896
15

PvdA-gemeenteraadslid Rotterdam

Marco Heijmen is sinds 2006 gemeenteraadslid voorde PvdA in Rotterdam. Hij is lid van de Rotterdamse gemeenteraad sinds 2006. Hij voert het woord over de bestuurlijke inrichting van Rotterdam, het coffeeshopbeleid en de algemene plaatselijke verordening. Hij woont in Spangen.

Preventief fouilleren met gezond verstand

Als blijkt dat winkelovervallen vaak gepleegd worden met gebruikmaking van een scooter, is het dan echt zinvol om al het winkelend publiek te fouilleren? 

In Rotterdam wordt 3 maanden lang een proef gehouden waarbij tijdens ‘preventief fouilleeracties’ selectiecriteria gebruikt worden. Dat gebeurt mede op grond van de aanbeveling uit het in 2011 verschenen rapport van de ombudsman ‘Waarborgen bij preventief fouilleren’. Er is in de raad van Rotterdam redelijk wat ophef ontstaan over deze proef. Logisch want bij selectie liggen stigmatisering en discriminatie op de loer.

Is deze proef de aanzet voor een beleid waarbij je aan de kant wordt gezet omdat je een Noord- Afrikaans uiterlijk hebt en tussen 16 tot 24 jaar oud bent?
De burgemeester stelt van niet: “Als op huidskleur wordt geselecteerd, trek ik direct de stekker uit de proef.” Dat blijkt ook uit de brief aan de raad: de praktijk mag niet indruisen tegen het verbod van discriminatie op huidskleur, nationaliteit, afkomst of religie of het verbod op oneigenlijk opsporen met een bestuurlijk controlemiddel.

Waarom dan deze proef? De ombudsman stelt het als volgt: “Wij kunnen ons voorstellen dat het in bepaalde situaties zelfs proportioneel is selectiecriteria te gebruiken bij een preventief fouilleeractie, omdat er dan minder mensen getroffen worden door het middel.” Oftewel: Je mag best wat gerichter fouilleren. Mag dan ook het uitgangspunt gelden dat de politie het publiek zoveel mogelijk ongemoeid laat? Als blijkt dat winkelovervallen vaak gepleegd worden met gebruikmaking van een scooter, is het dan echt zinvol om al het winkelend publiek te fouilleren? 

Preventief fouilleren is een zwaar instrument dat je niet lukraak altijd en overal moet willen inzetten. Dat doe je alleen als uit meerdere informatiebronnen blijkt dat de veiligheidssituatie het vergt. De wens tot verfijning is niet onlogisch en past in de lijn van eerdere ontwikkelingen.  Bij de eerste preventief fouilleeracties werden hele straten afgezet. Tegenwoordig zijn kleine teams actief, duren de acties minder lang en verplaatst de agenten zich. 

De PvdA in Rotterdam heeft steeds gesteld dat a-selectiviteit als uitgangspunt moet gelden. Is dat uitgangspunt te rijmen met de proef? Die vraag laat zich moeilijk beantwoorden. Het moet blijken uit de proef en de selectie die nu wordt heeft toegepast. “Al wie zich op een scooter bevindt”, lijkt me als criterium voldoende algemeen. “Al wie een bontkraagje draagt gecombineerd met een Aussie”, gaat alweer de kant op van een heel specifieke groep of zelfs daderprofiel. 

De complexiteit maakt dat een dergelijke proef niet lichtzinnig opgepakt moet worden. Ik vind het daarom erg belangrijk dat bij de proef meerdere partijen nauwlettend toezien op het waarom van de acties, de criteria en de uitvoering: het ministerie, de gemeente, de nationale en gemeentelijke ombudsmannen en een tweetal onderzoeksinstituten.

De proef is natuurlijk alleen geslaagd als blijkt dat zinvolle selectiecriteria gevonden zijn die de praktijk efficiënter en publieksvriendelijker maken, zonder dat sprake is van stigmatisering. Juist daarom ben ik het hartgrondig met de ombudsman eens dat bij verfijning van het instrument ook de toets die voorafgaat aan iedere actie verzwaard moet worden. De voordelen zijn waardeloos als de rechten van burgers in het gedrang komen. Maar blijken de voordelen hand in hand te gaan met  het borgen van die rechten, dan is dat pure winst.

Het lijkt me een proef waard.

Volg Marco Heijmen ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (15)