Laatste update 26 maart 2016, 22:18
1.503
35

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Racisme als campagnestrategie: hoe de Republikeinen de weg vrijmaakten voor Trump

Hoewel Republikeinse kandidaten altijd zorgvuldig hebben voorkomen te openlijk te appelleren aan onderbuikgevoelens begreep iedereen hun verhulde boodschap

Toen President Lyndon Johnson in 1964 de Burgerrechtenwet tekende wist hij dat het voor zijn partij neer kwam op politieke suïcide. “Ik denk dat we het Zuiden voor minstens een generatie kwijt zijn”, zei hij. Johnson kreeg grotendeels gelijk. Het zou duren tot de verkiezing van Barack Obama eer staten als Virginia en North Carolina weer door een Democraat werden gewonnen. Andere zuidelijke staten zouden nog af en toe op een Democraat stemmen, als de kandidaat zelf uit het Zuiden kwam, zoals Jimmy Carter en Bill Clinton. Ook werden lokale verkiezingen nog wel eens door een Democraat gewonnen, maar in z’n algemeenheid verschoof de machtsbasis van de Democraten sinds de jaren ’60 naar het Noorden.

Southern Strategy
Richard Nixon was de pionier van wat bekend is komen te staan als de ‘Southern Strategy’, die er op gericht was om ontevreden Democraten los te weken uit hun partij en ze in te lijven bij de Republikeinen. Om te begrijpen waarom die strategie aansloeg moeten we ver in de geschiedenis terugkijken, namelijk naar de Great Depression van de jaren ’30 én 70 jaar dáár weer voor: de Amerikaanse Burgeroorlog. In die oorlog ging het om twee belangen: de Republikeinen, destijds de grootste partij in het Noorden, wilden tariefmuren om de opkomende industrie te beschermen tegen concurrentie. Het Zuiden wilde juist vrijhandel, omdat zij hun landbouwproducten wilden kunnen verhandelen aan de concurrenten van de Noordelijke industriëlen, waaronder Groot-Brittannië. Daarnaast heerste in het Noorden een andere opvatting over slavernij dan in het Zuiden.

Nadat er decennialang een wankel evenwicht was geweest over dit onderwerp hakte de Republikeinse president Abraham Lincoln de knoop door en besloot na een bloedige burgeroorlog de slavernij te verbieden, én het Zuiden tariefmuren op te leggen die goed waren voor het Noorden. Het gevolg was een nog steeds sterke rancune in het Zuiden jegens het Noorden, en vooral de federale overheid. Pas door de Great Depression in de jaren ’30 kwam daar verandering in, toen de armoe in het Zuiden zulke dramatische vormen aannam dat ook daar de roep om overheidsingrijpen toenam. Vervolgens werden de Democraten tot in ieder geval 1968 de dominante partij in zowel het Congres als het Witte Huis.

Burgerrechten
Eén heet hangijzer waar de Democraten het echter liever niet over hadden waren de burgerrechten. Linkse presidenten als Roosevelt en Truman hielden zich liefst op de vlakte als het om de zwarte bevolking in het Zuiden ging. Hun machtsbasis lag immers deels in het (blanke) Zuiden. Uiteindelijk was het Kennedy die in 1963 voor het eerst openlijk de kant van de zwarte bevolking koos. Zijn opvolger Johnson presenteerde de Burgerrechtenwet als een eerbetoon aan zijn vermoorde voorganger en loodste het door het Congres. Maar bij de presidentsverkiezingen van 1968 stemden een aantal typisch Democratische staten op de racistische kandidaat George Wallace. Daarna zouden ze meestal Republikeins stemmen.

Uiteraard bleken ook Noordelijke Democraten gevoelig voor de Southern Strategy of afgeleiden daarvan. Inmiddels beperkten rassenrellen zich niet meer tot het Zuiden, ook namen Democraten in het Noorden standpunten in over bijvoorbeeld vrouwenrechten, homoseksualiteit en milieubeleid die niet werden gedeeld door de traditionele achterban. Hoewel Republikeinse kandidaten altijd zorgvuldig hebben voorkomen te openlijk te appelleren aan onderbuikgevoelens begreep iedereen hun verhulde boodschap. Bijvoorbeeld de eerste speech die Ronald Reagan als officiële presidentskandidaat gaf was in Neshoba County, Mississippi. Daar waren in 1964 drie Civil Rights-activisten gelyncht. Op dat moment, 16 jaar na dato, liepen de daders nog steeds vrij rond. Dat Reagan juist op die plek voor het zelfbeschikkingsrecht van staten pleitte schoot velen in het verkeerde keelgat. Maar het miste z’n doel niet: ook Mississippi, voorheen Democratisch, stemde voortaan Republikeins.

Compromisloosheid
In 1984 was de Southern Strategy op z’n hoogtepunt. Toen won Reagan 50 van de 51 staten. Sindsdien verloor het aan kracht: economisch bleek de Republikeinse partij de kleine man te weinig te bieden te hebben. Ook demografisch veranderde het land dusdanig dat de Republikeinse partij gedwongen wordt een compromis te sluiten met opkomende bevolkingsgroepen. Maar mede door de indeling van veel kiesdistricten hoeven Republikeinse kandidaten geen gematigde kiezers te overtuigen om hun district te winnen. Ze zijn veel banger voor een tegenkandidaat die nog rechtser is. Zo is mettertijd een sfeer ontstaan van totale compromisloosheid.

Om Trump te stoppen hadden de andere kandidaten een compromis moeten sluiten, met elkaar en met een aantal minderheden. Maar je sluit geen compromis, en al helemaal niet over kernwaarden. En als ‘blank’ stiekem een van jouw kernwaarden is in een tijd dat het electoraat steeds minder blank wordt, heb je als partij een probleem. Nixon’s Southern Strategy was lange tijd een winnende formule. Maar met een openlijk racistische kandidaat in een etnisch heterogeen land dreigt de Republikeinse partij van ‘the party of Lincoln’ te vervallen tot ‘the party of Wallace’. En die won zelfs op z’n hoogtepunt maar vijf staten.

Geef een reactie

Laatste reacties (35)