2.404
37

Eindredacteur Witteman ontdekt

Maarten van den Heuvel begon zijn journalistieke loopbaan in de redactie van de talkshow I.S.C.H.A van Ischa Meijer. Na het abrupte einde aan dat programma werkte hij ondermeer bij RUR en was hij als researcher in dienst van documentairemaakster Ireen van Ditshuyzen.

Zijn dienstverband bij de VARA begon bij het programma Barend & Witteman, eerst als redacteur, later als coördinator en kort als eindredacteur. Hij zette samen met Paul Witteman het populair wetenschappelijke programma Nieuwslicht op en werd er eindredacteur van. Vanaf het begin van Pauw & Witteman werkte Van den Heuvel er drie jaar als samensteller.

Daarna was hij eindredacteur van de televisieprogramma's 'Eigen schuld, dikke bult' en EZ, betrokken bij Joop en een van de twee eindredacteuren van het documentaire-drieluik 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap', waar hij ook het boek 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Oude waarden in nieuwe tijden' over schreef. Dat boek werd geselecteerd voor de longlist van de Socratesbeker, de prijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Momenteel is hij eindredacteur van het televisieprogramma Witteman ontdekt.

Prestatiebeloning werkt averechts

Halbe Zijlstra laat zich een oor aannaaien

Prestatiebeloning lijkt tegenwoordig het wondermiddel bij uitstek. Ongeacht de kwaal, schrijven we prestatiebeloning voor als ware het een nieuw soort levertraan. Zonder ons ervan te vergewissen of het ook echt werkt. Het klinkt natuurlijk wel logisch. Stel, je bent een jonge leraar en je krijgt in het vooruitzicht gesteld dat je een flink hoger salaris kan verdienen als je maar beter presteert. Dan wil je wel je best doen natuurlijk! Maar levert dat ook betere prestaties op?

Er is veel onderzoek gedaan naar de invloed van beloning op prestaties. Zeer bekend is het werk van de in Amerika werkende econoom Dan Ariely. Met collega’s van M.I.T., the University of Chicago en Carnegie Mellon bedacht hij een experiment om het effect van verschillende beloningen te meten. Hij schotelde zijn proefpersonen diverse taken voor, zoals het oplossen van kruiswoordraadsels en het onthouden van cijferreeksen. Daarbij verdeelde hij hen in drie groepen: een deel kreeg bij goede prestaties een relatief kleine beloning in het vooruitzicht gesteld, een deel een gemiddelde en een deel een hoge beloning. Volgens de door Halbe Zijlstra en zijn mede-liberalen gehuldigde vooroordelen zouden de mensen die de hoogste beloning in het vooruitzicht gesteld kregen ook het meest gemotiveerd moeten zijn om te presteren. Bij de taken waar het aankwam op automatismen had dat ook een mooi effect. Geld blijkt een uitstekende motivator voor lopende band werk. Maar zodra er maar enigszins nagedacht moest worden, bleek het omgekeerde het geval. De mensen die een hogere beloning in het vooruitzicht gesteld kregen presteerden juist slechter dan de rest.

Het onderzoek was gefinancierd door The Federal Reserve Bank in Amerika, maar de onderzoekers beschikten niet over de fondsen om hele hoge beloningen te betalen. Vandaar dat ze hun experimenten herhaalden in Madurai in India, waar ze twee maandsalarissen als hoogste beloning konden bieden. Met exact hetzelfde resultaat: hoe hoger de in het vooruitzicht gestelde beloning, hoe slechter de prestaties. Inmiddels is het experiment vele malen in allerlei varianten herhaald met telkens dezelfde uitkomst. Halbe Zijlstra mag dan wel staatssecretaris van Wetenschap zijn, ook hier lijkt hij niet verder te zijn gekomen dan het lezen van een paar thrillers.

Maar goed, dát kan je hem ook niet verwijten. Dat verwijt moet je wel maken aan het adres van de Onderwijsraad, wiens rapport ‘Excellente leraren als inspirerend voorbeeld’ ten grondslag ligt aan Halbes keuze voor prestatiebeloning. De dames en heren van de raad zouden beter moeten weten. Bij hun advies baseerden ze zich op Israëlisch onderzoek, dat zou aantonen dat prestatiebeloning wel degelijk effectief is. De Algemene Onderwijs Bond vertrouwde dat onderzoek niet zo, dook er wat dieper in en concludeerde:

In veel economische literatuur, zoals het CPB-rapport Kansrijk kennisbeleid uit 2006 dat nu de basis vormt voor het vermeende effect op de onderwijsprestaties in de verkiezingsprogramma’s, wordt met graagte verwezen naar het experimenten met individuele en teambeloning in Israël. Gekeken werd naar de stijging van de leerlingprestaties. Volgens het onderzoek gingen de prestaties in deze projecten met wel 20 procent omhoog. Het gaat echter om twee pilots die kort duurden. Vanwege politieke omstandigheden werd het project met individuele bonussen uit 2001 al na een jaar gestopt in plaats van de drie jaar die ervoor stond. Het teambeloningsproject dateert alweer uit 1995. De AOb zocht naar verdere informatie over het onderzoek maar kreeg noch van de onderzoeker, noch van het ministerie van Onderwijs in Israël medewerking om bij de betrokken scholen te vragen naar de ervaringen met de pilots. De AOb zag dat de projecten korter duurden dan de bedoeling was, maar ook dat desondanks de resultaten breed zijn uitgemeten en dat deze zeer kleinschalige en afgebroken experimenten een prominente plaats krijgen in de Nederlandse beleidsstukken. ‘De analyse van het CPB is tamelijk stevig’, zei het CPB desgevraagd, toen het Onderwijsblad er vraagtekens bij plaatste. De twijfel blijft desondanks: waarom wordt in Nederland zo expliciet prestatiebeloning aanbevolen op basis van kleine, oude en afgebroken experimenten?

Ik heb het antwoord niet op die vraag. Wellicht dat de liberaal Zijlstra ideologisch zo bevlogen is dat hij zag wat hij wilde zien. Er zijn allerlei manieren denkbaar om het onderwijs in Nederland te verbeteren. Prestatiebeloning hoort daar niet bij.


Laatste publicatie van MaartenvandenHeuvel

  • Vrijheid, gelijkheid, broederschap

    Oude waarden in nieuwe tijden

    2014


Geef een reactie

Laatste reacties (37)