Laatste update 18:04
2.693
28

Expert overheid: markt

Gijs van Loef is expert op het raakvlak van overheid en markt. Hij heeft 15 jaar werkervaring in het bedrijfsleven (Philips, Deloitte, Capgemini) en 20 jaar in de publieke sector. Gijs publiceert sinds 1997 kritische beschouwingen over het openbaar bestuur. Boeken: 'De kloof voorbij, een visie op de toekomst van Nederland' (2008) en 'Kiezen tussen overheid en markt, een wake-up-call voor onze volksvertegenwoordigers' (2013).

Een publiek medisch zorgstelsel bespaart 4 miljard jaarlijks

Medici Cobie Groenendijk, Armand Girbes, Lewi Vogelpoel, Herman Suichies en Gijs van Loef over de voordelen van publieke gezondheidszorg

 

Cobie Groenendijk, Armand Girbes, Lewi Vogelpoel, Herman Suichies en Gijs van Loef zijn allen lid van de denktank Nationaal ZorgFonds en auteur van dit artikel.

Het CPB heeft zijn voorwerk gedaan, de laatste ronde voor de verkiezingen is ingegaan. Het CPB becijfert de transitiekosten van een publiek zorgstelsel op 800 miljoen per jaar voor een aantal jaren, maar laat zich met het oordeel ‘neutraal’ niet uit over de merites van een publiek zorgstelsel als het Nationaal Zorgfonds.

Een meerderheid van de Nederlanders (57%) wil dat de overheid de zorg weer gaat regelen,[1] hetgeen het einde betekent van het private zorgverzekeringsstelsel. Ook ‘rechtse’ stemmers hebben genoeg van de marktwerking. De politieke partijen bewegen mee, de meesten willen de marktwerking in de zorg terugdringen en het eigen risico omlaag. Het CPB becijfert deze kosten.

De belofte van het zorgverzekeringsstelsel in 2006 was dat de kwaliteit omhoog zou gaan en de kosten omlaag. Beide doelstellingen zijn niet gehaald. De kwaliteit is in verhouding tot andere moderne Europese landen gedaald.[2] De kosten stegen de eerste jaren zo hard dat Rutte-II moest ingrijpen met een bestuurlijk akkoord, een meerjarig budgetplatfond. De Algemene Rekenkamer constateerde onlangs dat geen zinnig woord gezegd kan worden over de doelmatigheid van deze uitgaven van 46 miljard.[3][4]

En daar komt nog bij de enorme toename van de bureaucratie.[5] [6]Zorgverzekeraars, bestuurders, managers en hordes van regelgevende en controlerende instanties dicteren in toenemende mate hoe artsen en verpleegkundigen moeten werken. Omdat deze niet-medische geschoolden de inhoud van het medische vak onvoldoende kennen en er daarnaast sprake is van gestold wantrouwen is het aantal regels, verplichte checklists, protocollen, indicatoren tot enorme proporties gegroeid. De wetenschappelijke verenigingen van artsen hebben hier vreemd genoeg aan meegewerkt. Het ziekteverzuim in de zorg is inmiddels het grootst van alle bedrijfstakken. Er zijn grote (opleidings-) tekorten aan medisch geschoold personeel. De samenleving vraagt terecht aan dokters en verpleegkundigen dat zij verantwoording afleggen en daar hoort ook toezicht bij. Maar de verhouding tussen waar het om gaat, het primair proces van zorgverlening en de randzaken eromheen is volledig zoek geraakt.

Het zorgstelsel is een van de duurste in Europa, de medische kwaliteit is behoorlijk, maar niet een van de beste. De prijs/kwaliteit verhouding valt tegen. Door de enorme werkdruk haken zorgverleners gedesillusioneerd af. Dit alles komt omdat het huidige stelsel omzet in plaats van zorgkwaliteit beloont. Het gaat uit van verkeerde principes, een patiënt is geen zorgconsument en een arts is geen administrateur. Een stelsel dat de samenwerking tussen professionals bevordert en de patiënt centraal stelt, met vrije artsenkeuze, is nodig.

Het huidige zorgstelsel mist een centrale regisseur, de planning van het gewenste integrale zorgaanbod is niet goed geregeld. De gezondheidszorg is publiek domein, ze wordt gefinancierd uit publieke middelen en is er voor de gehele bevolking. Private activiteiten behoren op basis van heldere afspraken en regels bij te dragen aan de totale zorg, inclusief innovatie en ontwikkeling. Academische ziekenhuizen hebben een publieke verantwoordelijkheid. Het publieke belang moet bovengeschikt zijn, het private belang ondergeschikt. Nu is het andersom.

Een publiek zorgstelsel moet de rol van zorgregisseur op zich nemen. Samenwerking tussen zorgprofessionals in het belang van de (potentiële) patiënt moet het uitgangspunt zijn, niet omzet of productie. Er zullen dus ook andere bekostigingsstructuren moeten komen. De publieke zorgregisseur geeft een adaptief stelsel vorm dat optimaal is ingericht op het continuüm van nulde lijn, huisarts tot en met topklinische, specialistische zorg en dat op technologische ontwikkelingen inspeelt maar daar wel (ethische) voorwaarden aan stelt. Er wordt niet meer afgerekend in DOT’s, er zijn reële budgetten en zorginhoudelijke afspraken. In de bureaucratie wordt diep het mes gezet.

De politiek bepaalt het macrobudget voor de zorg en welke zaken vergoed worden vanuit het basispakket, op basis van advies van het Zorginstituut en andere wetenschappelijke adviesorganen. Zij adviseren ook over gewenste innovaties (medicijnen, technieken), de financiering en borging daarvan binnen het publieke domein. Binnen het landelijke totaalbeeld vullen regionale fondsen met een bestuurlijke vertegenwoordiging van zorgverleners en patiënten de zorgbehoefte nader in.

De kosten van een publiek zorgstelsel zullen substantieel lager zijn dan het huidige en de zorgkwaliteit zal hoger zijn wanneer de miljardenbesparing op de overhead (bureaucratie) wordt ingezet voor kwaliteitsverbetering en werkvreugde in de zorg zelf. De potentiele besparing op de overhead is op ruim 2 miljard becijferd, maar kan nog veel hoger zijn.[7] Doordat samenwerking tussen zorgprofessionals niet meer de heimelijke ballast van marktwerking en ongewenste omzetprikkels kent zullen ook de werkprocessen in de zorg efficiënter en beter worden: 1 miljard (3% efficiency verbetering, een bescheiden schatting). De kosten van het zorgverzekeraarssysteem bedragen thans 1,5 miljard. De totale kosten van een publiek zorgstelsel met een landelijke zorgregisseur en regionale uitvoeringsfondsen moet taakstellend veel lager zijn, wij denken aan een half miljard minder.[8]

De conclusie is dat een publiek zorgstelsel het zorgverzekeringsstelsel kan vervangen met een besparing van zeker zo’n 4 miljard op jaarbasis en een betere kwaliteit voor patiënt èn zorgverlener. Zo’n zorgstelsel is ook meer toekomstbestendig, gefundeerd op solidariteit en blijvend toegankelijk voor alle Nederlanders.

Gijs van Loef – adviseur marktwerking publieke sector
Herman Suichies – huisarts
Cobie Groenendijk – psychiater en psychotherapeut
Lewi Vogelpoel – radiologist
Armand Girbes – intensivist-klinisch farmacoloog en hoogleraar intensive care geneeskunde

[1] Maurice de Hond, 2016; Ipsos, 2017.

[2] OECD Health at a Glance, 2007 > 2016

[3] Algemene Rekenkamer, 2016.

[4] Zie verder: ESB, 1/2017.

[5] De Groene Amsterdammer, 49/2016.

[6] HealthManagement.org The Journal, 2016;4:304-307 https://iii.hm/5ev

[7] De overhead in de curatieve sector is 20% (9 miljard), in de deelsector GGZ bedraagt de overhead zelfs 30%.

[8] Aansluiting op 25 GGD-regio’s ligt voor de hand, is bestuurlijk doelmatig en kwalitatief sterk.

Geef een reactie

Laatste reacties (28)