6.938
163

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

PvdA wint alleen nog met nieuwe leiders

Maurice de Hond analyseert: De PvdA is haar traditionele aanhang definitief kwijt ... Alleen premiersstrijd levert stemmen op ... Heruitvinden of hergroeperen, dat is de vraag

De PvdA haalde bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 nog veel stemmen maar dat is een uitzondering. De kiezer van de 21e eeuw heeft andere kenmerken en de partij weet daar niet goed op in te spelen, analyseert opiniepeiler Maurice de Hond.

Foto: Robin Utrecht ANP, Diederik Samsom en oud-lijsttrekkers Wim Kok, Wouter Bos en Job Cohen op de uitslagenavond van 2012.

In mijn peiling van zondag jl. geef ik aan dat de PvdA haar traditionele achterban definitief kwijt is. Daarbij maak ik de vergelijking met het CDA waar de afgelopen 30 jaar hetzelfde is gebeurd. Zowel het CDA (althans de drie partijen KVP-ARP-CHU) en de PvdA haalden tot aan het eind van de zestiger jaren van de vorige eeuw vrijwel altijd meer dan 30% van de stemmen. Het record van CDA en PvdA sinds 1970 bedraagt ruim 35% van de kiezers.

Omdat het overgrote deel van de CDA-kiezers confessioneel is, en die groep in Nederland steeds kleiner wordt (met name door de demografische ontwikkelingen, ouderen zijn namelijk veel vaker kerkelijk dan jongeren) is het ‘vaste’ electoraat van het CDA steeds kleiner geworden. Inmiddels is de omvang van dit vaste electoraat van het CDA gedaald naar ruim 10%. Alleen met een populaire lijsttrekker (Lubbers in 1986 en 1989 en Balkenende in 2003 en 2004) scoort het CDA ook vrij goed bij niet-confessionelen en trokken ook veel kiezers aan buiten de traditionele kern.

Laag opgeleiden
Het proces dat de PvdA heeft doorgemaakt lijkt daar enigszins op. Maar is in essentie toch anders. Ook de PvdA had een groep kiezers die altijd op deze partij stemde. De PvdA was de partij bij uitstek bij de (niet-confessionele) kiezers met lage inkomens en lage opleiding. Daarnaast was er een wat kleinere groep met hogere opleiding en inkomen die PvdA stemde uit solidariteit met ‘de zwakkeren in de samenleving’.

Aan de ene kant is de groep kiezers met lage inkomens en lage opleiding fors gedaald. In 1960 bij voorbeeld wees de volkstelling uit dat de groep kiezers met alleen lager onderwijs en/of nog enkele jaren Uitgebreid Lager Onderwijs bijna 80% van het electoraat vormde. Inmiddels heeft 40% van de 30-jarigen een universitaire opleiding gevolgd of HBO. Als deze groep kiezers rond 1960 niet-confessioneel was dan stemden ze voor het overgrote deel PvdA en als ze wel confessioneel was dan stemden ze vaak op hun confessionele partij, KVP, ARP of CHU.

Maar niet alleen is die groep door de jaren heen kleiner geworden, ook zie je dat de PvdA er steeds minder in slaagt die resterende kiezers aan zich te blijven binden. Uit het onderzoek van zondag jl. blijkt dat onder kiezers met lage opleiding en lage inkomens (dat zijn gemiddeld wat oudere kiezers) de SP en de PVV duidelijk populairder zijn dan de PvdA. En dat is dus het grote probleem voor de PvdA. Voor dat traditionele electoraat van de PvdA zijn er nu alternatieven. (Bedenk dat in de Eerste Kamer SP en PVV na mei a.s. ieder meer senatoren hebben dan de PvdA).

Toch lijkt het of noch de PvdA zelf, noch de media, zich realiseren dat dit een onherroepelijk proces is voor de PvdA. Want een uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen als die van september 2012 (PvdA haalde 25% = 38 zetels) strooit zand in de ogen.

New kid on the block
Drie weken voor de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012 stond de PvdA nog op 12% en de SP op 22%. Dat de PvdA in korte tijd zo fors steeg was vooral omdat nogal wat kiezers zich met hun stem wilde uitspreken over wie ze wel en niet als premier wilde hebben: Roemer deed het bij het begin van de campagne slecht en Samsom, als ‘new kid on the block’ deed het goed, waardoor er een tweestrijd Rutte – Samsom ontstond.

Dat is de problematiek van ons kiesstelsel. Er is geen aparte stem voor de premier/regering en een voor de Tweede Kamer, maar de kiezer heeft maar één stem. Ruim een kwart gaf na de verkiezing aan dat ze strategisch hadden gestemd. Dus ze kozen niet de partij van hun hoogste voorkeur, maar de VVD of de PvdA om te zorgen dat hetzij Rutte of Samsom premier zou worden of juist om te zorgen dat een van de twee het niet zou worden. (Met als uitkomst, dat daardoor die twee partijen samen de meerderheid kregen en zij het als een opdracht van de kiezer interpreteerden om met elkaar de regering te vormen.)

Na de vorming van het kabinet daalde de PvdA naar 18% en in maart 2013 daalde de PvdA naar het niveau dat ze vlak voor de verkiezingen had gestaan (12%). Een score waar ze sindsdien onder is gebleven, zowel in onze wekelijkste peilingen als bij de drie verkiezingen, die er sindsdien zijn gehouden.

Abnormaal
Juist omdat de PvdA in de 20e eeuw doorgaans rond de 30% scoorde, werd de uitslag van 2012 beschouwd als een ‘normale’ score voor de partij. De werkelijkheid is dat die uitslag in het tweede decennium van de 21e eeuw voor de PvdA abnormaal is.

In 2002 haalde de PvdA 15%. In 2003 toen er sprake was van een tweestrijd Bos-Balkenende haalde Bos als ‘new kid on the block’ 27%, maar verloor van Balkende. In 2006 was die strijd er ook en haalde Bos 21%, maar verloor van Balkende.  In 2010 was er de strijd Cohen – Rutte en haalde de PvdA 20% en verloor. En in 2012 was er de strijd Samsom – Rutte en haalde de PvdA 25% en verloor.

Het lijkt erop alsof de motivatie onder kiezers om te zorgen dat de voorman van de PvdA níet de volgende premier groter is dan ervoor te zorgen dat hij wèl de volgende premier wordt.

Bij alle andere verkiezingen dan de Tweede Kamer sinds 2006, met uitzondering van de Provinciale Statenverkiezingen van 2007, toen het kabinet Balkenende-Bos nog in haar wittebroodsweken was, scoorde de PvdA steeds tussen de 9 en 15%.

Het probleem van de PvdA is dus niet alleen dat – met name als ze in de regering zitten, zoals tussen 2007 en 2010 en na 2012 –  een groot deel van de kiezers met de lage inkomens verliest. Maar ook dat voor die kiezers nu wel alternatieve partijen zijn van een behoorlijke omvang: de SP en PVV.

Heruitvinden of hergroeperen
Daarom luidt de conclusie dat de PvdA haar traditionele achterban definitief kwijt is. Maar dat hoeft niet te betekenen dat bij een Tweede Kamerverkiezing in de toekomst wanneer de lijsttrekker een van de twee serieuze premierskandidaten zou zijn, de PvdA nooit meer boven de 15% kan scoren. Maar dan moet die lijsttrekker wel weer een ‘new kid on the block’  zijn en er mag geen alternatieve betere premierskandidaat zijn bij de andere partijen, die het goed doet tegenover een rechtsere premierskandidaat.

Bij andere dan Tweede Kamerverkiezingen in de toekomst zal een resultaat van 15% voor de PvdA een prima resultaat gaan betekenen. En daarmee staat de PvdA voor dezelfde uitdaging als het CDA. Om echt weer scores te bereiken van meer dan 20% moeten die beide partijen zich heruitvinden, of zich hergroeperen met andere partijen.

Geef een reactie

Laatste reacties (163)