorderen van elitevorming beschuldigen!

De invloed van de markt
Wat veel gevestigde politici en opiniemakers de populisten verwijten is naast hun ‘nationalisme’ (voortkomend uit het ‘wij-en-de-anderen’ schema dat ze hanteren) hun simplisme. De voorstellen waarmee ze voor de dag komen zouden te simpel zijn om daarmee de gecompliceerde machine die ons samenleven is geworden te kunnen beheersen. Onze maatschappij is dusdanig complex geworden, voornamelijk doordat politiek en markt in elkaar zijn verstrengeld, dat veel bestuurlijke zaken alleen nog door experts kunnen worden uitgevoerd. Experts? – zeggen de populisten: Daar heb je het, elites! In het debat van vorige maand rond de vraag over de wenselijkheid van een referendum was dit strijdpunt alom aanwezig. Wie pleitte voor het toereikende van de parlementaire volksvertegenwoordiging ging vaak van het standpunt uit dat het parlement over een inzicht in zaken beschikt, dankzij experts, dat bij de gewone burger ontbreekt. Wie voor het referendum opkwam beschouwde deze stand van zaken als de ontoelaatbare pretentie van een elite. Om deze reden werden de initiatiefnemers van het referendum vaak voor populisten uitgemaakt.

Tegen populisten zou ik willen zeggen: Ja, een democratie heeft een elite nodig. Tegen de thans gevestigde groep van politici zou ik willen zeggen: Maar niet jullie.

Elite zonder haast
Wat een democratie nodig heeft is een elite die het als haar belangrijkste roeping ziet de burgers tot verantwoordelijke deelnemers aan het democratische proces ‘op te leiden’. Deze elite is daarom bereid alle besluiten waarmee zij aan komt zetten tot in de puntjes aan de burgers uit te leggen. Ze maakt geen haast, alleen wanneer de burgers – alle burgers – goed weten waar het om gaat, zal de beraadslaging plaats vinden, en vervolgens het eindbesluit worden genomen. Ze zal zich niet verschuilen achter het excuus dat dit te veel tijd kost, dat we door die te veel tijd achteropraken bij anderen, enzovoort. Natuurlijk zijn er dingen die we aan experts over moeten laten, maar daarbij mag het alleen gaan om de uitvoering van besluiten die we gezamenlijk in een zo breed mogelijk democratisch verband hebben genomen.

Sinds we onze samenleving naar het neoliberale politiek-economische model hebben omgevormd, heeft de politiek echter voor een groot deel de besluitneming afgestaan aan de markt, en de markt heeft haar ‘wetten’. De politiek is daarom meer uitvoerder geworden dan besluiten-nemer. En voor zover je kunt zeggen dat de markt iets ‘wil’, wil hij dat de politiek op zeer dwingende wijze alle macht waarover ze beschikt ertoe aanwendt om de voorwaarden te scheppen waardoor hij – de markt – optimaal kan fungeren (wat concreet, trouwens vooral ten goede blijkt te komen aan een kleine minderheid binnen de maatschappij). Een politiek die zich dusdanig heeft verstrengeld met de markt maakt zich natuurlijk van experts afhankelijk, want de marktmechanismen zijn nu eenmaal complex.

Beperkte besluitvaardigheid
Toch beginnen veel mensen steeds sterker de indruk te krijgen dat dit beroep op experts bewust wordt overdreven. Het stelt politici in staat om de beperkte besluitvaardigheid die hen rest aan het democratische proces te onttrekken. En tegelijkertijd kunnen ze door dit beroep op experts voor de burgers verborgen houden hoezeer de marges van de waarlijk politieke besluitneming zijn geslonken. Hoezeer daarom in wezen de democratie is afgekalfd, en hoezeer de burgers tot machteloze consumenten zijn verworden. Deze politici zijn niet de elite die een gezonde, democratische samenleving nodig heeft en verdient.

Ja, een elite (ik noem het een ‘echte elite’) heeft altijd iets paternalistisch. Ze wil de burgers opvoeden – tot democratische verantwoordelijkheidszin opvoeden. Ze herinnert ons eraan dat de democratie een na te streven doel is en blijft. Iets waar we aan moeten blijven werken. Een ideaal. Deze elite zal het onderwijs, de cultuur, de volksgezondheid aan de marktgerichtheid onttrekken die het thans in steeds sterkere mate dreigt te verzieken en ontsieren. Ze zal de voorwaarden scheppen die het de burgers mogelijk maakt in wijdere kaders te denken dan die van rentabiliteit, efficiëntie en zg. zelfmanagement (anders gezegd egoïsme en consumptiedrang). Ze zal er alles aan doen opdat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen maken met wat mensen in vroeger tijden heeft bewogen, het rijke culturele erfgoed dat het verleden ons vanuit zeer verschillende hoeken heeft overgeleverd, op een wijze dat dit hun onafhankelijke en kritische denken bevordert. Dit is de elite waar een democratie om vraagt. Hoe we eraan komen? That’s the question.

Kortom, een elite – ja. Onze huidige ‘elite’ – nee.

Beeld: ThomsonReutersLegal


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 fragmenten

    met een voorwoord van Nelleke Noordervliet

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (68)