64.823
609

Adviseur en activist

Marjan Boelsma (1951, Wilrijk, Belgie) is voorzitter Cliëntenraad ArosA, adviseur ontwikkeling kennis/expertisecentrum St. Welzijn Antillianen en Arubanen, één van de beschermvrouwen/mannen van Umtapo (Durban), een Zuid-Afrikaanse NGO die werkt aan onder meer “community mobilisation, and networking in order to empower people, particularly youth, to take control of their own lives in the struggle for sustainable development, peace, and human rights”.

Van 1974 tot 1994 actief voor de bevrijdingsstrijd in Zuid-Afrika. VN waarnemer tijdens eerste algemene verkiezingen in Zuid-Afrika. Onderscheiden met Biko International Peace Award (2010) en door de regering van Zuid-Afrika voor uitzonderlijke bijdrage gedurende de strijd van het volk van Zuid-Afrika tegen Apartheid (2007).

Eerder werkzaam in management gezondheidszorg. Studeerde bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit, Nijmegen.

Racisme: de witte is het probleem

Over onverdiend wit privilege, witte suprematie en wat eraan te doen

Speciaal voor ‘Het grote antiracisme debat’, gehouden op 23 oktober op de Erasmus Universiteit Rotterdam, schreef Marjan Boelsma een lezing over racisme, wit privilege en witte suprematie. Hieronder een ingekorte versie van haar betoog.

Racisme is de combinatie van raciale vooroordelen en systematische institutionele witte macht (onderwijs, arbeidsmarkt, zorg en welzijn, de Wet, de pers). Witte suprematie is gebouwd op een koloniale geschiedenis en wordt in stand gehouden door de huidige neoliberale, neokoloniale westerse politiek. Het is een apartheidssysteem op wereldschaal.

Wit privilege is alleen onzichtbaar voor witte mensen. Ze willen of kunnen het niet zien.

Wit privilege is: het niet zien van de relatie tussen hedendaags racisme en de geschiedenis van raciale onderdrukking; dat ‘onze beschaving’ gebouwd is op slavernij en kolonialisme. Want ja, ik was er toch niet bij, daar kan ik toch niets aan doen? Maar de geschiedenis dragen we met ons mee en komt in alles wat we doen tot uiting. Het bepaalt onze referentiekaders, onze identiteit en onze aspiraties. Het witte privilege is dat we niet hoeven te zien hoe het witte voorrecht onverdiend in onze geschiedenis geworteld is (J.A. Baldwin).

Dagelijkse pijn
Wit privilege is: zwarte mensen en mensen van kleur beschuldigen van racisme en omgekeerde discriminatie als ze de witheid van onze maatschappij aan de orde stellen. Een vaak gehoorde reactie van mensen met lange, gevoelige witte tenen die hard roepen is ‘ik ben geen racist, hoor! Want ik heb zwarte vrienden, want ik heb geen problemen met deze mensen, want ik zie geen kleur, want we leven in een post-raciale maatschappij’, etc. We kennen de voorbeelden. Het zijn waardeloze alibi’s. Je kunt dit alleen zeggen omdat voor jou als witte racisme in het leven geen dagelijkse pijn is.

Wit privilege betekent: je kunnen terugtrekken op het grootste cruiseschip ter wereld en je niet druk hoeven te maken over de belabberde arbeidsomstandigheden van de zwarte arbeiders aan boord.

Asielzoekers
Wit privilege is: als vrijwilliger ver weg ‘goede werken’ doen en voor de dakloze asielzoekers, mensen zonder papieren om de hoek geen poot uitsteken en de oorzaken daarvan niet in verband brengen met de prijs die zij betalen voor jouw bevoorrechte leven.

Witte suprematie is: dat Rechters bij de Raad van State ‘zelden de kant van de vluchteling’ kiezen en zich ‘beteugeld activistisch’ in het voordeel van de staat opstellen in het vreemdelingenrecht. (Rapport Spijkerboer)

Wit privilege is: vanuit je witte academische stoel de kritiek op je werk van zwarte academici en academici van kleur, die je fouten corrigeren niet serieus te nemen. Nee, je stelt gekrenkt hun academische integriteit ter discussie.

Wit privilege is het wereldnieuws aangereikt krijgen door vooral witte  journalisten. Het betekent “Honderd dode zwarte mensen staan gelijk aan één witte dode” (C.N. Adichie).

Moslims
Wit privilege en witte suprematie maken het makkelijk moslims te beschuldigen van antisemitisme en zelf niet herinnerd willen worden aan de verantwoordelijkheid voor de moord op 6 miljoen joden in Europa en het ontstaan van de onrechtvaardige situatie in het Midden Oosten.

Wit privilege is het geen steun willen geven aan de eis van herstelbetalingen voor de trans-Atlantische slavenhandel die tot op de dag van vandaag de Caribische regio tot armoede heeft veroordeeld.

‘Eerst komt het vreten en dan de moraal’, zei Brecht. Wij, de witten, hebben vreten dankzij wit privilege en witte suprematie, maar waar is onze moraal? Is het mogelijk te leven met schuld en je tegelijkertijd ethisch te gedragen?

Wat te doen?
Je uitspreken tegen racisme betekent niet dat je zelf als witte buiten de structuren en instituties staat. Antiracisme is een leven lang leren, een leven lang bewust worden, een leven lang van strijd en veranderen. Het betekent dat je jezelf voortdurend moet afvragen of het sluipende vergif van racisme niet bij je is binnengedrongen. Het is geen kwestie van een goed gevoel, maar van toewijding en actie. Geen liefdadigheid, maar actieve solidariteit waarin de zwarte mensen en mensen van kleur leidend zijn.

Ik heb een paar tips op een rijtje gezet:

– Wen aan ongemakkelijke discussies

– Houd je defensieve reactie in de gaten: wees nederig, en houd je mond tot je je niet meer defensief voelt

– Zet je schuldgevoel om in motivatie

– Bedenk steeds dat racisme op het persoonlijke vlak niet kan plaatsvinden zonder het systeem en de instituten. Het zijn mensen die de systemen van racisme en onderdrukking in stand houden en versterken

– Maak elke keer opnieuw racisme en witheid zichtbaar door het luid en duidelijk te benoemen, zelfs als dat je persoonlijke banden met mensen raakt

– Weiger actief mee te werken aan het systeem van witheid en klaag het aan met naam en toenaam. Wat het je ook kost: vertel de waarheid

– Wees niet medeplichtig, maar verander de instituten die historisch gebaseerd zijn op witte overheersing, ontmantel het regiem van witheid en sta niet toe dat witte overheersing zichzelf verder versterkt

– Lees en leer zelf over racisme voordat je zwarte mensen en mensen van kleur met vragen lastig valt

– Treed niet op als woordvoerder voor zwarte mensen en mensen van kleur, omdat witte mensen dat perspectief nooit echt kunnen verwoorden

– Voorkom verwarring van racisme met andere vormen van onderdrukking en discriminatie, behalve als het direct relevant is in het gesprek

– Het is verleidelijk te zeggen: Ik weet wat het is omdat ik een vrouw ben, of homo, of tot een religieuze minderheid behoor etc. Het betekent nooit dat jij echt kunt weten hoe racisme voelt.

– Ga uit van intersectionaliteit ofwel kruispunt denken. Kruispunt denken wil de volledige complexiteit omarmen van de invloed van plaats, nationaliteit, gender, etniciteit, seksuele voorkeur, klasse (M. Botman, N.Jouwe, G.Wekker).

– Als je een fout maakt vraag dan zwarte mensen en mensen van kleur hoe je het anders kan doen in plaats van kritiek te verwerpen of te ontkennen dat er een probleem is

– Leg bij racisme niet de verantwoordelijkheid bij het individuele slachtoffer. Weet dat raciaal geweld structureel van aard is. Depolitiseer en individualiseer het raciale geweld niet, haal het niet uit de context (E. Martina).

Lees ook de reactie van Han van der Horst: Achter het antiracisme van ‘wit privilege’-denken schuilt rechtse rassenleer 

Geef een reactie

Laatste reacties (609)