935
12

fractievoorzitter GroenLinks Goes

In 1976 rondde ik mijn middelbare school af aan het Goois Lyceum te Bussum en studeerde daarna rechten, wijsbegeerte en sociologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht.
Vervolgens werkte ik als assistent-accountant bij de accountantskantoren Klynveld Kraayenhof & Co en Moret & Limperg en later als stafmedewerker bij het Directoraat Merchant Banking van Rabobank Nederland.
In 1986 werd ik lid van de Amersfoortse gemeenteraad, waar ik in 1990 werd benoemd tot wethouder financiën, verkeer & vervoer en projectwethouder Centraal Stadsgebied.
Daarna was ik sectorhoofd / loco-gemeentesecretaris bij de gemeenten Nijefurd (Fr) en Amerongen (U) en hoofd bestuurszaken bij de gemeente Veldhoven (NB).
In 2006 werd ik tot lid van de Goese gemeenteraad verkozen en ben sinds die tijd voorzitter van de GroenLinks-fractie.
Incidenteel werk ik voor de OSCE / OVSE als verkiezingswaarnemer, met als bijzonder aandachtsveld voormalig Joegoslavië.

Pygmalion in the classroom

Er komt helemaal geen 'oorlog van geloven' zoals CU voorspiegelt. Nederlanders zijn gewoon een beetje bang geworden.

Veel is al geschreven over Wilders, zijn PVV, en het anti-islam standpunt van die beweging. In zijn persbericht van 31 juli j.l. waarschuwt Egbert Schuurman, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Eerste Kamer, ervoor dat ‘mensen op grond van verschillen in religies tegen elkaar opzetten … op den duur ernstige – gewelddadige – gevolgen (kan) hebben.’

Met deze semi-Godwin zaait Schuurman in mijn ogen onnodig angst.
De discussie zou juist niet over “angst” moeten gaan, maar over de politieke en maatschappelijke opvattingen versus de vrijheid van godsdienst of – in meer ruimere zin – de vrijheid van denken.

Maar eerst een paar woorden over “godsdienst” en “ideologie”.

Een ideologie is een samenhangend stelsel van denkbeelden, waar een godsdienst vooral is gericht op leerstellingen en daarmee samenhangende rituelen.

Een ideologie is het geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de samenleving. Deze denkbeelden kunnen in de loop van de tijd of naar aanleiding van zich voordoende situaties veranderen. Dit in tegenstelling tot leerstellingen, die immers de “grondslag” van een godsdienst vormen; het verwerpen of het ter discussie stellen daarvan betekent in feite dat afstand van die religie wordt genomen. Voorbeelden van leerstellingen uit het Christendom zijn de Goddelijke drie-eenheid (God, Christus en de Heilige Geest) en de twee-naturenleer (Christus is zowel menselijk als goddelijk).
De scheidslijn tussen “denkbeelden” en “leerstellingen” is in de praktijk echter dun. Zo kan het voorkomen dat “leerstellingen” tot “denkbeelden” worden, en omgekeerd.

In een theocratie wordt de leerstelling feitelijk tot denkbeeld, omdat daarin een godheid wel als onmiddellijke gezagsdrager wordt beschouwd, maar het in feite gaat om de inrichting van een samenleving (politiek en wetgeving) op basis van die goddelijke principes. Daarnaast ziet in de theocratie doorgaans ook een taak voor de overheid weggelegd in het handhaven van “de ware leer”.

Het enkele feit dat er, ook in Nederland, politieke partijen bestaan die hun bestaansrecht vinden in een godsdienstige overtuiging (SGP, CU, CDA), maar niet direct ten doel hebben een theocratie te vestigen, mag het overgaan van leerstellingen tot denkbeelden nog eens onderstrepen.
In de voormalige Sovjetunie werd het denkbeeld in hoge mate leerstelling. Zo zou volgens de ideeën van Marx na de proletarische revolutie een dictatuur van het proletariaat ontstaan, die vervolgens vanzelf zou afsterven. Wat dan zou overblijven was de communistische heilstaat. Onderdrukking van de eigen bevolking zou de totstandkoming van zo’n revolutie volgens de toenmalige Sovjet-machthebbers sterk bevorderen. De USSR zelf was immers voortgekomen uit de Russische Revolutie, die in ideeën van Marx geen proletarische revolutie was. De toenmalige machthebbers kenden zichzelf overigens ook wel graag de status van ‘dictatuur van het proletariaat’ toe.

Godsdienst bestaat, ik noemde het al, vooral uit leerstellingen en rituelen.
En in een land als Nederland, dat zich eeuwen lang vooral door de Christelijke leerstellingen en rituelen heeft laten leiden, zijn deze opvattingen in hoge mate eigen gemaakt, geïnternaliseerd. De (christelijke) godsdienst is de facto ideologie geworden, en ook formeel nog eens vastgelegd in wetten.
De zedelijkheidswetgeving en het personen- en familierecht dragen hiervan de duidelijkste sporen. Wetgeving die blasfemie strafbaar stelt (Wetboek van Strafrecht, de artikelen 147, 147a en 429bis) is vervolgens de kroon op dit christelijk werk.

Op de keper beschouwd is de Nederlandse strafbaarstelling van blasfemie natuurlijk niet wezenlijk anders dan een Islamitische wet die beschimping van Allah of de profeet strafbaar stelt. Je kunt hooguit redetwisten over de ‘breedte’ van de wetten of de daarin verwoorde strafmaat.

Een “Christelijke sharia” kent Nederland als algemeen voor dit land geldende wet (gelukkig) niet. Toch zullen vele bewoners van de bible-belt de aldaar heersende (informele en niet wettelijke) Christelijke normen feitelijk wel als zodanig ervaren. Steniging kennen we dan niet, maar volledige sociale uitsluiting is niet ongewoon.

Nederland is altijd een land geweest dat enerzijds haar eigen “Christelijke” waarden op de voorgrond heeft geplaatst, maar ook weer handig genoeg was de scherpe kantjes daarvan af te slijpen in de wetenschap dat je met té “Christelijk” ook geen geld kunt verdienen. Bij de melkboer kon je natuurlijk ook op zondag aan de achterdeur terecht.

De Christelijke partijen in de Nederlanse politiek – het CDA voorop – hebben de afgelopen jaren, op het initiëren van een normen- en waardendiscussie na, vrijwel verzuimd hun Christelijk gezicht te laten zien.

De PVV is volgens mij voor vele kiezers de enige echte “Christelijke” partij, die – weliswaar op een negatieve manier – het “Christelijk” Nederland wil behouden. Wel kerken, geen moskeeën.
Reken je kerken tot uitingen van ‘godsdienst’ en moskeeën tot uitingen van een ‘ideologie’, dan heb je maatschappelijk in ieder geval het pleit gewonnen.
Maar er is méér.

Het anti-Islam standpunt van de PVV en haar vele kiezers is slechts een onderdeeltje van een grotere en bredere maatschappelijke onderstroom.
Die onderstroom ziet de snelle globalisering, al dan niet terecht, als een niet te stuiten fenomeen over zich heen komen en in haar vaart al het als “eigene” ervaren – de bekende, eigen leefwereld – verwoesten. Vanuit zo’n perceptie ervaar je het “vreemde” al snel als bedreigend.

Waar Nederland decennia lang “gidsland” was en – in ieder geval in de beleving van velen – mondiaal een behoorlijk partijtje kon meeblazen heeft zich nu veelal een Calimero-gevoel gevestigd. Mét de daarbij horende angst dat, omdat wij klein zijn en zij groot, “zij” hier straks wel de dienst zullen uitmaken.
Dat gevoel wordt nog eens versterkt omdat een verbond als de Europese Unie lange tijd vooral een abstractie was, dat zich vooral leende om grappen over te maken, of met opgetrokken wenkbrauwen naar te kijken. De EU was immers vooral een karavaan die tussen Brussel en Straatsburg heen en weer trok.
Maar de abstractie werd concreet en letterlijk tastbaar. Nadat de Euro de portemonnee was binnengedrongen verschenen vreemde nummerborden in het straatbeeld, en Poolse arbeiders op de bouwplaats. What’s next?

Bovendien schreeuwden vele politici van de kansel dat we van “Europa” nu weer dit niet mochten, dan weer dat moesten. Rekenmeesters, met toenmalig minister van Financiën Zalm (VVD) voorop, becijferden nog eens effectief dat dit alles de schatkist ook nog eens handenvol kost. Zonder daarbij de voordelen voor Nederland en haar inwoners op een andere manier onder de aandacht te brengen, dan “dat we wel moeten”.

Zo werd het gevoel overgebracht dat Nederland zich aan vreemde buitenlanden overleverde, en daar ook nog eens riant voor mocht betalen.
Wat denkt u dat Calimero vervolgens zou doen?

De aanwezigheid van de Islam in Nederland is welhaast het meest zichtbare van een globaliserende wereld. Een andere levensovertuiging dan die velen ‘van huis uit’ kennen. Een geloof ook met andere, herkenbare, gebedshuizen en andere rituelen. En waar de Poolse katholiek in het traditionele Nederlandse straatbeeld niet opvalt doen hoofddoekjes dat wel. Dat vele Joodse vrouwen om precies dezelfde reden als hun Islamitische sexegenoten hun haar bedekken is geen issue, om de doodeenvoudige reden dat sjeitels op straat evenmin opvallen.

Er komt helemaal geen “oorlog van geloven” zoals CU voorspiegelt. Nederlanders zijn gewoon een beetje bang geworden.
Bang, om zekerheden kwijt te raken die generaties lang vanzelfsprekend waren. De wereld verandert sneller dan ooit, en is dichterbij dan ooit. Afstanden bestaan nauwelijks meer. Gebeurtenissen in verre landen volgen we live in de huiskamer, waar Pim-Pam-Pet allang door televisie en computer is vervangen. Of op ons mobieltje, tussen het bijwerken van de agenda door.
De onzekerheid richt zich vooral op andere overtuigingen dan het vertrouwde Christelijke; zeker waar deze duidelijk zichtbaar zijn. Maar er is geen sprake van een inhoudelijke religieuze twist, laat staan van een “godsdienstoorlog”.
De vrijheid van meningsuiting staat bij de meeste Nederlanders nog steeds hoog in het vaandel. Het is niet voor niets dat Wilders zich als de hoeder daarvan opwerpt. Evenmin zal een meerderheid van de Nederlanders afstand willen doen van de vrijheid van godsdienst, al was het maar uit een besef van “heden gij, morgen ik”.

Wilders kanaliseert de onzekerheden die een snel globaliserende wereld met zich meebrengt en ziet daarvoor in “de Islam” het ultieme en meest herkenbare symbool.
Daarbij móet de Islam wel een ideologie zijn, want het zijn ideologieën en niet de mensen daarachter die ons bedreigen. Op ideologieën mag je immers schelden, ze achtelijk of verwerpelijk vinden. De enige ideologie die in Wilders’ vocabulaire een godsdienst is, is die van de ‘Linkse Kerk’.
Alleen heel spijtig dat tot de Islam mensen van vlees en bloed behoren, en niet iedereen zo ragfijn het verschil tussen een ideologie en mensen ziet als “De Grote Meester” himself.

In plaats van de Islam had Wilders ook de Euro kunnen uitkiezen. Want die Euro is nu eenmaal het symbool van een andere ideologie, die ons voortbestaan bedreigt.

Maar ja … we blijven Nederlanders, en die Euro zit toevallig wel in onze portemonnee …..

Geef een reactie

Laatste reacties (12)