2.273
138

Cabaretier/ schrijver

Johan Fretz heeft aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie gestudeerd en schreef het pamflet 'Hart voor kunst: een pleidooi tegen de culturele kaalslag'

Progressief Nederland moet Wakker Worden!

Stroop de mouwen op, werp het eeuwige slachtofferschap af, alsmede de bijbehorende gevoelens van moreel gelijk en superioriteit

We zijn hier vanavond in Rotterdam, de stad waar acht jaar geleden Pim Fortuyn een politieke revolutie ontketende. De bevolking bleek in grote mate de politiek-correcte houding van het Haagse establishment zat te zijn. Er waren veel problemen in de grote steden met integratie en immigratie en die waren jarenlang opzichtig verzwegen door links Nederland. Wie er toch over begon, was een racist. Voor de realistische, geenszins xenofobe uitlatingen die Bolkestein in de jaren negentig deed, hoeft een PvdA’er zich tegenwoordig gelukkig ook niet meer te schamen, maar er bestond lang een gebrek aan moed om gevoelige problemen bij de naam te noemen.

De charismatische Fortuyn doorbrak dat vurig, humorvol en maakte daarmee zichtbaar hoeveel emoties zich onder de oppervlakte schuil hadden gehouden bij grote groepen burgers. Die burgers waren het zat. Ik zie nog voor me hoe volkomen ongeïnspireerd Ad Melkert en Hans Dijkstal op de avond van de, voor hen desastreus verlopen gemeenteraadsverkiezingen, tegenover Fortuyn zaten aan tafel bij Paul Witteman. Ze hadden genadeloos verloren en moesten toezien hoe Fortuyn met flair, zelfspot en verbaal plezier de uitzending volledig naar zijn hand zette.

“Ik hoop dat meneer Melkert nog een beetje vrolijker gaat kijken, de komende weken”, zei Fortuyn treffend, doelend op de Tweede-Kamerverkiezingen die nog in het verschiet lagen. Maar meneer Melkert zat daar als een zoutzak, terwijl het ook toen mogelijk was geweest met een felle, goedlachse en inhoudelijke campagne aan te tonen dat de LPF misschien de problemen goed kon constateren en formuleren, maar er heus niet de beste oplossingen voor had.

En toen werd die Fortuyn, de man die hard op weg was premier van Nederland te worden, genadeloos vermoord. Het was een tragisch dieptepunt in de vaderlandse geschiedenis.

De erfenis van Fortuyn was dat veel bestaande politieke partijen flink kritisch naar zichzelf moesten gaan kijken. Geheel terecht en zeker niet zonder succes. Toen Wouter Bos de nieuwe leider van de PvdA werd, deed hij precies wat nodig was. De stropdas af, de mouwen opstropen en de wijken in. Luisteren naar de verhalen van mensen, klare taal spreken, ronduit toegeven en duidelijk maken dat zijn partij de problemen lange tijd onder het tapijt had geschoven, maar dat hij het nu op die vlakken echt anders aan ging pakken. Niet door zijn sociaaldemocratische principes te verloochenen, maar door zelfkritisch te zijn, bereid om koers te verleggen daar waar nodig en te leren van eerdere fouten, van andersdenkenden. Dit combineerde hij in een strak georganiseerde campagne met een optimistische strijdbare boodschap: dat bleek prima te kunnen. Ironie wil dat Bos in korte tijd zo populair werd, dat hij toen met gemak Minister-President had kunnen worden, maar op het laatst Cohen naar voren schoof als kandidaat-premier en waarschijnlijk daardoor net niet de grootste werd met de PvdA.

Nu is het 2010 en oogt de progressieve politiek futloos. Ook al hebben de progressieve partijen sinds Fortuyn inhoudelijk wel degelijk flinke stappen gezet in modernisering van de eigen ideologie, in het opnieuw onder ogen komen van de hedendaagse vraagstukken en het formuleren van frisse, genuanceerde antwoorden: ze zijn niet in staat de kiezer te inspireren en massaal enthousiast te krijgen. Hoe kan dat? Ik denk doordat zij zich daags na de dood van Fortuyn al gauw weer te veel zijn gaan fixeren op de zogenaamde tegenstanders: populisten, liberalen, conservatieven, met als laatste belichaming De Blonde Messias. Ze laten daarbij tot op de dag van vandaag na hun eigen boodschap consequent en met hartstocht over te brengen op de mensen in de samenleving.

Ik hoorde Wouter Bos en Femke Halsema laatst beiden zeggen dat het verhaal van ‘links’ nou eenmaal altijd moeilijker is te verkopen aan de kiezer. Er stond nog net geen “Giro 555” in beeld. Erg geestig vond ik vooral dat onze nobele strijders voor de solidariteit en fatsoenlijke samenleving met hun uitspraak zichzelf impliciet een compliment gaven: ze suggereerden eigenlijk dat Links feitelijk beter de complexiteit van de samenleving begrijpt en een duurzamer verhaal heeft, maar dat het nou eenmaal moeilijk is voor de kiezer om dat te begrijpen.

Onzin! Gelijk krijg je niet, gelijk moet je verdienen. Als je er daadwerkelijk van overtuigd bent dat de partij waar je voor staat de beste oplossingen heeft voor ons land, dan heb je ook de plicht ons mee te nemen in bevlogen verhalen over de toekomst en hoe we er komen, zodat wij achter je gaan staan. Dat hoeft niet zweverig idealistisch te zijn, je kunt ons prima op gevoelsniveau aanspreken met een inspirerende boodschap en tegelijkertijd duidelijk maken dat een verstandig beleid tegenstrijdigheden kent en taai is, verdieping vergt en dat vooruitgang een kwestie van de lange termijn is. Vuur in woord, nuance in daad.

Job Cohen zou geen premier zijn geworden omdat hij niet goed is in oppervlakkige debatten? Omdat hij zich niet thuisvoelt in de hapsnapcultuur van een hedendaagse campagne? Ik zou zeggen: if you can’t stand the heat, get out of the kitchen! Dat Cohen een voortreffelijk bestuurder is, ontslaat ook hem in de rol van lijsttrekker niet van de plicht zijn kiezers te inspireren en van zich af te kunnen bijten. Bij Nova werd hem in de aanloop naar de afgelopen verkiezingen door Twan Huys gevraagd hoeveel een witbrood kost. Cohen noemde als een nerveus schoolkind, dat werd overhoord, een bedrag en voegde daar nog net niet aan toe ‘Maar dat is bij de b-b-bakker-r, b-b-bij mij om de h-h-hoek hoor. Dat k-k-kan op sommige plekken weer heel anders z-z-zijn’. Terwijl hij natuurlijk gewoon had moeten zeggen: “Een witbrood Meneer Huys? Een witbrood! Ik ben Job Cohen, ik ben acht jaar burgemeester van Amsterdam geweest, ik ben kandidaat Minister-President voor de Partij van de Arbeid, wat is dit voor domme vraag, wie denk je wel niet dat je voor je hebt, snotneus! Ik ben hier gekomen om te praten over de staat van ons land en de economie, niet om deel te nemen aan de Nationale Supermarktquiz”.

Cohen verloor de verkiezingen vervolgens officieus op het moment dat Wilders tijdens het RTL-debat wegliep, terwijl Cohen nog spreektijd had. Job haalde verontwaardigd zijn schouders op en stierf zoals zoveel linkse politici in zijn eigen fatsoen. Ook daar had hij zijn vuist op de tafel moeten slaan en zeggen “Meneer Wilders, u komt nu terug. Zo ga je niet met je collega’s om in de politiek, ik pik het niet dat u zich als een kleuter gedraagt. Dan moet u überhaupt niet naar deze studio komen om te debatteren: hup, terugkomen en even behoorlijk naar iemands reactie luisteren, als u diegene uitdaagt met u in discussie te gaan”.

Veel mensen noemen dat ‘Meegaan in de retoriek van Wilders’, ik noem het de ballen tonen om voor je eigen verhaal te staan, strijdbaar te zijn, niet met je laten sollen. Wat de meeste progressieve politici zijn vergeten, is dat wij ook juichend voor de televisie willen zitten. Wij willen opgepept worden, begeesterd raken door vurige kreten, door humor en vergezichten en denken: ‘deze persoon verwoordt een visie en een elan waar ik me achter schaar en is bovendien niet te beroerd om voor zichzelf op te komen’. Want als je al niet overtuigend voor jezelf kunt opkomen, hoe dan voor de belangen van de burger? Hoe goed de beleidsplannen van een partij inhoudelijk ook zijn, een zekere zichtbare drive hebben we daarnaast altijd nodig.

Wij leven kennelijk in een land waar de politiek zich twee weken lang druk maakt over een Half-Zweedse dame die Staatssecretaris is geworden en twee paspoorten heeft. De oppositie vindt dat raar, omdat Wilders en Rutte er twee jaar geleden nog zo’n groot probleem van maakten dat Ahmed Aboutaleb en Nebahat Albayrak met een dubbele nationaliteit het kabinet betraden. Daar was de oppositie toen heel boos over. Nu Wilders en Rutte er vier jaar later geen probleem meer van maken… is de oppositie ook boos. Eigenlijk is de oppositie altijd boos. Ik vraag me af hoeveel je nog in contact staat met de samenleving als je denkt dat het ons ook maar ene hol kan schelen wat voor paspoort welke staatssecretaris dan ook heeft. Cry me a river, Grow up en maak je druk over belangrijke zaken als onderwijs, zorg, integratie, economie, cultuur en milieu.

Er is werk aan de winkel. Het is tijd dat progressieve politiek zich niet alsmaar zondigt aan mierenneukerij en vooral niet aan de dogmatische onverdraagzaamheid waar ze zich zo hardvochtig tegen verzet. Het wordt bovendien hoog tijd dat men ophoudt zich zo te fixeren op Geert Wilders. Hij bedient momenteel anderhalf miljoen kiezers en dat doet hij op zijn manier heel verdienstelijk. Ik vind dat Wilders soms knap problemen kan constateren en helder kan formuleren, maar hele verwerpelijke standpunten en ideeën heeft, die niet alleen cynisch zijn, maar ook weinig oplossingen bieden voor de problemen van de mensen die op hem stemmen. Wilders zou een goede tafelheer zijn bij De Wereld Draait Door, een soort rechtse versie van Prem Radakishun. Iemand die brutale en overtrokken statements maakt en daarmee terecht het publieke debat aanzwengelt, maar die het nalaat met duurzame oplossingen op de proppen te komen. Daar mag hij op worden aangepakt, puur inhoudelijk.

Maar Wilders is geen fascist, ik vind hem geen gevaarlijke man. We hebben het hier over een politicus die ooit in de gemeenteraad van Utrecht bepleitte dat bij een samenvoeging van twee lokale omroepen het multiculturele karakter van die omroepen wel bewaard moest blijven, die nog geen acht jaar geleden gewoon vond dat de Islam een geloof was en geen politieke ideologie, die getrouwd is met een Hongaarse vrouw en van wie ik oprecht geloof dat hij buiten beeld best een biertje wil drinken met een Moslim, als de betreffende Moslim tenminste een biertje zou drinken. Natuurlijk is Wilders ongezond geradicaliseerd in zijn isolement, maar hij is vooral een sluwe populist die de regels van het Binnenhof kent als geen ander. Die het spel speelt, compromissen sluit, politieke machtspolitiek bedrijft, kortom: hij is onderdeel van de elite, die hij pretendeert te bestrijden. Prima, moet hij zelf weten, niet ons probleem.

We hoeven ook niet te doen alsof Wilders’ anderhalf miljoen kiezers opeens de absolute meerderheid vormen van ons land. We zijn doorgeslagen in het idee dat de politiek alsmaar dichterbij de mens moet komen. De politiek moet helemaal niet nog dichter naar de mens komen. Natuurlijk moet zij absoluut in contact staan met de samenleving die ze vertegenwoordigt en bestuurt, haar ideeën helder over het voetlicht brengen, maar het is het individu zelf dat dichter naar de politiek moet komen en anders niet zo verontwaardigd moet zijn dat er niks verandert. De politiek is hoe dan ook geen geluksmachine. Het verwijt van ‘rechtse’ politici dat sociaaldemocraten en sociaaliberalen dat wel zouden vinden, klopt niet of in ieder geval: niet meer. Grote groepen progressieve kiezers en politici zitten al lang niet meer te wachten op de oude linkse dogma’s, de holle frasen over solidariteit en binding, zonder dat het werkelijke vermogen wordt getoond om mensen met uiteenlopende visies bijeen te brengen. Omdat er geen enkel kloppend hart meer onder bonst. “Iedereen telt mee”, dat is het beste waar de PvdA de afgelopen verkiezingen mee kon komen. “Iedereen telt mee”. De slogan zou op het gebouw van een basisschool niet misstaan, maar is wat mij betreft als politieke slogan een absoluut dieptepunt. Alle prik is uit de cola, terwijl het juist nu tijd is voor vol gas.

Laat Halsema en Pechtold niet zo opzichtig ‘I told you so’ komen spelen voor de camera wanneer er kamerleden bij de PVV naar boven komen drijven die niet deugen. Bemoei je er niet mee, laat Wilders lekker zijn eigen sores oplossen en get your own shit together! Rutte heeft groot gelijk dat hij zich niet gaat bemoeien met een kale sneue man die in brievenbussen zeikt. Laat zien dat je erboven staat, door gewoon door te gaan met je eigen werk.

“Ik weet niet wat meneer Wilders aan het doen is, ik ben gewoon bezig met het besturen van het land…. Beetje raar. Ontucht? Hm, vreemd, nou goed, Rutger: ik ga maar gewoon weer aan het werk”.

Dat is waar het over gaat: het besturen en vertegenwoordigen van dit land en haar bevolking. Niet het leedvermaak om de tegenstander bij het gebrek aan een eigen verhaal. Je moet wel kunnen terug bijten, maar je hoeft niet als een meisje van twaalf te gaan lopen nagel krabben en ‘Na-na-na-na-na’ te gaan neuriën. Niemand vind je er leuker door, het is onnodig en het is gênant. Het is heel erg gênant.

Dus ik zou zeggen, progressief Nederland: word wakker! Stroop de mouwen op, werp het eeuwige slachtofferschap af, alsmede de bijbehorende gevoelens van moreel gelijk en superioriteit. Bied in woord en daad een stevig en hoopvol alternatief voor cynisch populisme. Leg je daar op toe!

Dat dit stuk zelf voornamelijk over vorm gaat, betekent niet dat ik beweer dat we over de belangrijke onderwerpen, inhoudelijk niet verder dienen na te denken of dat de verdieping die aan een vurig geluid ten grondslag ligt, achterwege moet blijven. Maar ik vind dat er inhoudelijk al een hoop verbeterd is in partijprogramma’s van partijen als D66, PvdA & GroenLinks. Ik vind dat er met name in de communicatie een groot gat valt. Vorm is minstens zo belangrijk als inhoud, zo niet: vorm is inhoud is vorm. Iets meer Yes we Can graag en iets minder Zij zijn niet Solidair & dat is niet Fair. Iets meer campagne-spirit, een pro-actieve houding. Wat men vergeet is dat bijvoorbeeld een campagne als die van Obama, die een stevig inhoudelijk programma combineerde met een emotionele boodschap van vooruitgang, hier veel beter zou werken. Obama heeft de mensen begeesterd en vervolgens feitelijk gedaan wat hij tijdens zijn campagne ook al had aangekondigd: een beleid gevoerd vanuit het gezonde verstand, een genuanceerd en pragmatisch bestuur. Dat is echter lastig in Amerika, het is een hard gepolariseerd land en voor nuance is weinig ruimte. In Amerika was de enige change die men wilden blijkbaar: kleingeld. Door het twee-partijen-systeem was het sowieso te voorspellen dat de Republikeinen niet in zouden gaan op Obama’s verzoek samen te werken. Als zij dat hadden gedaan, hadden ze feitelijk toegegeven “Inderdaad, yes we can, u heeft gelijk meneer de President, wat polariseren we ook onnodig, laten we de handen ineenslaan. En dan levert uw partij de komende twintig jaar altijd de President”. Maar stel je eens voor wat een hoopvolle boodschap in combinatie met een genuanceerd progressief programma, hier teweeg zou kunnen brengen. Immers, na de verkiezingen hebben we hier altijd te maken met een rijk en gevarieerd parlementair landschap, waar je voor verschillende vraagstukken, verschillende meerderheden kunt vormen. Niemand hoeft hier dus electoraal opportunistisch te handelen, de inrichting van onze democratie leent zich heel goed voor nuance. Daarom is de heftige polarisatie, de verloedering van ons publieke debat, ook zo onzinnig.

Met de Eerste Kamer verkiezingen voor de boeg is het ontzettend belangrijk het enthousiasme terug te brengen in progressieve politiek. De assertiviteit, het optimisme en het vermogen om iets waar je voor staat goed over te brengen. Progressieve politiek heeft niet stilgestaan in de afgelopen acht jaar, maar in het uitdragen van de boodschap en de houding zitten nog veel oud-linkse spasmes.

In de kunstsector bleek de afgelopen weken dat het ook in deze tijd mogelijk is om mensen massaal te mobiliseren. Maar nu is het tijd om de schreeuw voor cultuur, om te buigen in een harmonisch, meerstemmig geluid. Geen protest, maar een koor voor wezenlijke vooruitgang, voor een breuk met het klassiek links-rechts-denken, voor een hervormingsgezinde, zelfkritische en optimistische boodschap, die voortkomt uit de overtuiging in het eigen verhaal enerzijds en de bereidheid om tot oplossingen te komen met andersdenkenden, anderzijds. Alleen zo beweeg je voorwaarts!

Dit is een uitgewerkte versie van een stuk dat Johan Fretz voordroeg na de voorstelling Mightysociety8 De Musical.

Geef een reactie

Laatste reacties (138)