Laatste update 21:40
3.234
23

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Psychologische kennis kan helpen bij aanpak klimaatverandering

Winnen door de meest edelmoedige en coöperatieve partij te zijn

Kan psychologische kennis ons helpen bij de aanpak van klimaatverandering? Jazeker, want met behulp van psychologie valt te begrijpen waarom mensen te weinig doen, en te laat; en hoe dat is te ondervangen. Een interessant wetenschappelijk artikel daarover werd vorig jaar gepubliceerd door o.a. mijn VU-collega Paul van Lange. In dit artikel worden 3 problemen en bijbehorende oplossingen beschreven:

Aandacht voor de nabije omgeving
Mensen richten van nature de aandacht op de nabije omgeving. De gevolgen van klimaatverandering zijn een ver-van-ons-bed show: het raakt vooral anderen, mensen elders op de wereld en generaties na ons. Door onze evolutionaire geschiedenis, waarin we in veel kleinere groepsverbanden leefden dan nu is onze manier van denken daar niet goed op afgestemd. We reageren sterk op wat hier en nu in onze eigen omgeving gebeurt (het weer: het is warm) dan op iets dat meer abstract en ver weg lijkt, zoals klimaatverandering.

De aanbeveling die daaruit volgt is: geef informatie over het klimaat op een zeer concrete, feitelijke manier die ook relevant is voor de eigen nabije omgeving van mensen. Bijvoorbeeld: als de zeespiegel stijgt, kun je dan blijven wonen waar je nu woont? Als we klimaatverandering weten te beperken tot 1,5 graad misschien wel, maar als het 2 graden wordt zullen de meeste Nederlanders uiteindelijk naar Duitsland moeten verhuizen (Je kunt hier checken of je in een risicogebied woont). Ik maak hierbij wel een kanttekening: als de informatie bedreigend is, kan dat ook een averechts effect hebben: dan sluiten mensen zich ervoor af. (Kom ik een andere keer op terug.)

Slechts aandacht voor het hier en nu
Onze aandacht is niet alleen beperkt tot ‘hier’ (nabije omgeving) maar ook tot ‘nu’: de korte termijn. Dat is al een enorme belemmering wanneer het gaat om onze eigen persoonlijke doelen (bv. gezonder leven, opruimen e.d.; zie Je bent wat je doet); bij klimaatverandering gaat het zelfs vaak al niet eens meer om effecten die wijzelf nog meemaken in ons leven, maar wel onze kinderen en kleinkinderen (bv.: het moeten verhuizen naar Duitsland zal vooral hen treffen). Dat ontlokt een ‘na mij de zondvloed’-houding, zeker wanneer je niet goed weet wat je eraan kunt doen of het idee hebt dat anderen ook niet veel doen.

De aanbeveling in het artikel is om ons meer te prikkelen de generaties na ons te helpen. Het zijn de jonge en kwetsbare mensen die slachtoffer worden van onze leefwijze nu; als je het zo omschrijft kan dat empathie opwekken en ook een gevoel dat het onrechtvaardig is, dat zij zullen lijden onder onze uitstoot en dat de gevolgen van wat wij nu doen voor hen onomkeerbaar zijn.

Een ander advies is om adviezen over klimaatbeleid te laten geven door experts die er zelf niet bij betrokken zijn. Dit is dus flink tegengesteld aan wat het kabinet heeft gedaan met de klimaattafels, waar juist alle belanghebbenden aan tafel zaten. (Volgens critici is dat net zoiets als met de kalkoen overleggen wat er met kerst zal worden gegeten.) Een buitenstaander kan vaak beter uitzoomen en naar de lange-termijn gevolgen kijken dan een betrokkene (zie bijvoorbeeld dit artikel).

Samenwerken als anderen dat niet doen
Het derde probleem is dat we klimaatverandering met z’n allen moeten aanpakken, het vraagt dus samenwerking tussen naties. Mensen zijn minder geneigd zich coöperatief op te stellen wanneer ze het idee hebben dat anderen dat ook niet doen. Daar komt nog bij dat mensen die een groep vertegenwoordigen (zoals regeringsleiders die een land vertegenwoordigen) extra geneigd zijn om zich competitief en niet coöperatief op te stellen: ze willen winnen voor hun groep, hun land. En om hun belangen te behartigen zijn mensen ook nog eens geneigd de meest competitieve erop uit te sturen als afvaardiging (bijvoorbeeld iemand als Trump). Nationale leiders die hun land vertegenwoordigen zijn dus niet bepaald de meest coöperatieve mensen die je kunt hebben in die rol.

De aanbeveling in het artikel is om gebruik te maken van het verschijnsel van competitief altruïsme. Je kunt winnen door het meeste geld te besparen voor je land, of door het de meeste handel binnen te slepen (‘klassieke’ competitie). Maar je kunt ook winnen door de meest edelmoedige en coöperatieve partij te zijn. Zeker voor landen die het zich kunnen permitteren levert dat veel voordeel op voor hun imago en goodwill. Als dit het doel van hun afgevaardigden is, zullen ze zich heel anders opstellen. Dan kunnen ze uiteindelijk gaan wedijveren wie het meeste doet voor de planeet. Als we dat toch eens zouden meemaken!

Cc-foto: Klem@s


Laatste publicatie van RoosVonk

  • Je bent wat je doet

    van zelfkennis naar gedragsverandering

    2019


Geef een reactie

Laatste reacties (23)