3.561
63

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Prutsen aan Mozart, mag dat?

Lotte de Beer zou niet voor haar functie deugen als ze niet probeerde haar eigen kleur en smaak te geven aan de voorstellingen

Beeld: Ephraim Moses Lilien

De beroemde operaregisseur Lotte de Beer ligt onder vuur. Zij heeft in het libretto van Mozarts Zauberflöte racistische en vrouwvijandige teksten ontdekt. Daar wil ze iets mee doen, zo werd dezer dagen duidelijk. De hoon, de haat, het geschamper, ze zijn niet van de lucht. Met haar politiek correcte benepenheid wil De Beer iconen van de Europese muziekcultuur naar beneden halen. Foei! Martin Bosma staat op zijn achterste benen en twitterend Nederland komt ook al overeind.

Eigen versie
Composities, scripts en libretti zijn kunstwerken op zich zelf. Maar zij komen pas tot leven als anderen ermee aan het werk gaan. Ze vormen basismateriaal voor zangers, acteurs, decorontwerpers, regisseurs, musici en dirigenten die elke keer weer hún eigen versie brengen. Een theatervoorstelling is weliswaar gebaseerd op wat er ligt aan teksten en/of muziek maar alles staat of valt met de uitvoering op het toneel. In de praktijk komt het zelden voor dat theatermakers scripts en libretto nauwkeurig volgen. Ze gaan op zijn minst over tot schrappingen. Neem bijvoorbeeld Hamlet, die duurt in zijn volledige versie negen uur. Dat houdt geen mens van deze tijd nog vol.

Shakespeare leent zich trouwens uitstekend voor heftige ingrepen. De filmmaker Baz Luhrmann verplaatste Romeo en Julia naar een Californische badplaats wat hem meteen de gelegenheid gaf diversiteit in de cast te brengen. De hoofdrol was voor Leonardo di Caprio.

Ik zelf heb me op verzoek van een groep Schiedamse amateur toneelspelers met King Lear bemoeid. Dat stuk gaat over een mythische koning die zijn rijk onder zijn drie dochters wil verdelen maar er eentje – de enige eerlijke – onterft. Daarna volgt toenemend gelazer, dat uitloopt op een toneel vol lijken. De koning is Frans van Lier geworden, die zo rond 1936 de aandelen van zijn scheepswerf onder zijn dochters verdeelt. Een hoveling wordt accountant, de koning van Frankrijk directielid van de concurrent Harland And Wolf in Belfast en de grote schurk een Nederlandse nationaal-socialist die greep wil krijgen op de technologie van het bedrijf om die aan Hitler ten geschenke te geven. Lokaties veranderen: het koninklijk hof wordt een duur café restaurant. Mannenrollen worden vrouwenrollen vanwege het evenwicht en ook de beschikbaarheid van talentvolle gegadigden. De beroemde waanzinscene vindt niet op de hei plaats maar in het Volkspark. Het is aanmatigend, het is brutaal, we kunnen diep vallen maar we doen het toch.

Moet dat nou, zo veel doden?
Je moet op allerlei manieren stevig ingrijpen. King Lear is een van Shakespeare’s kortste stukken maar toch voor deze tijd langademig. Je schept orde en duidelijkheid door genadeloos bijfiguren te schrappen. Je maakt de overgebleven spelers korter van stof. Dat hele King Lear is trouwens behoorlijk over de top. Aanvankelijk dacht ik: moet dat nou? Zoveel doden? Is dat geloofwaardig in het gezapige Schiedam van 1938? In een flits drong het tot me door dat dit er absoluut niet toe deed. Mijn probleem was niet het aantal doden maar hoe ze stierven. Duels met sabels moesten messengevechten worden en dat is best moeilijk om een beetje geloofwaardig neer te zetten. Belangrijk element bij dit alles: op het toneel dienen dingen te gebeuren. Dat geldt voor de opera ook. Acteurs staan daar niet uitsluitend te praten of te zingen. Zij doen van alles en daarbij spreken ze hun tekst, zingen ze hun area. Anders is er geen bal aan. Ook dit dwingt theatermakers om hun eigen versie aan de voorstelling te geven.

Lotte de Beer staat in een oude traditie. Ze doet gewoon waarvoor ze is opgeleid. Ze zou niet voor haar functie deugen als ze niet probeerde haar eigen kleur en smaak te geven aan die voorstellingen.Wat is haar probleem met die Zauberflöte? Daarin worden nogal wat seksistische opmerkingen gemaakt aan het adres van vrouwen. De schurk is een moor om maar bij het spraakgebruik van Mozarts tijd te blijven. En aan het eind van het stuk vaart hij ter helle. In tal van interviews heeft Lotte de Beer aangegeven dat ze die aanstootgevende passages niet wil schrappen en verdonkeremanen, integendeel. Ze wil er iets mee doen in het kader van de huidige inzichten met betrekking tot de gelijkheid tussen de mensen. Daarvoor leent die Zauberflöte zich uitstekend want het is om zo te zeggen een progressief stuk. Je kunt er een pleidooi in zien voor een verlichte levensstijl.

Je moet een wel heel beperkte geest hebben, totaal vervuld zijn van wat binnen jouw smalle kaders geoorloofd is en de willoze slaaf van jouw eigen correctheid om een vernieuwend kunstenares als Lotte de Beer zo aan te vallen. Nou ja, benepenheid en extreemrechts zijn altijd een vanzelfsprekende combinatie geweest.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (63)