335
13

Hans Groen [1963] is zelfstandig ondernemer en bestuurslid van
GroenLinks Midden-Drenthe. Geboren in Noord-Brabant en sinds 2002 woont
Hans Groen in Mantinge, Drenthe. Hans Groen is adviseur op het gebied
van organisatie effectiviteit en Supply Chain Management. en heeft
opleiding in bedrijfseconomie en logistieke bedrijfskunde. Als
fractielid neemt hij de verantwoording voor het webbeheer en is
recentelijk toegetreden tot het bestuur voor het financiele beheer. Hij
heeft een eigen weblog op http://hgroen.wordpress.com/

Prestatieleren Rotterdam is te eenzijdig

De wethouder vervalst eigenlijk de waarheid door genereus scholen met veel kinderen uit een achterstandssituatie een lagere eis op te leggen

De gemeente Rotterdam gaat scholen afrekenen op de prestaties van de leerlingen. Examens en Cito toets zijn voorlopig daarbij leidend. De gemeente negeert met deze eenzijdige maatregel de complexiteit aan factoren die ten grondslag liggen aan de lagere prestaties van leerlingen in Rotterdam. Veel kinderen in Rotterdam groeien op in een problematische situatie die de kinderen erg kwetsbaar maakt. De ontwikkeling van het kind dient van groter belang te zijn dan het uiteindelijke cijfer.

Ontwikkelingsrisico’s


De ontwikkeling van een kind hangt sterk samen met de factoren waarmee het kind opgroeit. Van de aanhechting aan de ouders tot de vrienden waarmee het op latere leeftijd mee omgaat. De keuzes en ontwikkeling die een kind gedurende zijn of haar leven maakt, wordt beïnvloedt door de risicofactoren en beschermende factoren waaraan het kind wordt blootgesteld. Wanneer de beschermende factoren onvoldoende tegenwicht bieden aan de risicofactoren, neemt de kans op een problematische ontwikkeling verder toe. Zeker als de risicofactoren zich in korte tijd aandienen of opstapelen. Of en hoe een kind zich ontwikkelt hangt verder samen met de biologische / genetische uitgangspunten van het kind. Een kind met een lastig temperament die binnen een harmonieus gezin opgroeit, heeft een kleiner risico op een problematische ontwikkeling dan hetzelfde kind dat in een onthecht gezin opgroeit. Bij die factoren hoeft er geen sprake te zijn van directe oorzaken maar van omstandigheden die van invloed zijn op het kind. Dat maakt het ook lastig om het gedrag van een kind te koppelen aan bepaalde factoren. Opgroeien in een achterstandswijk, bepaalt an sich niet dat een kind op latere leeftijd zich problematisch gedraagt. Het is echter wel van invloed. De risico’s van het kind kunnen o.a. liggen binnen het gezin, het kind zelf, school, peergroep[vrienden], cultuur, maatschappij.

Schoolontwikkeling

Er zijn diverse studies verricht naar de oorzaken van lagere prestaties en uiteindelijk ook schooluitval van kinderen. Ook hier zijn persoonskenmerken, omgevingsfactoren, gezin, sekse en etniciteit meegenomen. Met name de kinderen met een lagere sociaaleconomische status blijken de grootste kans op uitval te vertonen. De vaak geopperde relatie met etniciteit kan niet eenduidig worden vastgesteld. Wel is het zo dat veel allochtonen, met name 1e en 2e generatie, in een lagere sociaaleconomische conditie verkeren. De latere generaties hebben zich langzaam daaraan onttrokken, wat zich ook uit in de toenemende betere prestaties van leerlingen van allochtone afkomst.

Kinderen uit achterstandssituaties hebben te kampen met een cumulatie van risicofactoren, die hun vatbaar maakt voor lagere prestaties en schooluitval.

– Onvoldoende schoolvoorbereiding. Hier speelt de kennis mee die het kind vanuit huis meekrijgt. Taal, maatschappelijke vorming etc.

– In de beginjaren vertoont het kind al licht probleemgedrag dat niet wordt gecorrigeerd. Ouders en school hebben hier een belangrijke taak om deze signalen op te pikken en correctief te handelen.

– In de verdere schoolcarrière nemen de problemen toe en blijft het kind zitten. De peergroep waarmee het kind omgaat, verandert, welke een aanvullend risico gaat vormen.

– Door de afnemende prestaties wordt het kind naar lager onderwijs terugverwezen. Het gaat dan onder zijn potentieel presteren, waarmee de motivatie afneemt.

– Uiteindelijk resulteert dit in sterk afnemende prestaties en spijbelgedrag.

Prestatiegericht leren

Het prestatiegericht leren waar de gemeente Rotterdam op aanstuurt, negeert de werkelijke oorzaken van de lagere prestaties. Op zich is er weinig mis met het feit om de resultaten van scholen te toetsen, maar dat dient wel op de juiste manier en op basis van de juiste criteria te gebeuren. Indien de oorzaken van de lagere prestaties of schooluitval niet worden aangepakt, zullen scholen die kampen met veel leerlingen uit lagere sociale milieus, nooit tot de gewenste prestatie komen. Ook al probeert de wethouder dit deels op te vangen door deze scholen een lagere eis op te leggen. Wat ontbreekt is dat er niet gekeken wordt naar de ontwikkeling van het kind gedurende zijn schoolcarrière.

Een kind dat uit een achterstandssituatie komt en daardoor significant lager scoort [bijv. score 3] dan zijn medeleerlingen, maar uiteindelijk wel tot een voldoende weet te komen [score 6], presteert feitelijk beter dan een kind dat van een 5 naar een 7 ontwikkelt, ook al heeft het laatst bedoelde kind een hoger cijfer. De wethouder vervalst eigenlijk de waarheid door genereus scholen met veel kinderen uit een achterstandssituatie een lagere eis op te leggen. Want ook al scoort de school uit de ‘betere’ buurt in absolute zin hoger, als zij niet in staat is om dezelfde ontwikkeling te halen met hun leerlingen, dan de school uit de achterstandswijk, is het de school uit de betere buurt die een onderprestatie levert. Het is daarom van groot belang dat de uitgangssituatie van het kind goed in kaart wordt gebracht zodat de juiste begeleiding van ouders en school kan plaatsvinden. Alleen dan kan prestatiemeting bijdragen aan een positieve ontwikkeling van het kind. Een meting die gericht is op positieve en gezonde ontwikkeling van het kind en niet op een zo hoog mogelijk cijfer.

Bronnen:
Nederlands Jeugd Instituut. Oorzaken en achtergronden van een problematische ontwikkeling. Hans Meij & Leonieke Boendermaker. Juli 2008.

Nederlands Jeugd Instituut. Oorzaken van vroegtijdig schoolverlaten. Nienke Holter. September 2008.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)