Laatste update 21:35
4.035
102

Emeritus hoogleraar politieke theorie, politicus voor GroenLinks

Radicale partijen hebben broertje dood aan interne discussie

Forum voor Democratie, Partij voor de Dieren, PVV en GroenLinks groeien misschien wel omdat ze niét democratisch zijn.

Toen de cijfers werden gepubliceerd over de ledengroei van politieke partijen, reageerden journalisten verbaasd. De Volkskrant kopte: Herrie in de tent deert echte fans niet.

‘In 2019 kampten vooral FvD, de Partij voor de Dieren en GroenLinks met interne strubbelingen die breed werden uitgemeten in de pers. Alledrie de partijen boekten intussen ledenwinst. Herrie in de tent schrikt misschien wel (tijdelijk) kiezers af, maar voor leden lijkt dat dus niet op te gaan.’

Hoe zou dat komen?

In de eerste plaats zijn politieke partijen allemaal marketing-machines geworden. En zij besteden tegenwoordig veel geld aan het bereiken van heel veel mensen via internet. Politieke reclame is het meest effectief als de boodschap niet te gecompliceerd en eenduidig is (Heerlijk, Helder Heineken). Die heldere boodschap is gemakkelijker te formuleren als er geen discussie in de partij is en als de partij geen regeringsverantwoordelijk draagt of heeft gedragen. Fractiediscipline geldt niet alleen voor regeringspartijen, die fractiediscipline nodig hebben om de regering in het zadel te houden. Zij wordt ook opgelegd in andere partijen. De karaktermoord op Kamerlid Zihni Özdil door Jesse Klaver vanwege zijn afwijkende standpunten in de Tweede Kamer – maar meer nog omdat hij zich arm in arm liet portretteren met een vooraanstaand lid van Forum voor Democratie – is kenmerkend voor een radicale partij. De foto van Zihni Özdil en Sid Lukkassen verstoort het eenduidige beeld dat GroenLinks van zichzelf maakt.

Baudet
Beeld: screenshot toespraak Baudet

Twee. FvD, Partij voor de Dieren en GroenLinks mogen dan heel verschillende programma’s hebben, ze hebben eenzelfde soort leiders. De wijze waarop Baudet en Klaver (ze lijken ook op elkaar!) campagne voeren is vrijwel identiek: het gaat om wervelende shows waar de leider als enige in de spotlights staat, soms samen met een muzikant (Lange Frans, Manoushka) of een bekende Nederlander. Het zijn op de persoon gerichte campagnes, waarbij de leider uitstraalt dat het ‘anders moet’ en betoogt dat die verandering niet kan komen van zittende partijen, van het partijkartel, van de politieke elite.

De PvdD heeft daarnaast de pretentie dat zij als enige voor de dieren opkomt. Kritiek op de leider is dan meteen ook verraad aan de dieren; zie het verslag van het laatste partijcongres van de PvdD door Chris Aalberts Marianne Thieme wás de PvdD, net zoals Jan Marijnissen de SP was. Baudet is het FvD en Klaver is GroenLinks. Het werd de Kamerleden van GroenLinks verboden om zichzelf in de verkiezingscampagne te profileren. De PVV is de enige partij die überhaupt geen leden meer wil hebben. Leden zijn lastig!

Drie. Een openbaar debat over de partijlijn leidt tot onduidelijkheid over de lijn van de partij, over de aard van het merk. Het debat over de partijlijn moet daarom intern zijn en zodanig georganiseerd dat de partijleiding te allen tijde de overhand heeft. Een congres moet geen vergadering zijn maar een manifestatie. De vergaderzaal moet theaterzaal worden. Die transformatie van een congres als vergadering naar een congres als theater heeft zich al in de vorige eeuw voltrokken. Pioniers op dit terrein waren de communistische en fascistische partijen. Met name de NSDAP maakte van haar partijdagen een indrukwekkend theater, waar beroemde filmmakers (Leni Riefenstahl) er regisseurs furore maakten. Honderdduizenden bezochten die partijdagen, niet om te debatteren over de partijstandpunten, maar om Hitler te horen en zich één te voelen met de beweging. Het democratisch centralisme van de communistische partijen is de ideale organisatievorm van moderne partijen.

Vier. ‘Teveel oppositie schaadt de partij’ leidt gemakkelijk tot een versimpelde stelling: oppositie schaadt de partij. Degenen die oppositie voeren, schaden daarmee de partij. Dat moet je niet willen. Als de leiding de partij ziet als het vehikel van het goede en alle andere partijen als vehikels van het kwade wordt het nog erger: in dat geval ondersteunen de opposanten (of ze dat nu willen of niet) het kwade. Chris Aalberts ziet dat op het laatste congres van de PvdD gebeuren. Hij schrijft:

‘Dit is een terugkerende suggestie: als je vindt dat er ledeninspraak moet zijn, sympathie hebt voor Wolswinkel of wilt stemmen over moties, krijg je het verwijt dat je niet voor de dieren bent en dat je de missie van de partij dwarsboomt.’

Maar het kan nog erger. Omdat er in de visie van radicale partijen sprake is van een permanente strijd van het goede tegen het kwade, laat het zich denken dat de opposanten niet alleen in objectieve zin het kwade steunen, maar dat mogelijk ook bewust doen. De communistische partijen zagen oppositie in de partij als het werk van de ‘klassevijand’. De klassevijand zette – vaak via de geheime diensten – ‘scheurmakers’ in om de kracht en de eenheid van de partij te ondermijnen. Die scheurmakers, vaak ‘agenten’ genoemd, moeten ontmaskerd worden.

Een recent voorbeeld van deze gedachtegang is de uitspraak van Thierry Baudet: ‘de vijand draagt ons uniform’. Een dergelijke metafoor doet onmiddellijk denken aan de Dreyfus-affaire. Toen droeg de vijand (Alfred Dreyfus) het officiersuniform van het Franse leger, maar in werkelijkheid werkte hij voor de Duitsers. Althans dat dachten zijn tegenstanders. Dreyfus werd in 1895 veroordeeld door een geheime krijgsraad en verbannen naar Frans Guyana. Al spoedig bleek dat hij onschuldig veroordeeld was, maar de Franse nationalisten wilden daarvan niet horen. Dreyfus bleef in hun ogen een verrader, omdat hij Jood was. Wat later de Dreyfus-affaire is gaan heten werd in toenemende mate een strijd tussen links en rechts, tussen Dreyfusards en Anti-Dreyfusards, tussen antisemitische nationalisten en internationalisten die elkaar op leven en dood bestreden.

Vijf. Radicale partijen hebben de neiging om het openbaar bestuur niet te erkennen. De regering, het partijkartel, dient andere belangen dan het landsbelang. Zij loopt aan de leiband van de multinationals, de EU, de vluchtelingenknuffelaars, de bio-industrie of de VS. Daarnaast, of daaraan vooraf, dienen ze vooral het eigenbelang: het zijn ‘zakkenvullers’. In een mengeling van oorzaak-gevolg-redeneringen lopen deze redeneringen vaak uit op beschuldiging van corruptie. Het compromis is een uiting van corruptie geworden. Corrupte politici zeggen A, maar doen B. Zo niet de politici die verandering voorstaan: die doen wat zij zeggen en zeggen wat zij doen! ‘Klip en klaar’, zeiden wij van de Communistische Partij vroeger. Het landsbestuur is corrupt, Baudet, Klaver en Wilders zijn integer! Dat willen veel aanhangers graag geloven.

Geef een reactie

Laatste reacties (102)