995
9

Oud-Kamerlid GroenLinks

Naima Azough werd geboren in Marokko en groeide op in Rotterdam. Ze studeerde Engels en Duits in Antwerpen en daarna politieke wetenschappen in Amsterdam. Na als programmamaker bij onder andere De Balie, IKON, het Tropeninstituut en de Nederlandse Moslimomroep te hebben gewerkt, kwam ze in 2002 voor Groen Links in de Tweede kamer. Dat deedze tot aan de verkiezingen van 2010. Ze is bestuurslid van MamaCash en het Prins Bernhard Fonds.

Preventief fouilleren zorgt niet voor meer blauw op straat

Als je de criminaliteitscijfers mag geloven dan wordt Nederland steeds veiliger. Maar cijfers zeggen burgers niet zoveel.

Wie in de buurt geconfronteerd wordt met overlast, verloedering en criminaliteit zal aan cijfers geen boodschap hebben. Je zou het ook niet zeggen aan de uitspraken van politici. Vandaag stelde de VVD voor om het mogelijk te maken dat iedereen overal en altijd, zonder dat er een verdenking tegen hen bestaat, preventief gefouilleerd kan worden. Nu is dit proefballonnetje allereerst een onaanvaardbare inbreuk op ieders privacy. Ten tweede is het nogal symbolisch, want van de huidige bevoegdheid om preventief te fouilleren weten we al dat het niet zoveel oplevert. Een totalitaire fouilleerbevoegdheid voegt dus niets toe aan de veiligheid op straat. Ook niet aan de veiligheidsbeleving van buurtbewoners.

Iedereen, publiek of politiek, is het erover eens: de politie moet er zijn als je hem nodig hebt. Iedereen vindt het ook onaanvaardbaar dat politiebezuinigingen leiden tot minder blauw op straat. En de door het kabinet toegezegde 500 extra wijkagenten moeten er ook gewoon komen. Dat neemt niet weg dat er altijd meer criminaliteit zal zijn dan beschikbare politiecapaciteit. Duidelijk is dat de politie meer op straat en minder achter het bureau te vinden moet zijn. De oplossingen daarvoor zijn simpel, al zijn de consequenties van de gemaakte keuzes soms minder eenvoudig. Want we willen ook niet dat strafzaken niet ontvankelijk worden verklaard wegens vormfouten in het dossier. En we willen ook geweld tegen homo’s als aparte categorie registreren. Enige bureaucratie is dus noodzakelijk. Maar zonder dat daardoor politieagenten te veel tijd verdoen met formulieren of het handmatig kopiëren van strafdossiers. En dat kan, zo blijkt uit vergelijkingen met buitenlandse politiekorpsen. Het politiekorps van de Duitse deelstaat Nordrhein Westfalen heeft bijvoorbeeld een duidelijke tweedeling: de politie surveilleert op straat en de papierwinkel op het bureau komt voor rekening van ondersteunend personeel. Na een aanhouding levert de politie de verdachte af op het bureau en administratief personeel tikt het proces verbaal uit. De politieagenten vervolgen ondertussen hun surveillance. Gevolg: het ophelderingspercentage is in Nordrhein Westfalen driemaal zo hoog als in Nederland.

Veel politiecapaciteit gaat zitten in bureaucratische rompslomp. Onderzocht moet worden welke formulieren en bedrijfsprocessen noodzakelijk zijn met het oog op de rechtsbescherming van daders en slachtoffers. Politieagenten moeten niet belast worden met regels die gemist kunnen worden. En wat bureaucratisch onmisbaar is moet worden overgelaten aan ter zake kundige medewerkers. Elke agent een eigen assistent.

Escalerend geweld zoals in de wijken Oosterwei en Ter Weijde is vaak begonnen als ernstige burenruzie en andere op zich beheersbare ergernissen. Voor de politie en het lokale bestuur is het zaak om bijtijds in te grijpen om erger te voorkomen. Daarvoor is het van belang om precies te weten wat er in een wijk speelt en wat bewoners belangrijk vinden. Dat is niet alleen een opdracht voor de politie, gemeenten, woningbouwcorporaties en welzijnsinstellingen, maar expliciet ook voor burgers zelf. Wie weten immers het best wat er wel en niet deugt aan de buurt? Nauwere samenwerking tussen politie, bestuur en burgers leidt er niet alleen toe dat buurtproblemen en –oplossingen scherper in het zicht komen, maar ook dat burgers invloed krijgen op de vaststelling van politieprioriteiten. Experimenten hiermee in Eindhoven laten zien dat burgers zich veiliger voelen, de politie meer vertrouwen en zich actiever inzetten voor hun eigen woonomgeving, waardoor de politie weer meer tijd voor andere dingen heeft.

Dit soort iniiatieven verdient navolging. Natuurlijk zijn er altijd politietaken te verzinnen die zich niet lenen voor publieke discussies. Maar juist alledaagse ergernissen, overlast en andere ongemakken lenen zich uitstekend voor een gezamenlijke inzet, waarbij burgerbelangen meetellen. Politieagenten zijn professionals. ‘Den Haag’, dus ook de VVD, hoeft hen niet te vertellen hoe zij hun werk precies moeten doen. En net als elke politicus zullen politieagenten ideeën hebben hoe hun werk het beste uitgevoerd moet worden. Daarop moeten korpsen worden uitgedaagd. 

Geef een reactie

Laatste reacties (9)